Geit Mongolaise

Mongolië, Terelj -

Ingredienten:

  • 1 geit
  • aardappelen
  • ajuin
  • look
  • zout

Benodigdheden:

  • rivier (met stenen)
  • hout

mongolgeit

Ga naar de markt en koop een geit. Stop de geit, de poten bij elkaar gebonden met een touw, in de kofferbak. Vul de auto rijkelijk met familieleden. Overgiet de achterbank met schootkinderen, de kaakjes tegen de ruit. Rij naar de oever van een goed stromende rivier buiten de stad. Help de platgedrukte familie uit de auto, hef de geit uit de kofferbak, maak het touw los en trek het dier gedurende 20 meter bij de horens. Dwing de geit op de rug, grijp het bij de hoefjes en strek de poten totdat de buik strak staat. Snij een vil bij de holte tussen de maag en de longen. Steek een hand in de snee en ga in de borstkas tastend op zoek naar de aorta. Knijp deze met een draaiende beweging stevig dicht. Hou bij deze laatste handelingen, indien nodig, de bek en neusgaten van de geit gesloten.

Plaats een emmertje, een schaal en een grote soeplepel naast de dode geit. Snij het beest open van de kin tot de keutel. Maak de darmen los en hou de uiteinden bij het verwijderen goed bij elkaar. Pers 20 meter verderop – niet terug richting auto!- deze darmen leeg en spoel ze grondig uit . Snij de maag los en maak ook deze leeg op een nieuw hoopje naast de darminhoud. Schop de hond weg. Keer de maag binnenste buiten en schraap met de ongeslepen kant van het lemmet de maagwand gaaf. Spoel goed na. Haal vervolgens de overige ingewanden uit de buikholte en leg ze in de schaal. Zorg ervoor dat het bloed regelmatig in het emmertje wordt gelepeld. Zo hou je de keuken netjes en is er voldoende bloed voor het bereiden van een heerlijke bloedworst. Hou steeds honden en roofvogels op een veilige afstand.

Sprokkel hout, maak een vuur en breng rivierwater aan de kook. Kook de ingewanden, niet de darmen, totdat ze gaar zijn. Hou de maag eventueel apart om ze later op te spannen, te drogen en te gebruiken als melkzak. Hak de poten af, vil de geit, hak het hoofd eraf en leg de huid te drogen in de zon. Eet de gaargekookte ingewanden uit het vuistje. Ga even rusten, speel een spelletje kaart en rook een sigaret.

Verzamel gladde, ongebarsten rivierstenen die lekker in de hand liggen en leg ze in het vuur. Wanneer de stenen gloeiend heet zijn haal je ze met een tang of twee takken – voor de ervaren kok – uit het vuur. Leg de hete stenen doorheen de gehakte stukken geit in een grote ronde kookpot zodat de stenen en het vlees goed gemengd in de pot komen te liggen. Gewassen aardappelen in de schil en grofgesneden ajuin toevoegen. Breng op smaak met look en zout. Overgiet dit alles met een flinke scheut rivier en zet het deksel op de pan. Leg een zware steen op het deksel. Ga rusten, speel een spelletje kaart en rook een sigaret.

Laat het geheel koken totdat het water verdampt is en het vlees gaar is. Gooi de hete stenen in het gras en schep het eten op een schaal.

Serveertip: Kijk voor de verandering eens in het rond en nodig een paar toeristen uit. Plaats de toeristen op je vilten matje en schuif een blikje bier in hun richting. Geef hen een mesje en wijs naar een knook. Laat ze een kwartiertje klungelen en serveer ze daarna hapklare brokken. Zij kunnen doorgaans geen mes hanteren. Pret voor de hele familie!

Eet nu de rest van de geit zelf op. Vergeet daarbij vooral het heerlijke vet niet, het wordt weldra weer een koude winter! Wrijf na de maaltijd de warme kookstenen in je handpalmen om de bloedsomloop te stimuleren. Sluit de maaltijd af met een sloot vodka. Zing een lied uit volle borst. Ga slapen. Rij naar de markt en verkoop het zongedroogde geitevel.

Smakelijk!

De verwondering

Mongolië, Khovd -

Het valt me op dat ik minder drang voel opwellen om een stuk te schrijven hier in Mongolie dan bijvoorbeeld het geval was in China. Wanneer ik terugblik op de schrijfselen in Toerke, dan waren het toch vooral gevoelens van verbazing, verrassing, onrecht of absurditeit die me hadden aangezet tot het neerpennen van een situatie. Hier, onderweg in het midden van een woeste natuur, met rond mij ongelofelijk weinig mensgemaakte dingen, voel ik geen onrust of onevenwicht. Het plaatje past. Als ik al iets voel wat inspireert, dan is het vooral de verwondering.

