De zeespiegel, zonder paardjes

China, Xiamen -

Het wordt steeds duidelijker dat we de uitgestelde reisplannen voor Noord-Sichuan maar voorgoed moeten opbergen. Waar er eerst slechts mondjesmaat informatie over de aardbeving binnensijpelde, word ik nu bijna apatisch door de alles overwoekerende media-aandacht voor de ramp. Alle zenders brengen bijna uitsluitend nieuws over de laatste ontwikkelingen in de verwoeste regio. Tot in den treure toe worden dezelfde beelden herhaald: de premier -opa Wen- die met opgeheven vuist het volk moed inspreekt, het kind met de teruggevonden schooltas, de wroetende groep reddingswerkers die er allemaal willen bijzijn wanneer er weer een nieuw slachtoffer vanonder het puin wordt gehaald, de massale geldinzamelingen, de innige deelnemingen van de bevriende naties, de moeizame evacuaties uit de afgelegen dorpjes, de waterflesjes gedropt uit een helikopter, het licht aan het einde van de tunnel. Er werd een erg dramatische clip gemaakt voor de intro, inclusief herkenningsmelodie. Het doet op een of andere manier erg Amerikaans aan. Hoe de reddingswerkers worden geportreteerd doet me erg denken aan de beeldvorming rond de brandweerlui van 9/11. Met het grote verschil dat er hier steeds een stelletje hoge pieten wordt bijgehaald die het verhaal mogen doen en met het wijsvingertje commando’s geven terwijl de helden er als makke schaapjes ja-knikkend bijstaan. “We gaan eerst alle mensen redden!!!”, zegt de commandant tegen een lange rij soldaten. En hij rammelt het partijnoodplan naadloos af. Ik zou zeggen, laat die mannen ondertussen misschien mensen redden?? Neen, bij alles hoort een protocol en het vertoon van het daadkrachtige beleid van de partij. Maar het moet gezegd, hier zijn de nieuwe helden van het moederland in de maak. Talloze gebouwen staan op instorten, het regent naschokken en toch gaan zij gewapend met niets dan een helmpje en een stevige gymschoen het puin in op zoek naar overlevenden. Wij moeten, gelukkig, alleen maar op zoek naar een nieuwe bestemming.Ik blader wat door een geleende reisgids uit 2004 (Veerle, ik had de nieuwe Trotter toch moeten meenemen! Hier vind je niets) en laat mijn oog vallen op Xiamen met voor haar kust ‘de tuin van de zee’, het romantische Gulangyu Island en in het achterland het Wuyishan berggebied. Xiamen heeft iets van het Britse Blackpool of van een uit de hand gelopen Blankenberge, maar dan met erg veel neon: de promenade langs de kust, de dagjestoeristen, de souvenirkraampjes en de relatief gelaten sfeer. Achter de promenade zie je al de dreiging van de onteigening voor de bewoners van de oude wijken. Alles moet baan ruimen voor de verticale woonkazernes. De tuinen mogen blijven want die maken onlosmakelijk deel uit van het Chinese stadsbeeld. En het moet gezegd, Chinese tuinen zijn erg mooi.

We nemen de ferry naar Gulangyu Island. Het eiland heeft een belangrijk historisch verleden. Hier werden de troepen getraind door Zheng Chenggong, de laatste verdediger van de Ming Dynastie, om Taiwan te bevrijden van de Nederlanders. Na de Eerste Opiumoorlog kwam het eiland na de Nanjing Treaty onder Britse soevereiniteit te vallen. Ook andere nationaliteiten namen hun intrek op het stukje land. De historische villa’s in Europese stijl, vroegere consulaten, herinneren aan dit koloniale verleden. Vandaag wemelt het hier van de Taiwanese toeristen. Het is een winkelparadijs voor al wie op jacht is naar de typische lekkernijen van het eiland: mierzoete gebakjes en gedroogde vis. Gulangyu heeft kennelijk ook een rijke geschiedenis qua dichtkunst en muziek. Het eiland staat bekend om haar piano’s. Er zijn er zo’n 500 op een gebied wat niet veel groter is dan een paar vierkante kilometer. Het huist een van ’s lands meest bekende muziekscholen en heeft menig internationaal gerenomeerde pianist voortgebracht. Een trouwfoto op het eiland is een must voor iedereen die in de buurt woont. Maar genoeg idylle, er zijn ook de talloze speedboten die luidruchtig zigzaggen voor de kust, het neonstrand, de nabijheid van een vervuilende haven en industrie, en de hordes giechelende meisjes die met grote ogen snel een stiekem kiekje trekken van de zeldzame ‘laowai’ – dat zijn wij dus, de buitenlanders, in het verleden ook wel vertaald als ‘vreemde duivels’. Het is wel eens leuk om enkele dagen te kustflaneren, maar het was vooral de nabijheid van het Wuyishan berggebied wat me naar deze regio had gelokt. Tenslotte zouden we nu normaal gezien met een Tibetaanse gids te paard een gletsjer op 4500 meter hoogte aan het overmeesteren zijn. Schelpjessouvenirs en airco hotelkamers zijn niet echt mijn idee van een alternatief voor zo’n avontuur. Wuyishan ligt op 10 uur treinen, 8 uur bussen of 1 uur vliegen. Ik laat mijn ecologische voetafdruk even voor wat ie is en koop twee vliegtickets aan 30 Euro per stuk. Op naar de bergen, op naar het groen!

Dit schreef Sarah op foto's

2 reacties

  • Ook hier worden we overstelpt met beelden uit China, misschien omdat de grote baas van de VN daar nu is, of om het contrast met Birma nog meer in de kijker te zetten?
    Feit is dat je ginds (in het rampgebied) inderdaad niets verloren hebt, je zou er in de weg lopen, kans maken om besmet te worden of gewoon door een van de vijfhonderd op instorten staande dammen verpletterd te worden.
    Nu is reizen iets anders geworden voor jullie en is- mijns inziens- het een stukje avontuurlijker geworden.
    Pluk de dagen.
    Het hoeft misschien niet allemaal uitgestippeld te wezen om mooi te zijn.Niet?
    (Schreef ik vanuit luie stoel te Z.)
    Dikke kussen!

    Dit schreef thomas op 24 mei' 08 om 19:37
  • @ Thomas: ‘Gewoon verpletterd’ door een dam lijkt me inderdaad niet zo fijn. We plukten gisteren de nacht in de sjieke bars van Sjanghai. Erg leuk en rijkelijk vakantiegevoel. En zomaar gevonden zonder stippelen! Geniet nog van je LS te Z.

    Dit schreef Sarah op 25 mei' 08 om 08:41