Fragile!

China, Chengdu -

Wij lagelanders hebben de aloude Vlaamsche traditie om niet tot de nok gevulde dozen bij een verhuis of verzending op te vullen met oude kranten en/of tijdschriften. Hetzelfde geldt in meerdere mate zeker voor niet tot de nok gevulde dozen met breekbare inhoud, klasse ‘Fragile!’. Een vrij praktische, milieuvriendelijke en goedkope traditie, zo lijkt me. Ik sta dus bij de China Post met een niet tot de nok gevulde doos met ietwat broze inhoud. Kees gaat wat kranten kopen, bij gebrek aan een spaarzaam zuinig verzamelde voorraad oud papier. Ik wikkel de inhoud van fragiele aard in bedjes van papier en maak vulproppen.

Aan loket 1 kijkt de postbeambte in zijn keurig afgeborstelde semi-militaire plunje afkeurend naar de doos en maakt hoofdschuddend duidelijk dat dit niet door de Chinese beugel kan. Ik kijk verwonderd en wacht op een mogelijke verklaring voor de beugelweigering. “No Chinese newspaper!” Mijn lichtjes gekrenkte Vlaamsche trots verwordt tot een vraagteken op mijn gezicht wanneer ik hem verbaasd aankijk. “No Chinese newspaper outside!”, klinkt het, ditmaal iets norser met een krachtige, stokstijve geuniformeerde hoofd- en armgymnastiek. En stilaan dringt de drieste domper tot me door. Een Chinese krant mag het land niet uit. Wel wel wel. Ik opper nog, ondertussen lichtjes over mijn toerental, “Wij kunnen dit toch niet lezen! Het is allemaal Chinees voor de Belgen!” Maar ik sta voor de grote muur van Bureaucratie. Welkom aan de bierkaai van Protocolaria! De beambte verkoopt me met de glimlach een dikke vette rol toiletpapier voor 1.5 Y. Ik vul de doos met ietwat breekbare inhoud. Een illusie aan diggelen.

Het Grote Niets

China, Xi'an -

Ik had het zowat gehad met de Chinese steden: een opeenvolging van ellelange boulevards volgeladen met would-be westerse winkelcentra, bombastische bankpaleizen, niet-welriekende eetkraampjes en schreeuwende lichtlokpanelen. Waar is de gezelligheid, de rust? Vanmorgen heb ik die gevonden. Om 7u30 kuier ik door het Park van de Revolutie en aanschouw een choreografisch perfect ballet van ochtendmensen in beweging. Hier een enkeling in kungfu pasjes, daar een koppel in een tangoduel, wat verderop een kwartetje badmintonoorlog en een hele groep armenzwierend op een discodeuntje. Ook de waaierdames voeren elegant hun stukje op in dit groene openluchttheater. Zwaarden snijden geluidloos door het Grote Niets – een zee van concentratie, een strand van tai chi rust. Niemand wandelt rechttoe rechtaan. Zelfs al stappend gaan de armen zwaaien, de heupen wentelen, de hoofden draaien. Bejaarde gewrichten plooien volgens de regels van chi qong, de stokoude behendigheid van een jonge geest. Wat een plezier om dit te bekijken. Ik word er vrolijk van. Ook de gekooide vogels worden uitgelaten. Ik had het zowat gehad met de Chinese steden. Gelukkig worden ze hier en daar bevolkt door parkdansers.