De verwondering dat een landschap zo wijds kan aanvoelen en wat dat met me doet. Dat ik 360 graden rond me minstens 50 km verderop kan kijken. Ik kan uit een wolk een regenstroom zien zakken die wel 50 km verderop op de aardkorst neerplenst. Als ik dat vertaal naar het uitzicht wat ik thuis heb, dan zou ik het vanuit mijn huisje in Antwerpen kunnen zien regenen boven Brussel. Maar dat kan niet. Vanuit mijn huisje in Antwerpen zie ik vooral de overkant van de straat, de muren van de buren.

Het voelt hier zo heerlijk leeg. Al is het dat natuurlijk verre van: overal rond mij zijn er heuvels, bergen, rivieren, af en toe een meer en grote kuddes. Bij de kudde hoort een witte stip in het landschap, een ger, waar nomaden wonen bij een, vaak magere, bron van water. En toch voelt het leeg, omdat het me niet stoort. Er is geen geraas van auto’s op de boulevard, geen gerammel van de tram op de kasseien, geen gekmakend getoeter van een ongeduldige, opgejaagde ochtendspits. Hier heerst de stilte. Al is het natuurlijk verre van stil: de vogeltjes tsjierpen, de vliegen zoemen, geitjes gaan van “meimei”, yaks knorren, de beekjes kabbelen. En toch voelt het stil, omdat het me niet stoort.

Hier kan ik plaats maken voor de verwondering. Me klein en kwetsbaar voelen in de grootsheid van een prachtige hoogvlakte. Klein en kwetsbaar, maar wel een deel van dit alles omdat in dit alles niets me stoort. Ik dein mee met de zachtaardige grillen van de natuur, voel me een met de steen onder mijn lijf. Ik zit lekker op een steen, in het zonnetje, een beetje te kijken in het rond. De muren die mijn uitzicht beperken, bestaan alleen nog in mijn hoofd. Ik wil ze slopen, steen voor steen.

Bebouwde wereld

Mongolië, Uliastay -

We zijn weer even terug in de bebouwde wereld. Het Internet is nog steeds traag, ik hou het dus kort. Alles gaat goed met ons. Het tentje staat in prachtige landschappen. De weergoden waren ons de laatste drie dagen niet zo mild gezind, maar ondertussen breekt de zon weer door de wolken. We reizen nog enkele dagen met z’n zevenen en dan gaan er twee huiswaarts. Dan is het Kees en ik en de Mongolen. Vanaf 19 juli sluit de Rotterdamse Jacqueline aan.

@Hank: ik weet niets van een noodtoestand in UB. We zijn er pas over een maand weer. Hopelijk is het onheil dan overgewaaid (wat het ook moge zijn)

@Thomas: misschien een toerke Mongolie opnemen in de loopbaanonderbreking?

Even snel

Mongolië, Bayankhongor -

We zijn even terug in de beschaafde wereld (nou ja, het is maar hoe je het bekijkt) en willen dan uiteraard andere dingen doen dan achter een trage pc zitten. We moeten naar de markt voor nieuwe mondvoorraad, we willen even shoppen en gaan uiteraard op zoek naar een restaurant met een koud pintje bij de maaltijd. Daarom even snel: het is hier nog steeds fantastisch mooi, wijds, en klimatologisch erg grillig. We zijn net de Gobi woestijn uit en rijden nu door groene valleien vol met wollige beestjes. De nomaden wonen nog steeds in hun ger (nu ook met zonnepaneel en satelliet) en het schijnbaar oneindige landschap leent zich nog steeds voor de meest absurde beelden. Erg mooi. Oh ja, we stellen het goed. Over and out.

Thomas, gelukkige verjaardag!

Soepkieken met rijst

China, Ping'an -

Op een paar uur rijden van Yangshuo ligt de Dragon Backbone, een zee van rijstterrassen die trapsgewijs, als de schubben op een drakenrug, vallei in en vallei uit de bergwanden vulllen. Momenteel is de rijst aan het groeien. Hier en daar wordt nog een terras omgeploegd met behulp van ossen. Heel sporadisch zie je een oud vrouwtje gebukt een terrasje oogsten, maar de grote oogst zal nog zo’n vier maanden op zich laten wachten. Na weken van (meestal) zon en hitte en net nu we een hele dag wandelen tussen de rijstterrassen en dorpjes, gaat het regenen. Niet zomaar een buitje, neen, de regen valt met bakken uit de hemel. Niet even, neen, de hele dag en nacht en ook de volgende dag. Mijn nieuwe bergschoenen houden een drietal uur stand. De rest van de wandeling wordt het tenen soppen in natte sokken. Het zijn dan ook geen plassen meer. Het pad lijkt wel een rivier geworden. Op de droge kamer, in de droge bagage liggen onze droge regenbroeken en regenjassen. Het was een verrassingsaanval. Met een lekke flinterdunne plastic poncho, haren die plakken op de wangen, kousen als theezakjes in een plas, ben ik net een soepkieken. Een soepkieken tussen de rijst. Heel af en toe, onder de beschermende paraplu van de gids, haal ik de camera uit de waterdichte tas om het landschap vast te leggen op de gevoelige plaat. Erg mooi, erg uniek en erg nat.

