Letland

Bloemetje erbij

Letland, Riga -

Je moet voorbij de kreupele trap bij de voordeur kijken. Begrijpen dat een afbladderende hal opfrissen geld kost. Dat de renovatie van de gevel van het – ooit prachtige – houten pand nog meer geld kost. En weten dat het binnen allemaal meevalt. Zo gaat dat meestal met appartementjes in Oost-Europa. Zo ook in de buitenwijken van het Letse Riga. Maar eens binnen, wanneer je de aanwezigheid van stromend water en een wc-pot bevestigd weet en opgelucht ademhaalt, val je voor de charme van de couleur locale. Het salon met kitscherige decoraties die bij de retro- en vintageboeren van de Kloosterstraat als zoete broodjes over de toog gaan, de bibliotheekkast met Russische klassiekers, het no nonsense fornuis met gasfles, de torenhoge briketten die koude winters doen vermoeden. Het hout in stapeltjes bij de kachel, de kleerkast vol dikke wollen winterjassen. Het vleugje authenticiteit. Dat is het leuke aan het huren van een seizoenappartement. Ongestraft in de kasten van een ander kijken, keukenschuifjes opentrekken en bedenken dat oma vroeger ook Lets moet zijn geweest. Ze had hetzelfde aardappelmesje, hetzelfde lepeltje. Bij het rommelen tussen het oud papier bij de haard komt een exotische woordenschat op je af. Je winkelt in de markt om de hoek. Neemt de tram met de locals. De mensen die je raam passeren zijn de buren, niet de toeristen in de aanval met een smartphone en een camera. Daar kom je er nog genoeg van tegen, wees gerust.

Riga staat op de kaart, is in 2014 culturele hoofdstad van Europa, heeft haar plaatjesmenu’s in drie, vier talen en denkt al in de euro, al telt ze nog even met de Lat. De gloednieuwe Nationale Bibliotheek van Letland staat in de startblokken. Zo Oostbloks is het hier niet meer, althans niet in het centrum. Riga heeft de brug geslagen tussen het oude en het nieuwe. Vrij van het Russische juk sinds 1991, lijkt het met open armen de intrede tot Europa te verwelkomen.

De feestneuzen komen hier voor een wilde vrijgezellennacht, een laatste uitspatting voor het huwelijksbootje. Hier in de sex capital of Europe wacht hen een erotisch nachtbraken dat wij vooral in advertenties en waarschuwingen geopenbaard zagen. Allicht zijn er wijken en anonieme gevels waarachter dit soort orgieën zich ontplooien, maar we hebben er niet veel van gemerkt. Dat er een uitbundig nachtleven is, alla, dat merk je al snel aan de eindeloze lijst cocktails, de shot bars met schnaps per strekkende meter, de stoere barmannen en beren van buitenwippers in hippe kroegen. Het feest begint niet voor de vroege uurtjes. De happy hours vullen de leemtes. Het bier vloeit rijkelijk. In de kroegen, maar ook op de vele pleintjes waar elk podium zijn toegewezen tijd heeft voor een streepje live muziek.

Riga heeft de grootste concentratie art nouveau in Europa. De stad werd grotendeels gespaard van bombardementen en er werden investeerders gevonden voor het restaureren van de vele monumentale panden. Doorheen de hele stad vind je sporen van de art nouveau, van zo goed als nieuw tot op de draad versleten. Soms geconcentreerd in sjieke straten, maar ook hier en daar tussen moderne gebouwen hebben tempels van de art nouveau de tijd doorstaan. Het zijn de getuigen van een wereld vol godinnen met krulletjes, boogjes, plantjes en franjes.

Een stille getuige van een veel koudere wereld is het gigantische art nouveau pand op de hoek van Stabu Ila. Het is het voormalige KGB-gebouw. De deuren blijven gesloten. Binnen is alles zoals het was. Met een beetje fantasie hoor je nog de kreten in de verhoorkamers. Een simpele gedenkplaat herinnert aan dit donkere verleden. Er zijn plannen om het gebouw open te stellen voor het publiek als informatiecentrum over de Koude Oorlog. Het zal het pand alleen maar ten goede komen. Deze plek vraagt om heling. Een ander opvallend gebouw is de ‘bruidstaart van Stalin’, de Academie voor Wetenschappen. Het was een geschenk van het Russische volk aan Letland. Een geschenk dat Letland zelf heeft mogen bekostigen. Zo ging dat met nationale geschenken.

Riga is ook groen. Groen als in ecologisch en bio. Het wemelt van de labels organic, slow, natuurlijk en biologisch. Of het nu gaat om een broodje gezond of een stuk handgemaakte zeep. Maar het is ook een groene stad, een stad van parken en perken. De Let houdt van zijn bloemen. Een onpaar aantal in een boeket voor elke gelegenheid. Omdat je iemand ophaalt aan de luchthaven, omdat je gaat lunchen met een vriendin, omdat de poes van de buurvrouw jarig is, of zomaar. Bij elke kiosk vind je wel een bloemenvrouwtje. Ook bij de kerkhoven van Riga. De graven liggen kriskras in een park, omringd door bomen en planten, soms bijna overwoekerd. Vaak met een bankje naast de steen, een rustplek voor zij die achterbleven.

Voor zie die het leven lieten voor Moeder Letland tijdens WOI en de daaropvolgende Bevrijdingsoorlog, is het monumentale Broederkerkhof in ere hersteld. Tijdens de Russische overheersing werden de namen van hun grafstenen gepolijst en werden de stenen herbruikt voor het bergen van Russische soldaten. De ‘foute’ botten werden ondertussen verwijderd, naar een apart kerkhof verkast en de Letten mogen nu eindelijk rusten in vrede.

Met de blik vooruit, trots op het verleden. Trots op de oude tradities, folklore en symbolen. De zelfgebreide sok loert nooit ver om de hoek en zelfs de stadse deerne dwingt geduldig het geblondeerde haar in duizend vlechten. De moderne kunstgalerij toont combinaties van oude technieken en moderne materialen, of oude materialen en moderne technieken. 3D macramé zou hier niet misstaan.

Rond Riga valt ook veel te ontdekken. We gaan met Gazelles en een gids op tocht. Langs het oude industriële gebied, de drukke haven met tankers, containers en reusachtige cruiseschepen. Langs groen omringde meren, over treinsporen en bultige fietspaden. Totdat de Baltische Zee onze fietsen doet stranden bij Vecaki. Een duik waard.

We waren tien jaar samen onderweg. In de schaduw van de Gertrudekerk werd deze mijlpaal bezegeld met drie gangen en koffie met. Daar hoort een bloemetje bij, dacht de Let.