Tsjechië

Groene parel achter het IJzeren Gordijn

Tsjechië, Sumava -

In een land waar er bergen vlees worden geserveerd is het verdomd moeilijk een slager te vinden. Het is ons niet gelukt. Stapels worsten en kippen liggen voor het rapen in de supermarkt, maar een lapje vlees? Ho maar. We wagen ons aan een rozige rol uit het vriesvak. Het lijkt gehakt, maar het blijft een gok. In dit land van sportvissers kan het net zo goed een pak aas zijn. Het plaatje op de verpakking is niet echt verhelderend. Zijn het gehaktslierten of wormen? De rol ontdooit en Kees tovert gehakballetjes in de pan. We spoelen dit kleine avontuur door met een grote pils, de oerpils aan 2 eurodollars per liter. Welkom in Tsjechië.

Langs de dorpen en akkers van het Duitse Beieren bereiken we de grens van het voormalige Oostblokland. En dat merk je meteen. Landbouw en dorp gaan in Duitsland nog hand in hand met het Beierse Woud, aan de Tsjechische kant van het woud is geen (land)bouwsel te bespeuren. Tijdens de communistische overheersing was een groot deel van het Boheemse woud decennialang verboden terrein. De communisten beweerden hierdoor CIA- en FBI-spionnen en kapitalistische indringers te kunnen tegenhouden. De bevolking zag het eerder als een wapen tegen de mensen die het land wilden ontvluchten. Wat ook de drijfveer was voor dit verboden gebied, het resultaat vandaag is een prachtig natuurgebied – het Sumava Nationaal Park – met slechts hier en daar een dorpje. De bomen zijn hier baas.

“Volg de blauwe markering van het autokamp naar het station van Horní Vltavice, zo’n 500 meter van de weg. Neem daar de trein naar Kubova Hut en start de ‘Celtic Trail’ bij het station.” Klinkt makkelijk. We vinden de weg, we stappen 500 meter. En nog 500, en nog een keer. Geen station te bespeuren. Deze grindweg met autosporen is nochtans de enige weg. Naast ons niets dan steile bomenbermen. Het treintje gaat over tien minuten. Het volgende treintje pas over dik twee uur. We keren terug op onze passen. Naast ons niets dan steile bomenbermen. Steile bomenbermen met – he kijk! – een paadje… met een blauwe markering! Hoe kan dat nou? Een station in the midden van het bos? Het treintje gaat over vier minuten. We kijken elkaar aan, brullen een strijdkreet met een vloek erachter aan en rennen de berg op. We razen als gekken door het bos, daveren nog na op onze adrenalinebenen, happen naar lucht voor onze brandende longen, maar we halen het. Aan de eenzame mijlpaal komt de diesellocomotief met twee wagonnetjes tot stilstand.

Tsjechen zijn vissers. Langs de oevers van het Lipnomeer en in het het merengebied rond Trebon zit jong en oud bij de oever met de hengel in de aanval. In de 16e en 17e eeuw werden de meren rond Trebon kunstmatig aangelegd voor het kweken van karpers. Het is de geliefde vis van de Tsjechen die niet mag ontbreken op het Kerstmaal. Dagen voor Kerst wordt de vis in de badkuip bewaard en spelen de kinderen met het nieuwe huisdier totdat de karper in de pan belandt en de dronken oom op de spoed. Elk jaar rukken de ambulanciers massaal uit om de karpereters, die zich verslikken met de vele fijne karpergraten, te redden uit de (dronken) nood.

Tsjechië zou Tsjechië niet zijn zonder de talloze marktpleinen, paleizen en kastelen. De Habsburgers, de Pruisen, de… ach, zowat elke historische clan heeft hier wel een burchtje, kerk of klooster neergepoot. Mede dankzij de toetreding tot de Europese Unie is er een budget om dit erfgoed te restaureren en tentoon te stellen. Cesky Krumlov loert dan al gauw om de hoek. Dit historische stadje – meer een openluchtmuseum – lokt busladingen vol Japanners, Chinezen en Amerikanen voor een daguitstap vanuit Praag. Wanneer de laatste bus vertrokken is, is het terrasje aan de Moldau een heerlijke hangplek. Voldaan fietsen we naar het autokamp, een schril contrast met het oude stadje. We logeren in kamp zonnepaneel.

Geïnspireerd door de romantische avonturen van de eerste pioniers in het Wilde Westen of op de vlucht voor de sociale controle in de stad, gingen de Tsjechen naarstig aan de slag met het bouwen van een’chata’, hun variant van de Russische ‘datsja’, het buitenhuisje. Ironisch genoeg rezen deze voornamelijk houten bouwsels als paddenstoelen uit de grond en werd de chata-cultuur een massaverschijnsel. Gezellig samen op de vlucht. Tijdens de jaren ’80 brachten de Tsjechen gemiddeld 100 tot 120 dagen door in hun chata. Tegenwoordig verhuren veel Tsjechen hun appartement in de stad aan toeristen en zomeren ze bij de bbq, de pils en de vishengel in de blokhut. Natuur en vrije tijd, twee handen op één buik.

