Hutong hitte

China, Beijing -

Ik land na een slapeloze vlucht – twee uurtjes wroetslaap met een stijve nek tel ik niet als slaap – in Beijing. De passagiers staan op, verzamelen pak en zak uit de kastjes en drummen zich een weg naar de uitgang. De crew fluit ons terug. Iedereen terug op zijn plaats. Er komen medische inspecteurs met maskertjes en latex handschoenen aan boord. Met een pastelpaars pistooltje – alles medisch heeft hier een pastelkleur – wordt, zonder aanraking, van alle passagiers de temperatuur gemeten. We vullen allemaal ons papiertje in waarop we verklaren dat we geen griep hebben, geen koorts, geen keelpijn, geen hoest, geen pijn in de borststreek. En dat we de afgelopen week geen contact hadden met een varken. Verder willen ze ook weten waar we de afgelopen twee weken vertoefden. En dan mogen we op het vasteland, het Moederland. Terminal 3 ligt er nog steeds kraaknetjes en muisstil bij. Ook hier weer aanschuiven bij de medische inspecteurs. Onze ‘health declaration’ afgeven aan een gemaskerde bureaucraat. Nu nog langs Immigratie en dan ben ik binnen in het Middenrijk. Sinds mijn laatste bezoek aan de toen Olympische stad is de nieuwe treinverbinding van de Airport Express voltooid en trein ik vlot naar het hart van de hoofdstad. Een metrostop erbij en ik sta op de straat. Een warme straat, en het is pas 8 uur ’s ochtends. Ik vind de weg naar mijn guesthouse in een hutong achter de Lama Tempel. Mijn vergunning voor Tibet ligt klaar aan het onthaal. Ja!

Ik slaap enkele uren, het is voor mij tenslotte putje nacht, en trek dan richting International Hotel, het enige adres waar je als buitenlander een treinkaartje voor Mongolië kan bemachtigen. Als ze er zin hebben tenminste. Vandaag is mijn geluksdag. 1600 yuan armer en een treinticket Beijing-Ulaanbaatar rijker sta ik weer in de hitte. Het is ondertussen 32 graden en een briesje blijft uit. Maar ik ben blij. Al de geplande reisvoorbereidingen zijn in een dag geregeld. Geloof me gerust, dat is in China geen sinecure. Vaak gaat het van het kastje naar de muur. En dan heb ik het niet over het historische bouwwerk. Die Muur bewandel ik in juli. Dan breng ik nog een dag of vier door in Beijing. Nu ga ik vooral rusten, een beetje in de tuin van de tempel zitten lezen, een beetje kuieren in de hutong voor en na de hitte. Kan ik vrijdag uitgerust en geacclimatiseerd naar het speelgeweld van 76 snotapen hoog boven de boomgrens in Tibet.

Dit schreef Sarah op

*

*