Wandelgesprekken

België, Deurne -

We zouden kiezen voor parken. Omdat de natuur goed doet, omdat we in parken kunnen mijmeren over gisteren, dromen over morgen en stappen in het nu. Frans haalt herinneringen op over zijn pelgrimage naar Santiago. Nip deelt speeltijd uit haar jeugd. Ik voeg toe wat onbesproken bleef en val hier en daar in herhaling. Het mag en ik voel dankbaarheid.

Dankbaar omdat zij met mij willen wandelspreken. We staan stil bij de poëzie van het park. ‘Bomen sterven staande’ leest een plakkaat van het parkbeheer. Over waarom zieke of oude bomen niet worden weggemaaid. Hoe ze nog kunnen dienen voor de biotoop. Het zou zomaar een versregel kunnen zijn in een ode aan de natuur. Of een eerbetoon aan de veerkracht van een reus.

Ik zie de speeltuin, de zwemvijver, de Chinese pagode in het Boekenbergpark en word gekatapulteerd naar de zorgeloze jaren van mijn kindertijd. Boeken vol fantaseerden broer en ik er hier op los. ‘Ik waar de ridder, gij waart de koning’. Ook ‘hier is het nu Vietnam’. Wij speelden avonturenseries, maar even goed het journaal. En dat waren toen de oorlog in Vietnam en Zorro. Nooit zagen we een echte superheld, maar in het park kon je alles zijn.

Parken waren magisch en dat zijn ze nu nog. De dieren voelen de rust tijdens deze lockdown. Ze komen net iets dichterbij, ze zijn net dat tikkeltje vrijer zonder angst. Het park is van hen en wij zijn te gast. Frans, Nip en ik ontdekken een voor ons nieuwe soort. Nip raadpleegt het grote Googleboek en maakt zo van een vraagteken een punt: de lindegalmijt. Hallootjes? Een lindegalmijt. Wie had ooit gedacht dat we temidden de chaos van de crisis, de stress zonder woon-werkgrenzen of de winkelkarpaniek, de kindse verwondering zouden beleven van het ontdekken van een mijt?

Gesprekken in het park brengen rust. De stiltes worden net iets langer. Zinnen worden gewogen. Woorden krijgen betekenis. We laden de batterijen op voor de terugkeer naar beton. En we doen een nieuwe dosis groen op bij een volgende ontmoeting in de Wolvenberg en het Brialmontpark. Dit stuk natuur is nieuw voor me. Tenminste, ik fietste vroeger wel over de brug, maar stond niet stil bij het groen eronder. Nip vertelt over hoe ze hier als kind de schaatsen reeg en we staan stil bij winters die nooit zo’n winters meer zijn dat vrieskou ons gewicht torsen kan op ijs. Langs weleer, met een afspraak voor later keren we ieder zijn weg naar thuis in het nu.

Dit schreef Sarah op 1 June 2020 om 15:46 linkje

Oevers

België, Antwerpen -

Vrijdag was het 1 mei, maar het voelde aan als een zondag. Ook zaterdag voelde aan als een zondag. En een zondag is al even niet meer wat het was. Kerken geven niet thuis. Er worden geen toetjes gegeten bij de schoonfamilie. Bezoek is een pralinedoosje op een vensterbank, een boodschappentas op een deurmat, een blauwe handschoenvinger aan de deurbel, bloemen schenk je digitaal. Contactloos is de nieuwe verbinding. Social distancing gunnen we beleefd of dwingen we fronsend af. Blikken kruisen elkaar niet meer. We fleuren even op bij het toevallig weerzien van een bekende tijdens een alibi-uitje naar een essentiële winkel op jacht naar troostvoer en toiletpapier. We knikken nauwelijks nog naar vreemden. Het is eerder een snel inschatten of de ander wel ‘goed bezig’ is. Is dat groepje in het park wel echt één gezin?

In ons hoofd tellen we anderhalvemeters, we volgen plichtsbewust de stickers, pijlen en lijnen van het epidemiologisch verantwoord gareel. We kunnen de De Cijfers niet schatten of bevatten. Ze zijn letterlijk niet tastbaar. We zien geen doden, we nemen niet echt afscheid. We zoeken niet naar oorzaak en gevolg. We wassen de auto atypisch op dinsdag en de handen volcontinu tot kloven toe. We maaien het gras op vreemde uren of helemaal niet. Het haar groeit alle kanten op, waarom nog wieden? We klikspanen geërgerd onze feestelijke buren. Of spannen met een hele wijk vredevol samen met oude witte lakens, hartjes en beren. Emojis zijn de nieuwe leestekens. Het sociaal adequaat applaus om klokslag acht ebt langzaam weg en wacht allicht een stille dood. Wie herinnert zich straks nog de witte woede? Wordt de stem van de burger – die nu doet wat moet – later weer louter een echo in dovemansoren? Of blijft hij de eeuwige held?