In de jaren ’80 van een andere eeuw ging het er anders aan toe. De Europese aristocraten en jetset van de 19e eeuw trokken naar de hotels en paleizen van neoclassistische kuuroorden in de West-Bohemen. Voor de heilzame werking van de mineraalbronnen, maar evenzeer voor de romantische ritjes in de paardenkoets, de roddels, de weldadige maaltijden en decadente feestjes. Het elegante Mariánské Lázne (D:Marienbad) getuigt van dit verleden. Welgestelde gepensioneerden slenteren langs de Collonade, drinken uit porseleinen kruikjes van het helende bronwater en flaneren dat het een lieve lust is. Tot een uur of zes. Dan trekken ze naar het buffet van hun sterrenhotels, luisteren nog een uurtje of wat naar een plaatselijke crooner in de pianobar en dan is het bedtijd. Het kuuroord bij avond is een promenade van verveling. Er valt op straat niets, maar dan ook niets te beleven. We koesteren de herinnering aan de stoeltjeslift naar de top van de Klet´ en rotsen vol legende.

Mijn god, laat ons oud worden zonder pianobar.

Praha

Tsjechië, Praag -

Ik had zowat alle last minute zonnewarmte opgezocht. Zonder succes. De Canarische Eilanden waren volgeboekt. Op La Gomera was nog een huisje te krijgen, maar geen vlucht. Dat schiet ook niet op. Israël stond – achteraf gezien maar goed – niet op mijn lijstje. Een weekje Cuba zou al direct een paar klompen goud gaan kosten. Dat vond ik erover. Zon met kerst zou niet lukken, zoveel was duidelijk. Dan maar gaan citytrippen. Praag stond nog op het verlanglijstje. Snel naar de bib voor wat reisgidsen en naar de kampeerwinkel voor schapenwollen thermisch ondergoed. De zonnecrème blijft in de kast.

Met Sky Europe ben je vanuit Brussel op een dik uur in Praag. Een bus- en metrorit later lig je op een *****bedje aan de Moldau. In Praag is het echt wel kerst. Het plein in de oude stad is één grote kerstbal. Houten poppetjes, kitscherige kristal, smeulende worsten, zoete broodjes, geroosterde kastanjes, blauwe engeltjes, een orkestje met hoempa-muziek inclusief dansende vlechtjes. Het kan niet op. Wat ook bij een Praagse kerst hoort is een klassiek concert in één van de vele kerken en concertzalen. Het aanbod is enorm. We kiezen voor een concert in het beroemde Rudolfinum, thuis van het even beroemde Tsjechische Filharmonisch Orkest. We rollen van het ene beroemde aria in het andere, worden meegesleept in een theatrale Dvorak en walsen tenslotte de monumentale concertzaal uit op de noten van Stille Nacht.

Praag zou Praag niet zijn zonder de Art Nouveau en Jugendstil. Overal vind je fraaie stijlelementen van deze beweging: een prachtige mozaïek op een gevel, geometrische lusters in een koffiehuis, glasramen in een kathedraal. We genieten van deze pracht in het oude raadhuis, U Obecni Dum, waar niet minder dan drie restaurants pronken met de parels van dat tijdperk. De prijzen zijn helaas van een nieuwer tijdperk. De goedkoopste fles wijn op de kaart kost algauw 2000 Kronen. Gelukkig zijn er in de minder toeristische wijken van Praag nog eenvoudige restaurantjes die de simpele maar heerlijke Tsjechische keuken op je bord brengen. Daar horen steevast knoedels bij. En varkensvlees. En een Becherovka die je lekker opwarmt alvorens je weer de ijskoude straat opmoet.

In een niet zo ver verleden bracht ik de werkuren door in een bibliotheek. Wanneer ik de kans krijg om deze historische werkplekken te bezoeken, laat ik die niet links liggen. Het Strahovklooster herbergt twee zulke zalen die uitpuilen van de barokke overdaad. Hier te zitten op een fluwelen stoel met een spannend boek in de hand. Of weg te mijmeren bij een van de vele globes die een oude wereld in kaart brachten…

De nieuwe tijd laat zich bewonderen in de Galerij van Praag, waar vooral het kubisme en het realisme van de Tsjechische kunstenaars je bijblijft. De nieuwste tijd is neergepoot in de vorm van een dansend gebouw, ook wel Ginger & Fred genoemd. Ik word er niet echt warm van. Geef mij maar de prachtige huizen langs de oever.

Ironisch genoeg moet je eerst de trapzaal van een van de vele casino’s door alvorens je het Museum van het Communisme bereikt. Hier zijn de ondergesubsidieerde stoffige zalen bevolkt met stenen beelden van voormalige helden als Lenin, Marx en Stalin. De interieurs van een winkel (zonder voorraad), een klaslokaaltje en een verhoorzaal van de geheime politie brengen je in de sfeer van een niet zo ver en somber verleden. Een documentaire schetst een beeld van de studentenrevoltes en de Fluwelen Revolutie. Aan de terreur kwam een einde en Jan Palach is nu een plein.

Praag is een mooie en boeiende stad. Ze doet denken aan St.Petersburg met haar statige brede boulevards, maar ze is beter onderhouden. Ze doet denken aan Moskou, maar de mensen zijn iets minder grauw. Ze heeft niets van een last minute zonnig eiland. Al heeft de sauna met panoramisch zicht op 25 hoog wat dat betreft een en ander goedgemaakt. Vijf lagen kleren op een hoopje, poedelnaakt Becherovka uitzweten. De zon denk je erbij.