Kíp khào

Laos, Ban Hat Khai -

De Bundis wonen in een dorpje aan de rand van de Phou Khao Khouay National Protected Area. Het kost wat tijd en moeite, inclusief een lift van een dok-dok, om in Ban Hat Khai te raken. Pa Bundi is de verantwoordelijke voor het eco-project en is maar wat blij met het zongedroogde certificaat aan zijn bamboemuur. Gewapend met zijn English for eco-guides ontvangt hij ons hartelijk in zijn nederig stulpje. Hij toont ons de voorlichtingsposter met de do’s en don’ts van een verblijf in een Lao dorp. Niet dat ik hier topless de rivier zou induiken, de jeugd aan de drugs zou helpen en de glimlachende oude monnik over de bol zou aaien, maar kom. Een voorgelicht man is er drie waard. We zijn voor de gelegenheid getrouwd en hebben jammer genoeg – trieste blik naar de onderbuik – geen kinderen. Er werden in Ban Hat Khai zo’n tiental gidsen opgeleid en een aantal families is voorbereid op de ontvangst van een “falang” in hun midden. Onze bijdrage gaat naar het dorpsfonds, de spaar- en noodkas voor de zestig families die hier wonen. Zo willen ze een alternatief bieden voor de door de, vaak buitenlandse, ketens georganiseerde tours. Het feit dat de enige brug naar Ban Hat Khai het heeft begeven en geen bus hen meer bereikt, komt het project in dit opzicht heel goed uit. Ik heb een donkerbruin vermoeden dat het met die brug nooit meer goedkomt. Gelijk hebben ze.

Alle meisjes en vrouwen van het dorp zijn experts in het maken van kíp khào, de rijstmandjes die zo alomtegenwoordig zijn in Laos. Giechelend om onze nieuwsgierige blik en lens dwingen ze moeiteloos en nauwkeurig de bamboestengels in hun vlechtkeurslijf. Wij gaan op pad voor het betere junglewerk. De gidsen loodsen het bootje vakkundig langs de kronkels van de ondiepe rivier en zandbanken het natuurpark in. We meren aan en begeven ons in de jungle. Het is niet echt om wild van te worden, de reuzebamboes belemmeren een overzicht van het geheel. Lager bij de grond zijn er echter genoeg pareltjes te rapen: mooie zwammen, bizarre witte spinnetjes die wel pluisjes lijken uit hun suikeren naamgenoot, ongelofelijk kronkelende lianen als slingers op een feestje, een grillig netwerk van wortels voor de torenhoge bomen. Aan de Tad Xai vinden we afkoeling van de brandende middagzon een een nekmassage uit de watervaljacuzzi.

Twee kíp khào’s en wederom een ervaring rijker nemen we afscheid van de Bundis en treffen aan de overkant van de brug, die brug-af is, het eerste en enige taxibusje naar “de groote baan”.

Dit schreef Sarah op foto's