Tempel van stilte

China, Beijing -

Ik begeef me in een koele en kraaknette metro richting Temple of Heaven Park. Toen ik in 2005 voor het eerst in Beijng was, was men druk doende deze sandaalhouten constructie te restaureren. Meer dan een stelling en doeken was hier toen niet te zien. Vandaag is dat even anders. Ik koop een kaartje aan de ingang van het park en sta een beetje te gapen naar het informatiepaneel wanneer de gids Lei naar me toe stapt. Of ik naar de Muur wil, of naar de Verboden Stad? Of een rondleiding langs de paviljoenen hier in het park? Ik aarzel even maar denk dan: waarom niet. Ik ben hier alleen. Gezelschap is mooi meegenomen. Lei spreekt heel verstaanbaar Engels en is, dat blijkt al snel, op de hoogte van alle historische feiten. Die van lang geleden op de keizerlijke tijdsbalk, maar ook die van een iets recentere datum. Ik heb er goed aan gedaan net vandaag deze plek uit te kiezen, zo zegt hij. Er is enkele dagen een ban op alle Chinese tourgroepen in Beijing. Deze week is het twintig jaar geleden dat het ‘Tankmanincident’ het Tienanmenplein op de wereldkaart zette en de overheid wil nu even geen Chinese groepen in de stad. Nu even niet. Normaal gezien is het hier mensendik kijken. Een af- en aanrijden van bussen die hordes paraplu’s en petjes het park injaagt. Vandaag is het hier stil. Lei begint met het corrigeren van de naam Temple of Heaven. In werkelijkheid is het de Tempel van het Gebed voor de Oogst.

De keizer vertrok na een periode van vasten vanuit de Verboden Stad met zijn gevolg. Een gevolg te paard, te voet, in ceremoniële wapen- en klederdracht, allemaal gecastreerd. Geen vrouwen richting tempel. Hij verbleef hier drie dagen, dagen zonder vlees, van meditatie en gebed. Aan de intrede van het complex werd hij riteel gewassen en gekleed in een soort van badhuis. Dan ging het richting Hal van de Tabletten. Chinezen maken bij het overlijden van een voorouder een tablet met daarin een gebed gegraveerd. Het lichaam is vergankelijk en verdwijnt al snel. De geesten daarentegen verblijven in de hemel en verdienen dus een gebed op een tablet. Logisch. Zo werden er dus ook tabletten gemaakt voor de keizerlijke voorouders. Die worden bewaard en bewaakt in prachtige hallen in dit complex. Voor dit terugkerende ritueel werden er houten replica’s van deze tabletten gemaakt. En er werd een offeros gekozen. De os werd verbrand in een houtoven en de tabletten in elk een eigen bronzen korf. Met de rook en stank van deze offers hoopte de keizer de aandacht van de hemelgoden te trekken.

De keizer begaf zich tenslotte naar het Altaar van de Hemel, een groot rond marmeren bouwsel met centraal een ronde verhoogde steen. Op deze steen riep hij het gebed voor een goede oogst de hemel in. Door de architectuur van deze cirkel weerklinkt hier een enorme galm wanneer je op die bepaalde plek roept. Ik kan het vandaag op aanwijzen van Lei uittesten. Er is geen muur van toeristen die het geluid breekt. Ik sta hier alleen en roep vanop de keizerlijke cirkel mijn gebed naar de hemel: “Goede reis, Sarah!” Mijn echo beaamt.

