Noorwegen

Missie Midøya

Noorwegen, Oslo -

Dit was een reis met een missie. Jaren geleden stak grote broer zijn neus diep in het alfabetische register van een reusachtige atlas. Bij de letter M vond hij wat hij zocht:  de plaatsnaam Mia. De coördinaten brachten hem helemaal boven op de kaart naar een piepklein eilandje aan de Noorse kust. Daar ligt het eiland met de naam van een veel te vroeg gestorven moederbeer. Onze moederbeer, Midøya, Mia in het Engels. “Zus, laten we daar samen naartoe gaan. Een missie, een eerbetoon aan mama! Wij samen, broer en zus”. Zijn voorstel botste op een koude muur. De rouw was me nog te rauw. Er werd nog gestreden om het huis waar wij onze kinderjaren sleten. De erfenisperikelen sleepten aan en vonden slechts moeizaam een oplossing. Een oplossing die er eigenlijk geen was. Wij hadden een strijdbijl begraven, maar de vredespijp werd nooit gerookt.

Het was jaren later in Ulaangom, in een Mongools internetcaféetje, dat ik mijn gedachten opnieuw richting noordelijke fjorden en Midøya liet dwalen. Een bericht van grote broer had me aangenaam verrast: “Op één september ga ik een half jaar in loopbaanonderbreking. Yes!”. Ik schreef meteen terug: “Staat Mia nog in jouw atlas?” We namen de draad weer op waar hij ons was ontglipt, bij een afscheid in pijn en dierbare herinneringen die zelden werden verwoord.

Nog later, ik thuis na een tocht door China en Mongolië en grote broer in de hangmat van de loopbaanonderbreking, kregen de plannen rond het mysterieuze eilandje een gelaat. We zouden in februari gaan, mama was ook in februari gegaan. We zouden op het eiland aan het water samen een ritueel uitvoeren. Wat dat ritueel zou worden was ons niet helemaal duidelijk. Dat zou later wel vorm krijgen. We moesten ons eerst en vooral een paar praktische vragen stellen. Kunnen we op het eiland geraken? Ook in de winter? In een Noorse Winter? De toeristische dienst van Noorwegen had nog nooit van het eiland gehoord. Sommige Noren gelukkig wel. Op Couchsurfing, een site van reizigers voor reizigers, vonden we een antwoord op onze vragen en ook onderdak hier en daar. Ik had ergens gelezen dat de treinrit Oslo-Bergen een van de mooiste treinritten in Europa is. Grote broer wist over het bestaan van de talrijke veerboten en een Jugendstilstad. En zo werd de missie een reisplan. Kort, maar krachtig. Koud en prachtig. Zo zou het zijn. Maar niet op dag één. Dag één moesten we met een slof duty free rookwaar, dat wel, maar zónder airmiles terug richting Antwerpen. Een onverwacht hevige sneeuwval en een plotse daling van het kwik had Gardemoen Lufhavn doen opschrikken. Landen in Oslo zat er niet meer in. Heel even doemde de vraag op of ons reisplan wel zo doordacht was. Wat hadden wij nou verstand van extreme klimaten? Wat wisten wij nou helemaal van dat kille noorden? Het antwoord kwam op dag twee in Oslo. Zoveel sneeuw had ik nog nooit in een stad gezien. Wel ooit op een skipiste in de Rocky Mountains, maar daar verwacht je dat ook. Het was flink koud, -10°. Ik had er maar goed aan gedaan thermisch ondergoed en waterproof laarzen in te pakken. En laagjes: truitje over een truitje over nog een trui over een dikke trui. In de wol van kop tot teen. De Visakaart bleek ook geen overbodige luxe. Een avondje uit eten, met het obligate flesje wijn en hier en daar een schnaps, kost een flinke zak Noorse duiten. Niet zo met koffie. Van de Europeanen drinken de Noren de meeste koffie per capita. Iedereen loopt met een warme beker door de koude straten. Van de Couchsurfer Thor in Molde krijgen we elk een exemplaar typisch Noors culinair erfgoed: een thermosmok die je in januari voor 100 Kronen koopt bij een keten. Tot december laat je die dan gratis bijvullen, bij de juiste keten wel te verstaan. Ook zonder die mok wordt de koffieslurper lekker in de watten gelegd: een koffie betalen en dan gratis bijvullen. Daar hoort een mierzoete pannenkoek bij.

De treinrit Oslo-Bergen deed haar reputatie alle eer aan. Gedurende zeven uur glijden we comfortabel door prachtige desolate sneeuwlandschappen. Een kudde elanden in een open vlakte is lange tijd het enige teken van leven in dit afgelegen wit. Op de bomen en de daken rust een kniediep maagdelijk sneeuwtapijt. Reusachtige meren gaan gebukt onder een zwaar ijsdeken en tonen slechts hier en daar, in de barsten en scheuren van botsende ijsplaten hun ware, blauwe kleur. Dit is magisch winterwonderland. De trein houdt halte aan een onooglijk stationnetje onder de ijspegels. Een postzak belandt op het perron. Enkele passagiers stappen uit en klikken zich meteen vast in hun ski’s. Niet voor de sport, gewoon als transport. Gedachten dwarrelen in mijn hoofd als de witte vlokken rond de trein. De sneeuw en al dat wit brengen stilte en rust. Magisch winterwonderland.

