In Flanders Fields

België, Veurne -

La Dune Marchand is een klein natuurreservaat aan de Noordzee in de duinen van Frans Vlaanderen, net over de grens op een boogscheut van De Panne en Duinkerke. Een klein stuk kustlijn is geen betonnen promenade met torenhoge woonbokalen en tavernes van dertien in een dozijn. In dit duinenschoon groeit het helmgras, bloeien de wilde bloemen en klimmen struiken en bomen uit het zand. Het strand is leeg. De zon geeft zich over aan de zilte baren. We overnachten op de ‘camping municipale’ van Bray-Dunes en lijken beland in een film van de gebroeders Dardenne. De camping wordt bevolkt door een stelletje marginalen die de bakken bier vervoeren met de kinderbuggy en de koters achter zich aan slepen als versleten koffers. Er wordt getierd dat het een lieve lust is. We verlaten de ‘ch’tis’ en trekken naar de Westhoek. Het mooie Veurne is een van de vele steden hier in de Westhoek die uit het puin van de Groote Oorlog zijn herrezen. Steen voor steen werden verwoeste plaatsen heropgebouwd net zoals ze waren. Je waant je in de Middeleeuwen of de Renaissance, maar je loopt eigenlijk langs gebouwen uit de jaren ’20 en ’30. Een foldertje met de tekst ‘Willems werk in de kerk’ leidt ons naar Steenkerke, thuishaven van de Westvlaamse bard en kunstenaar Willem Vermandere. In de eenvoudige maar mooie kerk worden zijn beelden en grafische werken tentoongesteld. Daar hoort een boerenboterham bij: dikke sneeën heerlijk brood, een potje smout, hoeveboter, streekkaas, paté en een ‘schelle van de zeug’. Op de kleine militaire begraafplaats achter het kerkje wordt de Eerste Wereldoorlog een eerste keer erg tastbaar. De sobere grafstenen van Waalse, Vlaamse en Britse soldaten zijn stille getuigen van de waanzinnige oorlog die hier heeft gewoed. Hier lag oorspronkelijk Joe English begraven en hier werd in 1920 de allereerste IJzerbedevaart gehouden.

We trekken zuidwaarts naar Heuvelland en belanden boven op de Kemmelberg. In Kemmel zelf, aan het driehoekige dorpsplein Dries, genieten we van de lekkere streekbieren in de sfeervolle kroeg Het Labyrint: een Sint-Bernardus uit Watou, een Poperings hommelbier. Het café is rijkelijk gedecoreerd met handtassen, pijpen, plaasteren Jezusbeeldjes en oude volksspelen. De kroeg sluit de deuren, het dorp valt in een diepe slaap maar boven op de Kemmelberg is het feest nog lang niet afgelopen. De campingdisco brengt jong en oud op de been. De polonaise loert onvermijdelijk om de hoek. We worstelen ons een weg door het Westvlaams zonder ondertitels om een praatje te maken met onze tafelgenoten. De meesten komen al ruim 30 jaar naar deze camping en ‘ons kent ons’ is hun motto. Buiten bij de asbak en de rokende jeugd horen we de keerzij van de medaille. Het oude campingvolk is kennelijk verdeeld in ondoordringbare kliekjes en wie van verder komt dan 50 kilometer is zonevreemd.

Je kan niet om Ieper heen als je de Westhoek wil verkennen. Het gerenoveerde museum In Flanders Fields in de prachtige lakenhallen schept een goed beeld van de Groote Oorlog. Verfilmde vertellingen, kleine voorwerpen en beklijvende getuigenissen banen zich een weg naar het collectief geheugen. Bij de uitgang hangen witte doeken met jaartallen en namen van conflicten en oorlogen. Waar in 1918 de euforie van ‘nooit meer oorlog’ in de harten van de mensen woelde, heeft deze lange lijst met wapenfeiten helaas het tegendeel bewezen.

Bij Passendale liggen op het Tyne Cot Cemetery zo’n 12.000 soldaten begraven. Het is de grootste Britse militaire begraafplaats. Zeventig procent van de grafstenen draagt geen naam, poëtisch verwoord met ‘known unto God’. In de muren van de Menenpoort in Ieper zijn de namen gebeiteld van vermiste soldaten. Elke avond om klokslag acht uur wordt hier The Last Post gehouden. Het is een serene herdenking van de gesneuvelden, telkens gebracht door andere veteranen of organisaties. Je wordt er stil van, zoveel oorlogsgeweld, zoveel stenen zonder naam, namen zonder steen. En waarom? Gisteren zaten in Diksmuide een duizendtal bedevaarders met hun gebed voor solidariteit en vrede in de schaduw van de IJzertoren. Een Waalse en een Vlaamse burgemeester legden een krans ter ere van drie soldaten. Twee Vlamingen en een Waal, symbolisch in dezelfde kist begraven. Op een steenworp van die krans, in Steenstrate, kwamen op dezelfde dag vijf maal zoveel mensen samen voor de IJzerwake. Ik denk niet dat er daar gebeden werd. Een gebed heeft geen uitroepingstekens.

Dit schreef Sarah op foto's

2 reacties

  • Hele mooie tekst,Sarah!
    Om dan nog maar van de foto’s te zwijgen.
    De laatste zin vond ik er boenk op, zoals ze in de Kempen zeggen.

    Mooi verwoord.

    Dit schreef Thomas op 3 september' 12 om 19:20
  • Dank je wel Thomas. Het zijn plaatsen die inspireren.

    Dit schreef Sarah op 3 september' 12 om 20:45

*

*