Hutong hitte

China, Beijing -

Ik land na een slapeloze vlucht – twee uurtjes wroetslaap met een stijve nek tel ik niet als slaap – in Beijing. De passagiers staan op, verzamelen pak en zak uit de kastjes en drummen zich een weg naar de uitgang. De crew fluit ons terug. Iedereen terug op zijn plaats. Er komen medische inspecteurs met maskertjes en latex handschoenen aan boord. Met een pastelpaars pistooltje – alles medisch heeft hier een pastelkleur – wordt, zonder aanraking, van alle passagiers de temperatuur gemeten. We vullen allemaal ons papiertje in waarop we verklaren dat we geen griep hebben, geen koorts, geen keelpijn, geen hoest, geen pijn in de borststreek. En dat we de afgelopen week geen contact hadden met een varken. Verder willen ze ook weten waar we de afgelopen twee weken vertoefden. En dan mogen we op het vasteland, het Moederland. Terminal 3 ligt er nog steeds kraaknetjes en muisstil bij. Ook hier weer aanschuiven bij de medische inspecteurs. Onze ‘health declaration’ afgeven aan een gemaskerde bureaucraat. Nu nog langs Immigratie en dan ben ik binnen in het Middenrijk. Sinds mijn laatste bezoek aan de toen Olympische stad is de nieuwe treinverbinding van de Airport Express voltooid en trein ik vlot naar het hart van de hoofdstad. Een metrostop erbij en ik sta op de straat. Een warme straat, en het is pas 8 uur ’s ochtends. Ik vind de weg naar mijn guesthouse in een hutong achter de Lama Tempel. Mijn vergunning voor Tibet ligt klaar aan het onthaal. Ja!

Ik slaap enkele uren, het is voor mij tenslotte putje nacht, en trek dan richting International Hotel, het enige adres waar je als buitenlander een treinkaartje voor Mongolië kan bemachtigen. Als ze er zin hebben tenminste. Vandaag is mijn geluksdag. 1600 yuan armer en een treinticket Beijing-Ulaanbaatar rijker sta ik weer in de hitte. Het is ondertussen 32 graden en een briesje blijft uit. Maar ik ben blij. Al de geplande reisvoorbereidingen zijn in een dag geregeld. Geloof me gerust, dat is in China geen sinecure. Vaak gaat het van het kastje naar de muur. En dan heb ik het niet over het historische bouwwerk. Die Muur bewandel ik in juli. Dan breng ik nog een dag of vier door in Beijing. Nu ga ik vooral rusten, een beetje in de tuin van de tempel zitten lezen, een beetje kuieren in de hutong voor en na de hitte. Kan ik vrijdag uitgerust en geacclimatiseerd naar het speelgeweld van 76 snotapen hoog boven de boomgrens in Tibet.

On the road again

België, Brussel -

De rugzak is gepakt en puilt uit. En de handbagage. En nog wat handbagage. Ik reis voor het eerst zwaar bepakt, tot op de limiet van het toegestane gewicht en formaat. Maar daar is een reden voor. Uiteraard. Ik probeerde in mei en augustus 2008 tevergeefs een bezoek te brengen aan het Dickey Weeshuis in Lhasa. Maar Tibet was toen gesloten. Nu gaat het lukken. Mijn visum is geregeld, al zij het op de valreep. De jonge Brussels-Arabische taxichauffeur heeft toen mijn reis gered.

“Je vais couper, je vais couper”. Langs kleine straatjes ver weg van de files loodste hij me om vijf voor elf naar de Chinese ambassade in Woluwe. Die sluit om elf uur. En dan naar de Mongoolse in Vorst. Die sluit om twaalf uur. Het was een dagje stress. Die rit vergeet ik niet snel. Wat ik wel bijna was vergeten was mijn gele vaccinatiekaart. Die heb ik op het laatste even van onder het stof gehaald. Gelukkig maar. Buiktyfusvaccin moet opnieuw gezet. Een prik later ben ik helemaal klaar. Of toch niet. Mijn zonnebril ligt nog in de ravijn boven de Yangtze in China. Toch nog even winkelen dan: zonnebril, tampons, tandpasta. Klaar.

Op twee juni vlieg ik via Londen naar Beijing. Op vijf juni gaat het richting weeshuis in Lhasa met pak en zak vol kleren en cadeautjes. Half juni sta ik terug in Beijing. Hopelijk in het station met een treinkaartje voor Ulaanbaatar. Daar wacht een jeep met bevriende Mongolen. En een Gobiwoestijn vol stilte. Eindeloze stilte. Eindelijk.

