Laos

Asiatitis

Laos, Si Phan Don -

Weet je wat het is? De weg gaat eindeloos door niets. Langs de Mekong, dat wel. Niet dat je die kan zien. Stapels stof, hopen plastic afval waar men (nog) geen blijf mee weet, maar geen heuveltje in zicht. Je doet een dutje op de gammelbus, schiet een uur later wakker dankzij de onvermijdelijke put in de weg en het landschap is net hetzelfde. Stapels stof, hopen plastic afval, maar geen heuveltje in zicht. Ik moet weg van deze weg. Verder reizen op het water is quasi onmogelijk. Iedereen zweert bij het gemak van highway 13. Het asfalt, een zegen voor de vooruitgang! Weg zijn de boottochten, weg de long tail taxi’s, weg de Mekong cruiseschepen. Wat rest is een handvol snelle jongens die je voor nog snellere vette cash even speedboaten naar de Cambodiaanse grens. Ik dacht het niet. Rest mij nog de brommer. De houten rallykont nog vers in het geheugen en lagere lichaamsdelen gegrift, begin ik met gemengde gevoelens aan een watervallenroute. Ik betaal mopperend de kaartjes voor de toegang naar de ingang, de tickets voor de parking aan de ingang, de biljetjes aan de ingang zelf en tenslotte de verdomde kaartjes voor het resort wat je moet doorkruisen om tot bij het eigenlijke natte natuurschoon te raken. Het toerisme leeft! Maar ik moest weg van die stoffige weg en elk spatje water is een welgekome winst.

Is het het trage ritme van Laos? Misschien, maar niet echt. Is het de gevreesde asiatitis? Vermoedelijk. Na vijf maanden onderweg, voelt het voor het eerst als onderweg naar nergens. Gisteren nog kon ik vol verwondering genieten van de mysterieuze plumeria in bloei, de schoonheid van het menselijke artistieke kunnen en de ongereptheid van een hoopje landmassa’s in een plas vol zonsondergang. Vandaag echter, kijk ik naar het zoveelste guesthouse menu en lees: pancake, hambuzger, flench fies – en ik vraag me af wat ik hier doe. Ik voel, het wordt tijd om verder te gaan en mijn blik te richten op een hele andere kaart.

Route 666

Laos, Vieng Kham -

– We hebben wel geluk gehad, he? Slechts drie lekke banden. Trouwens, die laatste was vlakbij een garage, dus dat kwam goed uit. – Ja, en die eerste konden we de brommer op een dok-dok laden. Dat viel dus ook goed mee. – Ja, we hebben geluk gehad. Die blauwe plek daar zie ik over enkele weken niets meer van. – Wat was dat ook alweer? – Nou, ik slipte in het zand. De brommer ging aan het tollen en toen ramde de voetsteun mijn kuit. Had veel erger kunnen zijn, hoor. Stel je voor, zoek daar maar eens een dokter. Daar was helemaal niets. F*cking middle of nowhere! Hoe gaat het trouwens met je knie? – Oh, die is ontsmet. Dat komt wel goed. Had veel erger kunnen zijn. Levensgevaarlijk, zo’n brommer die zomaar in stuurslot gaat. Dat wil je echt niet meemaken in een bocht. Maar goed dat het ding er helemaal uitgerammeld is. – Ja. Beter zo. De kickstart is eigenlijk genoeg. Meer heb je niet nodig. Wel grappig eigenlijk, die sticker op de flank “electronic starter”. – Ja! Slaat helemaal nergens op. Zeg, doen we nog een biertje Lao? – Mmm lekker. Mijn tanden knarsen nog van het stof. Ik ga, denk ik, die jeans van mij gewoon dumpen, hoor. Die komt nooit meer proper. En moet je die botten zien! – Straks lekker douchen. – Mmm. Doen we eerst nog een Lao? – Goed plan! Was wel een leuke rit, he? – Lachen, yoh!

Route Tha Khaek – Nakai – Lak Sao – Ban Na Hin – Kong Lo – Vieng Kham – Tha Khaek. A.k.a. “The Loop” (circa 350 km) Terrein Asfalt – kiezelbaan – zandweg – rijstvelden (met muurtjes!) – droge en natte rivierbeddingen – keiharde aardeweg met diepe tractorsporen. Voertuig Chinese Yincin 100cc sleurbakjes van ietwat sjofel-nonchalant postuur. Team Yincin piloten Caveman en Houtekont Pitstops Guesthouses en homestay Hoogtepunten Een kleine, iets grotere en een reusachtige grot. De topper is een boottocht door de 7 km lange grot van Kong Lo met haar grillige stalag… (hoe heten die dingen ook weer?). Dit alles temidden prachtige Khammouan karstformaties Sponsors Beer Lao – Toughlick ledercrème.

