Spanje

Caracoles

Spanje, Andalucia -

We waren laatst weer eens naar onze verre zuiderburen. Eigenlijk bijna onze Afrikaanse neefjes want zwem je een rots verder, dan zit je in Marokko. Niet dat er daar veel gezwommen wordt. De oversteek gebeurt eerder in obscure lekke sloepen of zelfgemaakte badkuipen door een radeloze groep vluchtelingen op weg naar Fort Europa. Dit even terzijde. Onze overtocht was iets minder roekeloos. De vliegtuigwieltjes raken de tarmac en je ziet de hitte al sidderen boven de horizonlijn. Eens buiten met pak en zak slaat de zonnehitte je in het gezicht. Het is hier warm, erg warm. Welkom in Malaga, Andalucia. Land van de flamenco, de sherry, de paarden en de tapa’s.

De borstels van de carwash zijn nog niet goed uitgedraaid of de gloednieuwe VW Polo rolt al van de band. De sleutels vallen in mijn hand en even voel ik me de koning te rijk. Slechts 4000 km op te teller van deze fijne wagen. Omdat ons oud zwerfbusje thuis wel eens een zweepje vereist bij de koude start, geef ik ook deze bak een forse duw op het gaspedaal bij het vertrek. Met gierende banden verlaten we het verhuurkantoor. Minimaal verzekerd maar breedlachs op weg naar base camp, Los Caracoles zo’n 60 km ten noorden van Malaga, 15 km landinwaarts op een heuveltop. Kim en Carlos runnen dit verwenadres. Het is een verzameling ronde huisjes, net slakkenhuisjes – vandaar de naam. Grillige cactussen en prachtige bloemen sieren de weelderige tuin. Vanuit het zwembad heb je een mooi zicht op de bergen en de Middellandse Zee. Omdat je hier boekt met Eliza Was Here, zijn de andere gasten allemaal Nederlanders. Dit even terzijde.

De eerste dagen gaan lekker slow motion: van het slakkenhuisje naar het zwembad, van het zwembad naar de siesta, van de siesta naar de tafel, van de tafel naar de bar, van de bar naar het terras voor het slaapmutsje. Maar bon, een mens wordt al eens nieuwsgierig en wilt op verkenning. Trekpleister bij uitstek is uiteraard de Morenburcht het Alhambra in Granada. Dit architectonisch pareltje puilt uit van de mozaiëken en steenmandala’s. Menig beiteltje heeft zich zwetend een weg gebaand door klompen steen om deze wonderlijke vormen tevoorschijn te toveren. En het gaat zo maar door. De ene zaal nog rijkelijker versierd dan de andere, van de vloer onder je zolen tot het plafond hoog boven je hoofd. Maar ook de tuinen getuigen van een gevoel voor esthetiek: alles symmetrisch, alles harmonieus.

Maar ook de natuurparken in de regio verdienen een nadere ontdekkingstocht. De pareltjes hier, niet door beitel en hand bewerkstelligd, maar door de grillen van moeder natuur, zijn al even wonderlijk. Tussen de indrukwekkende rotsformaties van Parque Natural El Torcal waan je je in een spaghettiwestern. Wild Bill loert om de hoek. De roofvogels cirkelen boven onze hoofden. En er is natuurlijk ook de Sierra Nevada. Na duizend bochten bereiken we het bezoekerscentrum waar we, volgens het 15-jaar oude wandelgidsje, het startpunt van een prachtige wandeling zouden moeten treffen. Niet dus. We lopen een half uur elke kant uit – en terug – en houden het voor bekeken. Het bezoekerscentrum geeft geen geheimen prijs. Zelfs geen brochuurtje. Na de tweede poging om het vertrekpunt te vinden is het gebouw zelfs gesloten: de alomtegenwoordige siesta. De ijskoude cola uit de automaat op de veranda brengt wat troost. Totdat de schroeiende zetels van de Polo onze billen weer verhitten en we dit oord langs evenveel duizend bochten achter ons laten. Noteer: controleer publicatiejaar van een wandelgids!

Deze streek is mooi, maar ook lelijk. Er is de ijskoude sneeuw die tot laat in de lente de bergtoppen van de Sierra Nevada omhelst, maar er is ook de onverbiddelijke hitte van de zon die op het middaguur je autootje tot microgolfoven maakt. Er is de uitgestrektheid van de dorre valleien, maar ook de opeengepakte stapels betonnen toeristentorens die de kustlijn bevuilen. Er is het authentieke platteland met de aloude tradities, maar ook de kortgerokte dienster die me in het Hoogduits een biertje serveert. Het is maar wat je wilt en wat je ziet. Of niet ziet.

Ik prevel binnensmonds nog een gebedje voor een behouden thuiskomst. De wieltjes van het vliegtuig verlaten de tarmac. Andalucia wordt een legpuzzel onder ons en ergens op het water, hier een rots vandaan, dobbert stil een groepje vluchtelingen in hun badkuip te wachten op verlossing.