Missie Midøya

Noorwegen, Oslo -

Dit was een reis met een missie. Jaren geleden stak grote broer zijn neus diep in het alfabetische register van een reusachtige atlas. Bij de letter M vond hij wat hij zocht:  de plaatsnaam Mia. De coördinaten brachten hem helemaal boven op de kaart naar een piepklein eilandje aan de Noorse kust. Daar ligt het eiland met de naam van een veel te vroeg gestorven moederbeer. Onze moederbeer, Midøya, Mia in het Engels. “Zus, laten we daar samen naartoe gaan. Een missie, een eerbetoon aan mama! Wij samen, broer en zus”. Zijn voorstel botste op een koude muur. De rouw was me nog te rauw. Er werd nog gestreden om het huis waar wij onze kinderjaren sleten. De erfenisperikelen sleepten aan en vonden slechts moeizaam een oplossing. Een oplossing die er eigenlijk geen was. Wij hadden een strijdbijl begraven, maar de vredespijp werd nooit gerookt.

Het was jaren later in Ulaangom, in een Mongools internetcaféetje, dat ik mijn gedachten opnieuw richting noordelijke fjorden en Midøya liet dwalen. Een bericht van grote broer had me aangenaam verrast: “Op één september ga ik een half jaar in loopbaanonderbreking. Yes!”. Ik schreef meteen terug: “Staat Mia nog in jouw atlas?” We namen de draad weer op waar hij ons was ontglipt, bij een afscheid in pijn en dierbare herinneringen die zelden werden verwoord.

Nog later, ik thuis na een tocht door China en Mongolië en grote broer in de hangmat van de loopbaanonderbreking, kregen de plannen rond het mysterieuze eilandje een gelaat. We zouden in februari gaan, mama was ook in februari gegaan. We zouden op het eiland aan het water samen een ritueel uitvoeren. Wat dat ritueel zou worden was ons niet helemaal duidelijk. Dat zou later wel vorm krijgen. We moesten ons eerst en vooral een paar praktische vragen stellen. Kunnen we op het eiland geraken? Ook in de winter? In een Noorse Winter? De toeristische dienst van Noorwegen had nog nooit van het eiland gehoord. Sommige Noren gelukkig wel. Op Couchsurfing, een site van reizigers voor reizigers, vonden we een antwoord op onze vragen en ook onderdak hier en daar. Ik had ergens gelezen dat de treinrit Oslo-Bergen een van de mooiste treinritten in Europa is. Grote broer wist over het bestaan van de talrijke veerboten en een Jugendstilstad. En zo werd de missie een reisplan. Kort, maar krachtig. Koud en prachtig. Zo zou het zijn. Maar niet op dag één. Lees verder…

Praha

Tsjechië, Praag -

Ik had zowat alle last minute zonnewarmte opgezocht. Zonder succes. De Canarische Eilanden waren volgeboekt. Op La Gomera was nog een huisje te krijgen, maar geen vlucht. Dat schiet ook niet op. Israël stond – achteraf gezien maar goed – niet op mijn lijstje. Een weekje Cuba zou al direct een paar klompen goud gaan kosten. Dat vond ik erover. Zon met kerst zou niet lukken, zoveel was duidelijk. Dan maar gaan citytrippen. Praag stond nog op het verlanglijstje. Snel naar de bib voor wat reisgidsen en naar de kampeerwinkel voor schapenwollen thermisch ondergoed. De zonnecrème blijft in de kast.

Met Sky Europe ben je vanuit Brussel op een dik uur in Praag. Een bus- en metrorit later lig je op een *****bedje aan de Moldau. In Praag is het echt wel kerst. Het plein in de oude stad is één grote kerstbal. Houten poppetjes, kitscherige kristal, smeulende worsten, zoete broodjes, geroosterde kastanjes, blauwe engeltjes, een orkestje met hoempa-muziek inclusief dansende vlechtjes. Het kan niet op. Wat ook bij een Praagse kerst hoort is een klassiek concert in één van de vele kerken en concertzalen. Het aanbod is enorm. We kiezen voor een concert in het beroemde Rudolfinum, thuis van het even beroemde Tsjechische Filharmonisch Orkest. We rollen van het ene beroemde aria in het andere, worden meegesleept in een theatrale Dvorak en walsen tenslotte de monumentale concertzaal uit op de noten van Stille Nacht.