De ware Yang

China, Xi'an -

De enige echte meneer Yang zit aan een tafeltje en signeert een boek. In 1974, bij het graven van een nieuwe waterput, haalt meneer Yang een emmer met een hoofd naar boven. Een stenen hoofd. Het stenen hoofd van een terracotta krijger, zo blijkt na nadere archeologische onderzoeken. Meneer Yang is de ontdekker van het terracotta leger en zit nu aan een tafeltje en signeert een boek. Het is ten strengste verboden meneer Yang vast te leggen op de gevoelige plaat. Ik heb een flauw vermoeden dat er morgen een gelijkaardige meneer Yang met eenzelfde brilletje aan eenzelfde tafeltje eenzelfde boek zit te signeren. Hoe dan ook, het archeologische gezwoeg en gezweet heeft zijn vruchten afgeworpen. Er zijn in totaal al zo’n 6000 gebakken figuren opgegraven. Pas in 1994 werd de derde opgraafplaats geopend voor het publiek. Hier moet het blootleggen nog beginnen. Het is vrij indrukwekkend allemaal. En toch wel logisch voor iemand die dacht dat hij in zijn volgende leven opnieuw keizer zou zijn en dus wederom een keizerlijk leger zou behoeven. Het is dezelfde dromer die opdracht gaf tot het bouwen van de Grote Muur. Dat verbaast me niets. In een kleibakkerij wordt ons getoond hoe zo’n terracotta beeldje tot stand komt, maar meer nog wordt ons getoond hoe souvenirs aan de man worden gebracht. Het is 10% atelier, 90% souvenirwinkel. Ook dat verbaast me niets.

Lees verder…

Alle gekheid op een stokje

China, Beijing -

Twee kaartjes Beijing heen 2e klasse en een Insight Guide Beijing 1995 – iets recenter heb ik niet gevonden in de betere Mongoolse boekhandel. Dat is onze voorbereiding op het Chinese avontuur. Vrij mager dus. Op het station vernemen we dat de klok ‘s nachts met een uur werd teruggedraaid. Oef! De andere kant op en we hadden er mooi gestaan. We delen ons treinhotel van 2×2 bedjes met Gaz en Kacy, een jong Brits stel op wereldreis. Een schaaktoernooi en biermarathon later rollen we een hangar in waar de trein wordt opgetild en het onderstel verwisseld. Het volkslied schalt door de luidsprekers en een haag van pakjes salueert de ijzeren draak. Welkom in China!

Even voor Beijing krijgen we een voorproefje van de Grote Muur aan Badaling. Busladingen vol rijden aan en af. Het is Nationale Dag en de gouden week, een weekje vrij. Dat zullen we geweten hebben. Het is overal druk, nog drukker. We slenteren over het Tienanmenplein en laten ons meeslepen in een gele massa van kinderen met Chinese vlaggetjes en ouders druk in de weer met digitale herinneringen. Aan de Donghuamen markt liggen de Beijing specialiteiten uitgestald op stokjes – inktvis, kikkerbilletjes, varkenslapjes, maar ook krekels en schorpioenen en andere etens(?)waar van niet nader vernoemde oorsprong.

Lees verder…

Peking piggies

Mongolië, Ulaanbaatar -

Zonet een fractie De Standaard gelezen, een artikel over Delvoyes tentoonstelling in Bejing. Ik ga, denk ik, snel nog even naar de laser shop enkele tattoes laten verwijderen alvorens mij op Chinese bodem te wagen. Ik wil niet graag in aanvaring komen met de knuppelclub. Culture Politie heten ze dat, een beetje een contradictio in terminis als je het mij vraagt.

Nog een dagje rennen – postpakketjes sturen, Chinees visum halen, proviandje inslaan – en dan kunnen we dertig uur uitblazen in een wagon richting Moederland. Onderweg zal het onderstel worden verwisseld omdat China op een andere spoorbreedte rijdt. Ik denk dat ook wij even zullen moeten intunen op een andere golflengte om stressbestendig de (12!) miljoenenstad Beijing te kunnen doorwaden.

Gobi de Grote

Mongolië, Karkhorum -

De Gobi is wel heel apart. Sommige stukken zijn zo desolaat, zo onaards. Dat iemand hier kan overleven spreekt tot de verbeelding. En toch voorziet moeder Aarde al het nodige. Zo is er bijvoorbeeld de zag (Haloxylon ammodendron), een plant die zout water verdraagt en dat ook vindt, metersdiep in deze dorre, stenige bodem. Het hout brandt als een oude schuur en de begroeiing vinden de beestjes heerlijk. De kameel maakt zich niet al te druk om al deze droogte. Die kan gerust een maand zonder drinken.