Ondertussen blijft de Belg met zijn baksteen in de maag niet op zijn honger zitten. Het naarstig gespaarde huisje-tuintje mag af. De doe-het-zelvers- kunnen terug aan de slag. En even later ook de groene vingers. Er wordt ijverig geboord, gehamerd, gelijmd en verpot. Geheuld en gezeuld met zolder- en keldertroep richting containerpark. Telewerkers zuchten, ze hadden het stiller op kantoor. En na het journaal, de verveelde konten in de sofa, wordt er een bergje gezeurd en gezaagd. Het internetdak lekt en het regent pijpenstelen fake news, complottheorieën, doemscenario’s en lukraak gevloek. We ontsmetten nauwgezet de winkelkar en spuwen gal waar het kan. Een gezonde portie boerenverstand kan er nauwelijks tegenop. Ja, lieve mensen, het is zover. Het coronatijdperk is aangebroken. Antwerpen zit in lockdown. De neanderthaler in ons schiet wakker: vechten of vluchten.

Maar vluchten kan niet meer. Toestellen staan vleugellam stof te vergaren aan lege terminals. De landsgrenzen zijn opnieuw meer dan louter lijnen op een wereldkaart. Mijn reispas lijkt plots een nutteloos hebbeding, een souvenir uit vrije tijden. Een melancholie met een houdsbaarheidsdatum die het allicht overschrijden zal. De visastempels gaan op stal, de inkt droogt. Het paspoort raakt niet vol. Het bezorgt de wanderlusteling in mij een kleine krop in de keel. Maar het is ook een tijd van reflectie, van terugblikken en vooruit zien. Ik durf te vragen: heb ik vrolijk globetrottend al die jaren zelf niet bijgedragen aan het optimaliseren van een biotoop voor dit virus? Ook voor mij werden bossen gehakt, bubbelkredieten verleend, rivieren gedamd, olievelden ontgonnen, de dieren willens nillens dichter bij de mens gedwongen. Ik kan niet anders dan soms stil te staan bij het feit: dit hebben we aan onszelf te danken. Aan hoe wij, als mensheid, de Aarde hebben trachten te kneden en manipuleren naar onze beste wensen en kwaadste grillen. Hoe wij onszelf het epicentrum van een levenscyclus durfden wanen. Karma is one hell of a bitch.

De prachtige Antwerpse stationshal mist de gezellige drukte van een trein toeristen. Op terrasjes lopen de stoelen van stapel. Toch, het bier is niet op. De laatste klant zwalpt naar clandestiene fuiven. Grensoverschrijdend in elke betekenis van het woord. De ver-van-mijn-bed-show in Wuhan kwam met rasse schreden als een genadeloze Tirolerlawine over de stad heen gerold. We werden gepakt in snelheid, ongeloof en hoogmoed. Covid-19 ontpopte zich tot een globale corona. Eerst als een schijnbaar – veeg maar onder de mat- banaal griepje. Een beetje viroloog zag de bui al hangen. De engel des doods zou ook hier, ver weg van patient zero, de plak zwaaien. En hoe.

Nu ratelen we curves, speculeren we exitplannen en bombarderen we instanties en leiders met vragen over de FAQ FAQ FAQ. We willen duiding. En kijk: daar vallen plots grote woorden en davert het verdict: pandemie. We zitten met zijn allen in hetzelfde schuitje. Maar is dat echt wat we voelen – hetzelfde schuitje? Zijn we solidair of is het – des mensen – ieder voor zich? Darwin heeft er vast een antwoord op. Of Machiavelli. Of Kapitein Iglo, wat maakt het uit? Creatief ondernemen wordt nu verplichte leerstof. Het leven gaat door en zo hoort het ook.

Zo hoort het ook om er te zijn voor elkaar wanneer het kan. En op 1 mei kon ik het. Beurtelings meiklokjes toevertrouwen aan de Schelde, ‘Schol!’ zeggen voor iemand die veel te jong en tergend snel moest heengaan. Even stilstaan bij een dag dat een vader het leven liet en zijn dochter geboren werd. De Dag van de Arbeid was een soort zondag. Om dan weer op te staan en door te gaan. Langs waanzinnige curves terug naar de stille poëzie.

Het leven is een haiku. Alles komt terug. Op zijn tijd. Geduld. Al hapert er nu wel hier en daar een regel.

Dit schreef Sarah op 2 May 2020 om 23:55 Reeds 9 reacties

Polderbos

België, Hoboken -

Het had daags voordien flink geregend. Dat, en een storm had van zich laten horen. De rubberen laarzen mogen van stal en ik de hort op. Of er runderen zijn. Dat was de hamvraag. En of er nog sneeuw ligt. Vragen in mijn hoofd. In mijn hoofd overleeft sneeuw de zachte winterzon. En in mijn hoofd zijn er altijd beestjes, altijd.