Praag zou Praag niet zijn zonder de Art Nouveau en Jugendstil. Overal vind je fraaie stijlelementen van deze beweging: een prachtige mozaïek op een gevel, geometrische lusters in een koffiehuis, glasramen in een kathedraal. We genieten van deze pracht in het oude raadhuis, U Obecni Dum, waar niet minder dan drie restaurants pronken met de parels van dat tijdperk. De prijzen zijn helaas van een nieuwer tijdperk. De goedkoopste fles wijn op de kaart kost algauw 2000 Kronen. Gelukkig zijn er in de minder toeristische wijken van Praag nog eenvoudige restaurantjes die de simpele maar heerlijke Tsjechische keuken op je bord brengen. Daar horen steevast knoedels bij. En varkensvlees. En een Becherovka die je lekker opwarmt alvorens je weer de ijskoude straat opmoet.

In een niet zo ver verleden bracht ik de werkuren door in een bibliotheek. Wanneer ik de kans krijg om deze historische werkplekken te bezoeken, laat ik die niet links liggen. Het Strahovklooster herbergt twee zulke zalen die uitpuilen van de barokke overdaad. Hier te zitten op een fluwelen stoel met een spannend boek in de hand. Of weg te mijmeren bij een van de vele globes die een oude wereld in kaart brachten…

De nieuwe tijd laat zich bewonderen in de Galerij van Praag, waar vooral het kubisme en het realisme van de Tsjechische kunstenaars je bijblijft. De nieuwste tijd is neergepoot in de vorm van een dansend gebouw, ook wel Ginger & Fred genoemd. Ik word er niet echt warm van. Geef mij maar de prachtige huizen langs de oever.

Ironisch genoeg moet je eerst de trapzaal van een van de vele casino’s door alvorens je het Museum van het Communisme bereikt. Hier zijn de ondergesubsidieerde stoffige zalen bevolkt met stenen beelden van voormalige helden als Lenin, Marx en Stalin. De interieurs van een winkel (zonder voorraad), een klaslokaaltje en een verhoorzaal van de geheime politie brengen je in de sfeer van een niet zo ver en somber verleden. Een documentaire schetst een beeld van de studentenrevoltes en de Fluwelen Revolutie. Aan de terreur kwam een einde en Jan Palach is nu een plein.

Praag is een mooie en boeiende stad. Ze doet denken aan St.Petersburg met haar statige brede boulevards, maar ze is beter onderhouden. Ze doet denken aan Moskou, maar de mensen zijn iets minder grauw. Ze heeft niets van een last minute zonnig eiland. Al heeft de sauna met panoramisch zicht op 25 hoog wat dat betreft een en ander goedgemaakt. Vijf lagen kleren op een hoopje, poedelnaakt Becherovka uitzweten. De zon denk je erbij.

Altan bator

België, Antwerpen -

Ik ben thuis. Echt wel. Ik drink nu misschien wel kopjes Chinese ginseng thee, maar ik maak ook witloofsoep en ik eet terug kaas – Leerdammer en Oud Brugs. Af en toe drink ik een biertje uit Hoegaarden, nu opnieuw gebrouwen waar het altijd werd gebrouwen. De mannen van Jupille blijven het best bij hun Jupiler en hoeven geen water te leveren voor de Vlaamse dorpen, dat hebben ze ondertussen wel geleerd. Dat slikken ze hier kennelijk niet in het noorden boven Brussel. Alles ligt hier ook zo hartstikke communautair gevoelig. De lange tenen zijn zo kwetsbaar en geen kant kiezen wordt ook niet altijd in dank aanvaard. Mag ik niet gewoon Belg zijn, zonder meer? Gooi er nog een Europese vlag bovenop, waarom niet. Maar kom mij niet vertellen, in wat voor wereldtaal dan ook, in welke landstaal er hier moet gevochten en gesplitst worden. Ach, politiek… als ratten in de val volgen verblinde kuddes de sluwe wolven op weg naar een ravijn. ´t Zal wel zo horen in dat sprookje. Laat ze maar doen, ik leef nog lang en gelukkig in mijn manisch-depressieve wereld. Lees verder…

Home sweet home (final draft)