Bergen is een studentenstad en dat voel je meteen. Bruine kroegen, nieuwe galerijen, hippe logo’s en jonge gezichten brengen de stad tot leven. Op de zolderkamer van Bjarte bevinden we ons in het gezelschap van studenten. Elk met een laptop op schoot, luisterend naar hippe muziek uit een reusachtige installatie, vertellen ze enthousiast over hun muziek, de graffitikunst op de gevels van Bergen, de kroegen en de uni. De Couchsurfers bieden ons met plezier hun slaapkamer aan. Om het ons makkelijk te maken, maar ook omdat ze nachtsurfers zijn en tot vroeg in de ochtend op de bank willen hangen. Worden wij oud? Misschien, maar ook rustiger. We genieten van het uitzicht boven op de berg boven Bergen en kuieren een hele dag door boeiende museumhallen. De schreeuw van Munch in Oslo hebben we niet gehaald, daarvoor liep dag één niet echt als gepland. Maar ook de onbekende kunstwerken uit het noorden kunnen ons bekoren.

Grote broer had het goed gelezen over de talrijke veerboten. Er zijn veel Noorse veerboten die elke haven verbinden met weer een volgende, elk eilandje met het vasteland. Maar om de Hurtigruten Trollfjord nou een veerboot te noemen…De boot telt negen verdiepingen, met vasttapijt, bars, restaurants en een glanzende discodansvloer. Het is een drijvende Hilton! Kers op de taart is de sauna met zicht op de fjorden en de jacuzzi op het bovendek. Een passagier trotseert de kou en de snijdende wind voor het obligate vakantiekiekje terwijl wij lekker liggen te dobberen in een stomende kuip. Heerlijk absurd! We genieten na met een veel te dure mojito terwijl een Noorse schone “Show me the way to Amarillo” over de golven doet deinen, onze eigenste Pacific Princess. Captain Stubing loodst ons veilig door de donkere fjorden naar de Jugendstil van Ålesund.

Sierlijke krommingen, ovalen ramen, ornamenten met bloemen en dieren getuigen doorheen heel het stadje Ålesund van de Jugendstil die hier neerdaalde na een alles verwoestende brand in 1904. In enkele jaren tijd werd de hele stad herbouwd in deze typerende stijl. Ook hier kan je na een kleine klimpartijover gladde sneeuwtrappen genieten van een panoramisch zicht over de baai. Ook hier weten de daken en straten zich bedekt door een dik sneeuwtapijt. Wit is de rode lijn door dit februarilandschap. Tot hier hadden we het reisplan concreet gemaakt: de vliegtickets, treintickets en de kajuitreservatie. Ondertussen – lang leve het internet – hadden we wel contact gehad met Thor in Molde. Hij had begrepen dat we Midøya wilden bereiken en kon ons er naartoe brengen met de auto. We nemen in Ålesund de ochtendbus naar Molde. Het verbaast ons dat gewone auto’s deze wegen kunnen trotseren. Misschien wordt er wel sneeuw geruimd, maar met de aanhoudende nachtelijke sneeuwval is het vechten tegen de bierkaai. Wanneer we de volgende dag aan de autotochtbeginnen wordt een en ander duidelijk. De autobanden hebben spijkers en de auto heeft een een antislipsysteem. Gooi daar nog een flinke portie Noors lef bovenop en dan rijd je aan tachtig per uur over spierwitte wegen. “No problem,” knikt Thor vanuit zijn schaatsende Mondeo. De bruggen van de Altantic Ocean Road doemen op als schanspistes en lijken de weg op te lossen in het duistere niets.

We zijn nu heel dicht bij het doel van de reis, het ritueel aan het strand. Mondjesmaat zoeken we toenadering tot een herinnering aan mama. We vertellen onze gastheer over de de letter M in de reusachtige atlas, over het kruikje met de as in onze bagage, maar ook over de strijdbijl die we moesten begraven. Het bier en de aquavit loopt vlotjes binnen en woorden vloeien mee met de stroom. Niets belandt nog tegen een koude muur. Het is allemaal warm en spontaan tot diep in de nacht aan een ronde tafel. Een dag later, twee veerboten en een brug verder, staan we op haar eiland. Een prachtige berg met een tepeltje rots er bovenop domineert de kleine landmassa. Elke nieuwe baai brengt een nog mooier vergezicht. Onderweg, naast herberg Thuishaven de Hoop, trekt een klein strandje onze aandacht. Zonder woorden, zonder aarzeling, alsof dit altijd zo bedoeld was, beginnen grote broer en ik stenen te rapen. In de witte sneeuw schrijven we met zwarte stenen een naam. Drie letters met een mooie punt op de i.  Zo was ze wel. Vier handen van hetzelfde bloed schudden zachtjes de kruik leeg. De as vindt een weg in het deinende Noorse water. Hier mag ze rusten. Een vredespijp proefde nooit zo lekker.