Drie dagen later, de schoenen zijn net droog, de Chinagids gaat per post huiswaarst, zijn we een laatste nacht in Beijing. Kees hangt voor de buis tot in de vroege uurtjes voor de live uitzending Oranje vs de Italianen. Een rij bierflesjes, een volle asbak en een 3-0 zege later, gaat het richting Ulaanbaatar, startpunt van een jeeptocht van vijftig dagen door het westen en zuidwesten van Mongolie. We bereiken de grenzen van WiFistan. Het internet gaat weer per modem en lekker traag. Tenminste, als de elektriciteit het doet. Je volgt ons wellicht niet meer op de voet. Denk maar: geen nieuws, goed nieuws.

Eigenwijze reuzen

China, Yangshuo -

Het karstgebergte rond Guilin had ik thuis al op vele plaatjes gezien. Het komt uitgebreid voor in alle Chinagidsen en vooral in de fotoboeken. Het landschap is namelijk heel apart. De bergen hebben bizarre contouren. Ze zijn erg smal en hoog en steken als kaboutermutsen uit de verder vrij platte horizon. Het lijken wel bergjes zoals een kind ze zou tekenen. Als in een sprookje. Het was helemaal een ‘he, daar heb je ze’ gevoel toen we met de taxi van Guilin naar Yangshuo reden. Ik heb geen idee hoe dit karstgebergte is ontstaan. Ik zal er vast wel eens iets over gaan lezen. De afgeronde steile hoopjes berg zijn erg fascinerend. Dat ze niet omvallen, ofzo.

Het boottochtje op de Li langs deze grappige reuzen is dan ook een ‘ooh aah’ moment in de reis. Je trekt al gauw zo’n vijf rolletjes film vol (lang leve de digitale fotografie) met steeds dezelfde beelden. Nog eentje dan, net even anders. Het landschap rond Yangshuo heeft vaak model gestaan. Je vindt de groene hoedjes terug op sigarettenpakjes, in logo’s allerhande en op het briefje van 20 yuan. Downtown Yangshuo zelf, ooit een hippie backpacker oase, is nu vergroeid tot een grote restobarwinkelstraat. Waar venters met fluitjes dag in dag uit de eerste tien valse noten van bekende melodietjes blazen op het traditionele instrument. Na honderd keer Frere Jacques en Amazing grace kan ik het folkloreding wel door ’s mans strot rammen. Verder zijn er de nodige Heineken logo’s (wanneer gaat Jupiler eindelijk eens de wereldmarkt veroveren?), gastronomie voor Westerse magen en traditioneel handwerk vervaardigd uit minder traditionele grondstoffen. Plastic, zeg maar. Maar goed, wereldbekende plekken worden over de hele wereld een beetje het slachtoffer van hun eigen succes. Dat is niet iets Chinees, dat is meer iets eigen aan de mens en het kapitaal. De groene reuzen maakt het niet uit. Die blijven eigenwijs en tijdloos mooi op de horizon flaneren. Onschendbaar puur natuur.