Lees verder…

Foxtrot

Mongolië, Erdenedalay -

Op weg naar Bayanzag. ‘Hey, kijk! Een rennende vos!’, en ik wijs naar een snelle stip aan de vlakte. Dat had ik beter niet gedaan. Agi draait een bruuske kwartslag aan het stuur, verlaat het kiezelpad en zet de achtervolging in. Ik denk nog misschien wil hij ons de vos van dichtbij tonen. We naderen hem inderdaad met rasse schreden. Wat ik voor een natuurliefhebbend, zoologisch-curieus uitstapje hield, blijkt zich al gauw te ontpoppen tot een ware klopjacht, per jeep wel te verstaan. De jeep slipt, draait rondjes en maakt stofwolken, maar Agi laat zijn prooi niet los. Na een vijftiental minuten is het arme beest zo afgepeigerd dat het neervalt en naar adem snakt. De jeep stopt enkele meters van de sluwe sprinter. Ik denk nog nou is het welletjes geweest. Ik zou voorwaar willen uitstappen en de drommel een kommetje water en Felix hapklare brokken voorschotelen. In mij welt een diep medelijden met dit schepsel op.

Lees verder…

Agi & Chlama

Mongolië -

Er zijn Russische jeeps en er zijn Russische jeeps. Zoveel heb ik ondertussen al geleerd. Agi’s paradepaardje is een model 2002. Geen rammelende zetels, geen benzinegeur, geen botbrekende vering. Wat een luxe! Agi is onze chauffeur op deze Gobitrip. Hij is 27, komt uit Ulaanbaatar en rijdt het hele jaar door voor touroperators. Zijn vrouw studeert geologie en mijnwetenschappen aan de UB Universiteit. Samen hebben ze een zoon. Chlama is onze gids en kok. Ze is 21 en haalde net haar Bachelor in linguistiek. Volgende week start ze een cursus Duits. Met haar vriend wil ze over vijf jaar de gezinsuitbreiding op gang trekken. Dit wordt haar laatste trip van de zomer.

Gaandeweg Gobi

Mongolië, Dalanzadgad -

We hebben het naar onze zin in deze mooie natuur, ademen diep in deze wijdsheid. Het Mongoolse visum hadden we bij aankomst al verlengd. De botbrekende bultwegen ben je snel weer vergeten. De lijven zijn gezeept, de kleedjes gesopt. Het zat er dus aan te komen.

Het is hier zo mooi, dat we er nog maar eens op uit trekken. Wederom met Tseren Tours, niets dan lof over hun aanpak, wederom met de Russische jeep. Iets korter deze keer, een 7-daagse jeeptocht naar de Gobi. Vandaar ook nu weer, voorlopig, over & out. Op 1 oktober wacht ons een trein met bestemming Beijing. Ik ben heel benieuwd en reeds voorbarig in lichte staat van onbehagen wat het Chinese hoofdstuk betreft. Een taalvirtuoos aan het einde van haar Latijn. Het Point-It boekje wordt allicht mijn bijbel. Maar we wijken af, eerst de kamelenrug op. Gaandeweg Gobi!

Equus przewalkskii

Mongolië, Kustai Nuruu -

We zijn ontdooid en klaar voor het nieuwe klimaat. Op een van de heuveltopjes van het Hustai National Park krijgen we een prachtig zicht over wederom een uitgestrekt gebied. Bij valavond rijden we de jeep in het park op zoek naar wat de Mongolen takhi noemen, het Equus przewalskii. Met uitsterven bedreigd werd hun voortbestaan voorlopig verzekerd mede dankzij een Nederlands project. Momenteel leven er in Hustai NP zo’n 180 van die paarden in het wild, 80 percent van hen zag er ook effectief het levenslicht. Hun grootste vijand is niet langer de mens, maar de wolf. Zo hoor ik het graag. Wij vinden een van de hengsten met zijn harem, zo’n tiental samen. Tot mijn verbazing zijn ze helemaal niet zo schuw. Ze naderen ons al grazend tot op zo’n 20 meter. Wat een bijzonder beestje. En wat een grote kop, zeg!