België, Antwerpen -

We hielden op 5 augustus een piepklein feestje op de Airport Express met vertrek vanuit Brussel/Halle/Vilvoorde -is dat nog een kieskring?- naar DE Scheldestad (er is er namelijk maar één, begrijp dat goed) met het gegeerde en zeldzame blikje Jupiler in de aanval. Thuis is de vergeten aardappel achter in de kast een natuurlijk beeldhouwwerk geworden, De Scheutkoorts. De stoep staat groen van het lover. Wanneer ik uit mijn keukenraam hang te leunen, Koreaanse duty-free peuk tussen de zongedroogde lippen, kan ik bijna het strelen van de hoogste takjes van de boom voor het huis voelen. Op mijn Nano i-Podje klinkt Vluchten kan niet meer van Jenny en Frans, volgens mij een beetje de Miek en Roel van het Hollandse noorden.

Het zit erop, drie maanden zijn ergens op een kantoor door een loyale collega van een kalender gescheurd, dag na dag, van negen tot vijf. Ik was er niet bij om een loonfiche te verdienen en koos voor het tropische vakantiegeld en de loskoopsom. Ik wilde baden in het zonlicht, rollen in het zand, rillen in een ijsrivier, zweven als een gier. Weken zonder nummer, dagen zonder naam. Telkens een nieuw verhaal zoeken dat aanbreekt bij het ochtendkrieken en tot rust komt bij valavond, net voor het ver-schijnen van de eerste ster, Sirius.

Geïnspireerd door de steen van Bram Vermeulen, heb ik tijdens een wandeling met Sjakkelien nabij Manhan, een dorpje in West-Mongolië, mijn eigenste stenen logo gelegd in een woestijn: Sarah was here! Het ego wil ook wel wat. Poekie heeft bij deze plek een vijftal steenmannetjes gemaakt, of rotswakers, of grafstenen, ik weet niet goed wat het moet voorstellen en ik wil soms zo graag dat alles het juiste woord krijgt. Poekie heeft een zware steen verlegd. Laat ik het daarbij houden. Dat is meer dan mooi genoeg.

Bajartlaa Poekie, voor wederom een spannend avontuur met ons tweetjes bij elkaar. Laat ons maar niet te snel volwassen worden en blijven geloven in het het Elfde Gebod: Gij zult genieten.

Doktoi!

Vier Chinese sterretjes

China, Beijing -

Door een complete fiasco met het tijdig en correct regelen – Mongolian style – van vliegtuigtickets zagen we ons genoodzaakt vroeger dan gepland vanuit Khovd terug oostwaarts te vliegen naar de Mongoolse hoofdstad Ulaanbaatar, weg van de baan van de totale zonne-eclips op 1 augustus, weg dus van een natuurfenomeen dat we graag van dichtbij hadden willen meemaken, weg was even de lach op ons gelaat. Dankzij mijn geniale Poekie hebben we, glaasje wijn in de hand, toch nog een projectie van het natuurwonder kunnen beleven. Het witte blad – onze improviso breedbeeldtelevisie – wapperde lichtjes in de wind, het beeld was een beetje onscherp en sowieso helemaal andersom, maar het had wel iets. Iets geniaals Poekitisch. Lees verder…

Je kunt niet zonder de anderen

Mongolië, Ulaanbaatar -

Zjef Vanuytsel zingt het zo mooi, Je kunt niet zonder de anderen. Als er nou een ding is wat me bijzonder opvalt aan de Mongoolse sociale vezels – vooral op het platteland, dat moet gezegd – dan is het wel dit: je kunt niet zonder de anderen. Wanneer je leeft in een ruige natuur, in een vilten tent met weinig meer dan een kudde om in jouw levensonderhoud te voorzien, dan ben je vroeg of laat aangewezen op de hulp van een verre buur of een toevallige voorbijganger. Je zou kunnen denken dat deze behulpzaamheid alles te maken heeft met de Boeddhistische filosofie, met de stereotype zachtheid van Aziaten of dat ze voortspruit uit nog een ander cultureel sjabloon, maar hier heeft het volgens mij simpelweg erg veel te maken met overleven. Je kunt niet zonder de anderen, echt niet. lees verder….