Ik trek met K & P en Timmy de hond uit Hoboken het bos in. Het Polderbos omringd door zware metalen, lichte Scheldedeining en een bebouwde kom is een rustpunt net buiten de drukte van mijn Leien, makkelijk te bereiken met bus, fiets, tram, trein of een combinatie uit het hele transportbuffet. Te voet kan ook, maar wandelen doen we al. We moeten niet overdrijven. De AS-route van 7,5 km zal volstaan om de weekendknoken te smeren, het hart te luchten bij vertrouwelingen en net voor de regen warmte, schuildroogte en rust te vinden in de gerenoveerde taverne Steiger 3 bij het ‘koffietasje P’-bord, de jachthaven. Daar heb je een mooi zicht op de rivier. Even tijd voor een peukje nemen brengt je De Waterbus, een sjiek manoeuvre van een duwboot – hoe heet zoiets? – die een groot ding – wat is het? – naar een fabriek – wat maken ze daar? – loodst. Allemaal vragen die niet per se een antwoord hoeven en die zichzelf oplossen als de suiker in mijn heerlijke latte macchiato. Lees verder…

Dit schreef Sarah op 3 March 2018 om 19:45 linkje

Vijftien jaar

België, Hoboken -

Vijftien jaar. Vandaag vijftien jaar geleden stonden we met z’n allen aan dit gras. Neef speelde toen muziek terwijl wij huilen moesten, het neerdwarrelen van as in een winterzon. Een een donkere dag hier op begraafplaats Schoonselhof. Nu wandelen broer en ik langs de paden en het groen, plattegrond in de hand, zoals het een echte gids betaamt. En dat hij gidsen kan laat zich meteen merken. Broer kent zijn stof: boeiende verhalen, kleine anecdotes, grote en kleine geschiedenissen, kunst en curiosa, politiek en maatschappij, symbolen en idolen. Mijn hoofd is nog een beetje dwalend van een overdosis zorgen en het hart vindt toelaas in de prachtige poëzie die hier in rijmen te rapen valt bij historische figuren of gewoon, voor de eerlijke vinder, links en rechts verstrooid in perken. Ook een handvol steentjes lijkt net een vers.

Broer wil graag monumentale en Joodse graven zien, ik wil even stilstaan bij de dichters. Omdat de winterzon schijnt, omdat je voor een afscheid van vijftien jaar even tijd mag nemen, omdat we er willen en kunnen zijn voor elkaar stoppen we even de klokken. Vandaag, zo weet weet broer, hangt de vlag halfstok. Iets met een koning, voor ons is het voor mama Mia. We salueren staatslieden en politici, pauzeren bij poëten en staan stil bij wat een staking of wereldoorlog teweeg bracht. Hier vallen sporen van geschiedenis te rapen, simpelweg door een symbool of een zinnetje op een zerk. Als je goed kijkt zie je zo de hel van een deportatie. Als je goed kijkt zie je het kind dat slechts één dag de Aarde heeft bewoond. Als je goed kijkt zie je een staking eindigen in moord. Als je goed kijkt vind je parels van gedichten. Het wit tussen die regels schept een rust.

Ik kies twee gedichten: ‘Indien de dood een leugen is’ van Maarten Inghels, prachtig voorgedragen op negen stenen. Een Stonehenge in Hoboken. Verder valt mijn oog op Marcel van Maele, vriend van nonkel, “aanklager van de roest in het leven”, met zijn mooie gedicht ‘Terwijl de kaalgeschoren dagen huilen’ uit 2001.

Begraafplaats Schoonselhof is ook een beetje gewoon een park. Een park waar herinneringen mogen wonen, maar een hond ook simpelweg kwispelen mag. Waar plantjes groeien en mos zelfs hier en daar een zerk begraaft. Het is een mooi stuk groen waar je wandelen kan in rust. De zon verwarmt ons hart. We voelen ons verbonden, broer en ik. Het is een stilstaan zonder tranen. Geen weemoed, geen drama. Een stil gemis van mama Mia. Een plekje waar zij ooit was. Vijftien jaar geleden. Toen stonden we met z’n allen aan haar gras. Nu stonden we even stil bij wat ooit was. En weten dat samenzijn moeilijk is op je eentje. Zelfs in een winterzon.

