De ronde van Dali

China, Dali -

Gewoonlijk wordt er onderweg even een sanitaire stop voorzien aan een tankstation of een restaurantje. Op weg van Lijiang naar Dali stopt het busje aan een megahal waar achter glazen vitrines alle mogelijke (nep?)edelstenen worden uitgestald. Massa’s toerbussen, Chinezen netjes in rij achter de man met het vlaggenstokje, worden hier gedropt voor een unieke winkelervaring. Ik baan me een weg langs de jade, kristal en turkoois op zoek naar de zuiverste porselein van de plasbak. Het oude centrum van Dali wordt omwald door de antieke stadsmuren en poorten. Binnenin is het een bonte verzameling van souvenirwinkeltjes en Heineken logo’s. We huren twee mountainbikes en gaan op ontdekking buiten het stadje. Enkele kilometers buiten Dali ligt het Erhai Meer. Volgens de gids kan je een toertje maken rond het meer in een zestal uren. Aan de overkant van het meer zijn ook zat dorpjes die je per boot terug naar Dali brengen als je genoeg hebt van de trappers. We fietsen langs talloze rijstvelden door kleine, haast verlaten dorpjes. Om de punt van het meer te bereiken zijn we toch al een drietal uren aan het fietsen. De zadelpijn komt genadeloos opzetten. De zitjes van de mountainbike zijn bikkelhard en hels voor de ongeoefende bips. Ik schuif weer eens een paar centimeter de andere kant op, op zoek naar een nog ongeschonden stukje zitvlak. Het wordt duidelijk dat een rondje rond het meer in een dagtrip niet te verwezenlijken is. De weg wordt steeds hobbeliger en gaat al lang niet meer plat, zelfs niet meer vals plat. De zon brandt meedogenloos op het blanke vel en de rustpauzes volgen zichzelf steeds sneller op. En waar zijn die dorpjes met de bootjes die een overzet aanbieden? Een slimme visser biedt ons een overtocht aan voor 800 yuan (zo’n 80 euro). We grijnzen even en banen ons verder een weg langs de hel van het oosten. Nog een uurtje rijden en dan komt de redding van Wanse, zo denken we. Op het kaartje staan toch duidelijk enkele stippellijnen vanuit Wanse over het meer. Daar moet toch een bootje varen! Niet? Niet dus. Het is ondertussen vijf uur, we worden al zeven uur gemarteld door een skai billenplankje en zijn misschien slechts 60 kilometer gevorderd. De zon brandt zonder erbarmen op de ondertussen kreeftrode armen. Dit schiet niet op. De tuktukman even buiten Wanse heeft geluk vandaag. Hij brengt ons voor een stapeltje yuan naar Haidong, laat de enige ferry over het meer op ons wachten en verlost ons uit de hel van het oosten. Nog nooit gaf een Heineken logo me zoveel troost.

Dit schreef Sarah op foto's