Kíp khào

Laos, Ban Hat Khai -

De Bundis wonen in een dorpje aan de rand van de Phou Khao Khouay National Protected Area. Het kost wat tijd en moeite, inclusief een lift van een dok-dok, om in Ban Hat Khai te raken. Pa Bundi is de verantwoordelijke voor het eco-project en is maar wat blij met het zongedroogde certificaat aan zijn bamboemuur. Gewapend met zijn English for eco-guides ontvangt hij ons hartelijk in zijn nederig stulpje. Hij toont ons de voorlichtingsposter met de do’s en don’ts van een verblijf in een Lao dorp. Niet dat ik hier topless de rivier zou induiken, de jeugd aan de drugs zou helpen en de glimlachende oude monnik over de bol zou aaien, maar kom. Een voorgelicht man is er drie waard. We zijn voor de gelegenheid getrouwd en hebben jammer genoeg – trieste blik naar de onderbuik – geen kinderen. Er werden in Ban Hat Khai zo’n tiental gidsen opgeleid en een aantal families is voorbereid op de ontvangst van een “falang” in hun midden. Onze bijdrage gaat naar het dorpsfonds, de spaar- en noodkas voor de zestig families die hier wonen. Zo willen ze een alternatief bieden voor de door de, vaak buitenlandse, ketens georganiseerde tours. Het feit dat de enige brug naar Ban Hat Khai het heeft begeven en geen bus hen meer bereikt, komt het project in dit opzicht heel goed uit. Ik heb een donkerbruin vermoeden dat het met die brug nooit meer goedkomt. Gelijk hebben ze.

Alle meisjes en vrouwen van het dorp zijn experts in het maken van kíp khào, de rijstmandjes die zo alomtegenwoordig zijn in Laos. Giechelend om onze nieuwsgierige blik en lens dwingen ze moeiteloos en nauwkeurig de bamboestengels in hun vlechtkeurslijf. Wij gaan op pad voor het betere junglewerk. De gidsen loodsen het bootje vakkundig langs de kronkels van de ondiepe rivier en zandbanken het natuurpark in. We meren aan en begeven ons in de jungle. Het is niet echt om wild van te worden, de reuzebamboes belemmeren een overzicht van het geheel. Lager bij de grond zijn er echter genoeg pareltjes te rapen: mooie zwammen, bizarre witte spinnetjes die wel pluisjes lijken uit hun suikeren naamgenoot, ongelofelijk kronkelende lianen als slingers op een feestje, een grillig netwerk van wortels voor de torenhoge bomen. Aan de Tad Xai vinden we afkoeling van de brandende middagzon een een nekmassage uit de watervaljacuzzi.

Twee kíp khào’s en wederom een ervaring rijker nemen we afscheid van de Bundis en treffen aan de overkant van de brug, die brug-af is, het eerste en enige taxibusje naar “de groote baan”.

Oranje boven

Laos, Vientiane -

Je kent ze wel, de hotelkamers cum balkonnetje met zicht op niets. Nou ja, niets. Laat ons zeggen: met zicht op een muur, wat dakpannen en een diepe stenen kloof tussen twee gebouwen. Niet echt een plek om lekker te zitten, maar wel handig om een wasje te drogen. Tenminste, dat dacht ik toen. Met de broeierige temperaturen van het middaguur en niet het minste spatje wolkentraan in zicht, was ik niet voorbereid op dat ene zuchtje wind. Het is zo, helaas, dat het oranje Mongolië t-shirt in de stenen ravijn is gewaaid en op het golfplaatdakje van de buren is beland. En het is tevens zo dat wederom een nieuw McGyver avontuur zijn aanvang vond.

Het doel van de missie is duidelijk: de bevrijding van het oranje kledingstuk. In het strategie-overleg wordt al gauw een consensus bereikt: de vistactiek, naar het inspirerende voorbeeld van de Vlaamse foorkraam met rubberen pluimvee. In het voor de avontuurlijke reiziger niet te versmaden rampenplanetui vinden we een arsenaal aan mesjes, naalden, draad en andere bricolaria van variabel nut. We kiezen de wapens voor de strijd en de creatieve hersenspinselen vieren hoogtij bij het ontwikkelen van de Freedom Angler 2000, een ingenieus staaltje vistechnologie.

Kapitein McGyver leidt de missie en waagt zich aan de rand van de duizelingwekkende diepte, gewapend met niets dan moed en de Freedom Angler 2000. Zijn lieftallige assistente Joyce Dolittle houdt de adem in. De spanning valt te snijden. Het experiment levert helaas niet het verwachte resultaat op. Terug in het laboratorium wordt na een tweede strategie-overleg werk gemaakt van de ontwikkeling van de Sticky Bottle Bomb 2000, spitstechnologie in de elitaire cirkels van de kleefwetenschappen. Na een minutieuse herpositionering van het oranje shirt naar een meer strategisch gelegen punt vangt de Freedom Angler 2000 niet langer bot: oranje boven!

Deze missie volbracht, trekken Kapitein McGyver en zijn lieftallige assistente Joyce Dolittle erop uit om de met vriesdood bedreigde Bia Lao te bevrijden uit de klauwen van het koelingsapparatus. Gewapend met niets dan moed en de Bottle Opener 2000 wagen zij zich wederom onbaatzuchtig aan een adembenemend avontuur. Wat zou er geworden van onze planeet zonder deze heftige helden?