Geit Mongolaise

Mongolië, Terelj -

Ingredienten:

  • 1 geit
  • aardappelen
  • ajuin
  • look
  • zout

Benodigdheden:

  • rivier (met stenen)
  • hout

mongolgeit

Ga naar de markt en koop een geit. Stop de geit, de poten bij elkaar gebonden met een touw, in de kofferbak. Vul de auto rijkelijk met familieleden. Overgiet de achterbank met schootkinderen, de kaakjes tegen de ruit. Rij naar de oever van een goed stromende rivier buiten de stad. Help de platgedrukte familie uit de auto, hef de geit uit de kofferbak, maak het touw los en trek het dier gedurende 20 meter bij de horens. Dwing de geit op de rug, grijp het bij de hoefjes en strek de poten totdat de buik strak staat. Snij een vil bij de holte tussen de maag en de longen. Steek een hand in de snee en ga in de borstkas tastend op zoek naar de aorta. Knijp deze met een draaiende beweging stevig dicht. Hou bij deze laatste handelingen, indien nodig, de bek en neusgaten van de geit gesloten.

Plaats een emmertje, een schaal en een grote soeplepel naast de dode geit. Snij het beest open van de kin tot de keutel. Maak de darmen los en hou de uiteinden bij het verwijderen goed bij elkaar. Pers 20 meter verderop – niet terug richting auto!- deze darmen leeg en spoel ze grondig uit . Snij de maag los en maak ook deze leeg op een nieuw hoopje naast de darminhoud. Schop de hond weg. Keer de maag binnenste buiten en schraap met de ongeslepen kant van het lemmet de maagwand gaaf. Spoel goed na. Haal vervolgens de overige ingewanden uit de buikholte en leg ze in de schaal. Zorg ervoor dat het bloed regelmatig in het emmertje wordt gelepeld. Zo hou je de keuken netjes en is er voldoende bloed voor het bereiden van een heerlijke bloedworst. Hou steeds honden en roofvogels op een veilige afstand.

Sprokkel hout, maak een vuur en breng rivierwater aan de kook. Kook de ingewanden, niet de darmen, totdat ze gaar zijn. Hou de maag eventueel apart om ze later op te spannen, te drogen en te gebruiken als melkzak. Hak de poten af, vil de geit, hak het hoofd eraf en leg de huid te drogen in de zon. Eet de gaargekookte ingewanden uit het vuistje. Ga even rusten, speel een spelletje kaart en rook een sigaret.

Verzamel gladde, ongebarsten rivierstenen die lekker in de hand liggen en leg ze in het vuur. Wanneer de stenen gloeiend heet zijn haal je ze met een tang of twee takken – voor de ervaren kok – uit het vuur. Leg de hete stenen doorheen de gehakte stukken geit in een grote ronde kookpot zodat de stenen en het vlees goed gemengd in de pot komen te liggen. Gewassen aardappelen in de schil en grofgesneden ajuin toevoegen. Breng op smaak met look en zout. Overgiet dit alles met een flinke scheut rivier en zet het deksel op de pan. Leg een zware steen op het deksel. Ga rusten, speel een spelletje kaart en rook een sigaret.

Laat het geheel koken totdat het water verdampt is en het vlees gaar is. Gooi de hete stenen in het gras en schep het eten op een schaal.

Serveertip: Kijk voor de verandering eens in het rond en nodig een paar toeristen uit. Plaats de toeristen op je vilten matje en schuif een blikje bier in hun richting. Geef hen een mesje en wijs naar een knook. Laat ze een kwartiertje klungelen en serveer ze daarna hapklare brokken. Zij kunnen doorgaans geen mes hanteren. Pret voor de hele familie!

Eet nu de rest van de geit zelf op. Vergeet daarbij vooral het heerlijke vet niet, het wordt weldra weer een koude winter! Wrijf na de maaltijd de warme kookstenen in je handpalmen om de bloedsomloop te stimuleren. Sluit de maaltijd af met een sloot vodka. Zing een lied uit volle borst. Ga slapen. Rij naar de markt en verkoop het zongedroogde geitevel.

Smakelijk!