Dit schreef Sarah op 17 February 2018 om 07:50 Reeds 1 reactie

Zonnekuren

Egypte, Hurghada -

Vakantiekriebels. Ik heb ze telkens weer. Die aangename spanning, het hart gaat net iets sneller slaan. Er is een nieuw avontuur op til en het is weer tijd voor lijstjes maken, grasduinen in reisgidsen. Koffertje inpakken en vouwen. Koffertje uitpakken. Koffertje terug inpakken en proppen dan maar. Vakantiekriebels dus. Maar deze keer was het anders. Heel anders…

Lees verder…

Dit schreef Sarah op 24 April 2015 om 15:45 linkje

Zuiderzee

Nederland, Amsterdam -

Ik zou terug naar Mongolië gaan. Een foute inschatting van het aantal vrije dagen en een juiste inschatting van de reisduur en -kosten hebben dat plan echter in de emmerlijst gekegeld. Waarheen dan? Terug naar Montségur? De Katharen trekken me, maar ik was er nog maar pas. Een zonnige all-in – boekje bij het zwembad, zwembad bij de bar – is goed voor heel kort, maar niet voor twee weken. Waarheen dan? Mijn oog valt op de Kungsleden in het hoge noorden (het Koningspad), maar ook op de vele hardnekkige muggen die onvermijdelijk reisgenoot zullen zijn. En ik bedenk dat je voor zo’n tocht toch liever wat meer tijd uittrekt. Dat avontuur kegel ik dus ook maar in de emmerlijst. Waarheen dan? Ik spring sinds april ongeveer elke week op het zadel van mijn Batavus. Die tochtjes werden geleidelijk aan langer, tot ze voelden als kleine reisjes. Fietsen dan maar? Twee weken is voldoende en fietsen is niet duur. De kogel is door de kerk. Maar waarheen dan? Mijn stadsfiets is wel stoer, maar met slechts drie versnellingen en een stalen frame zit je in de Ardennen al gauw te duwen en te puffen. Dat wordt niet leuk. Ik richt mijn blik naar het noordoosten – Nederland, fietsland. En woont daar geen Nienke, met een heuse trekkingfiets? Even Warder bellen. Lees verder…

Dit schreef Sarah op 30 November 2013 om 08:12 Reeds 3 reacties

Le Pays Cathare – losse flarden uit het logboek

Frankrijk, Montségur -

Zondag 23.6, Antwerpen.
De trein staat klaar. Bestemming Charleroi-Sud. Het is een dubbeldekker. Ik neem plaats op de bovenste verdieping. Hoger. Beter zicht. Best wel zenuwachtig. Beetje moe, trillend. Ik moest ook perse aan teveel wijn gisteren en maar dansen. Die zelfsabotage is mislukt. Ik ga. Ik ga. Ik ga! Run, Forrest, run. Lees verder…

Dit schreef Sarah op 6 September 2013 om 08:09 linkje

Bloemetje erbij

Letland, Riga -

Je moet voorbij de kreupele trap bij de voordeur kijken. Begrijpen dat een afbladderende hal opfrissen geld kost. Dat de renovatie van de gevel van het – ooit prachtige – houten pand nog meer geld kost. En weten dat het binnen allemaal meevalt. Zo gaat dat meestal met appartementjes in Oost-Europa. Zo ook in de buitenwijken van het Letse Riga. Maar eens binnen, wanneer je de aanwezigheid van stromend water en een wc-pot bevestigd weet en opgelucht ademhaalt, val je voor de charme van de couleur locale. Lees verder…

Dit schreef Sarah op 3 September 2013 om 21:48 Reeds 3 reacties

Kwekkeboomkroket

Nederland, Zeeland -

Hondenbazen laten hun hond uit, strandbeestenbazen laten hun strandbeest uit. Even uitwaaien met het dier bij het water. De benen strekken, de haren laten wapperen, dagdromen bij de branding. Zeeland is rust. De rust van lange lege fietspaden. Van bomenrijen rond akkers, bloemenbermen voor bijtjes en kwekkeboomkroket. He? Bah! Lees verder…

Dit schreef Sarah op 30 July 2013 om 23:24 Reeds 1 reactie

Theo’s strandbeest

Nederland, Den Haag -

Bij Strandslag 10 in Den Haag stapt een beest over het strand. Zijn vleugels vangen de wind. Hij zuigt zich de longen vol en stapt. Bij het water voelt hij nattigheid en keert behoedzaam op zijn passen terug, weg van de Noordzee. Ooit zal hij zwerven tot Kijkeind en terug. Om dan gelukkig te sterven op de ‘bone yard’ en te verworden tot fossiel. Of hij gaat het schip op, gevangen in een container, naar Japan. Daar houden ze van het beest. Van heinde en verre verzamelen dromers en grote kinderen om deze vreedzame schepsels eenzaam of in kudde van dichtbij te bewonderen. Lees verder…

Dit schreef Sarah op 21 July 2013 om 21:30 Reeds 2 reacties