De ronde van Dali

China, Dali -

Gewoonlijk wordt er onderweg even een sanitaire stop voorzien aan een tankstation of een restaurantje. Op weg van Lijiang naar Dali stopt het busje aan een megahal waar achter glazen vitrines alle mogelijke (nep?)edelstenen worden uitgestald. Massa’s toerbussen, Chinezen netjes in rij achter de man met het vlaggenstokje, worden hier gedropt voor een unieke winkelervaring. Ik baan me een weg langs de jade, kristal en turkoois op zoek naar de zuiverste porselein van de plasbak. Het oude centrum van Dali wordt omwald door de antieke stadsmuren en poorten. Binnenin is het een bonte verzameling van souvenirwinkeltjes en Heineken logo’s. We huren twee mountainbikes en gaan op ontdekking buiten het stadje. Enkele kilometers buiten Dali ligt het Erhai Meer. Volgens de gids kan je een toertje maken rond het meer in een zestal uren. Aan de overkant van het meer zijn ook zat dorpjes die je per boot terug naar Dali brengen als je genoeg hebt van de trappers. We fietsen langs talloze rijstvelden door kleine, haast verlaten dorpjes. Om de punt van het meer te bereiken zijn we toch al een drietal uren aan het fietsen. De zadelpijn komt genadeloos opzetten. De zitjes van de mountainbike zijn bikkelhard en hels voor de ongeoefende bips. Ik schuif weer eens een paar centimeter de andere kant op, op zoek naar een nog ongeschonden stukje zitvlak. Het wordt duidelijk dat een rondje rond het meer in een dagtrip niet te verwezenlijken is. De weg wordt steeds hobbeliger en gaat al lang niet meer plat, zelfs niet meer vals plat. De zon brandt meedogenloos op het blanke vel en de rustpauzes volgen zichzelf steeds sneller op. En waar zijn die dorpjes met de bootjes die een overzet aanbieden? Een slimme visser biedt ons een overtocht aan voor 800 yuan (zo’n 80 euro). We grijnzen even en banen ons verder een weg langs de hel van het oosten. Nog een uurtje rijden en dan komt de redding van Wanse, zo denken we. Op het kaartje staan toch duidelijk enkele stippellijnen vanuit Wanse over het meer. Daar moet toch een bootje varen! Niet? Niet dus. Het is ondertussen vijf uur, we worden al zeven uur gemarteld door een skai billenplankje en zijn misschien slechts 60 kilometer gevorderd. De zon brandt zonder erbarmen op de ondertussen kreeftrode armen. Dit schiet niet op. De tuktukman even buiten Wanse heeft geluk vandaag. Hij brengt ons voor een stapeltje yuan naar Haidong, laat de enige ferry over het meer op ons wachten en verlost ons uit de hel van het oosten. Nog nooit gaf een Heineken logo me zoveel troost.

De tijgersprong

China, Lijiang -

Midden in de rivier ligt een groot rotsblok. Hier sprong de tijger over de Yangtze. Hoog boven de oevers volgt een steil, kronkelend paadje, erg dicht bij de afgrond, de plooien van de ravijnberg. We zijn aan de Tiger Leaping Gorge, zo’n twee uur rijden van Lijiang. Mijn maag ligt in een kronkel en mijn darmen geven niet thuis. Niet echt een goede start voor een wandeltocht waarbij we op de eerste dag zes uren zullen moeten klimmen. De wolken beschermen ons tegen de brandende zon en achter elke bocht wacht een nog mooier vergezicht. Wanneer we aan het zwaarste stuk moeten beginnen, gooi ik echter de handdoek in de ring. Het protest van mijn ingewanden en de hitte van de zonnestralen die zich door het wolkendek wisten te priemen worden mij teveel. Gelukkig zijn er gidsen met paardjes, paardjes die mij en de rugzakken de berg opzeulen tot aan het einde van dit moeilijke stuk, de 26 bochten. Daarna wordt het iets makkelijker en het vooruitzicht van een frisse, welverdiende pint in de Halfway Lodge waar we zullen overnachten, pompt nieuwe moed in de beentjes. Het panorama vanop het balkon maakt alles goed en doet zelfs de hardnekkigste blein vergeten. Dag twee is een peulenschil vergeleken met het eerste traject. Af en toe wordt het wel spannend en een beetje eng wanneer een watervalletje over het pad gaat. Het smalle pad, het smalle gladde pad, het smalle gladde pad met niets dan afgrond naast me. Heel ver onder ons hoor je het aanhoudende geraas van de machtige Yangtze. Hoog boven ons zorgt de hemel voor een dramatisch lichtspel. Daar tussenin overmeesteren twee nietige stipjes in een reusachtige ravijn het pad waar eens de legendarische tijger een sprong over de gouden rivier waagde.

Dongba en Disney

China, Lijiang -

Het stukje georganiseerd reizen is begonnen. Geen gezoek naar de juiste bus, geen gevlucht van zwarte taxi’s, geen gestamel met het Mandarijn woordenboekje in de hand. Lekker makkelijk. Een bordje met onze namen, een transfer naar het hotel. Lijiang noemt men ook wel het lampionnenstadje. Overal hangen er rode lampionnetjes die het stadje baden in een sfeer van kitscherige romantiek. De diensters zijn gekleed in de traditionele kledij van de plaatselijke minoriteiten. Het dorpje is een grote souvenirwinkel. In de zijstraatjes kom je heel sporadisch nog iets tegen van het echte leven, verder is dit gewoon Disneyland. In de luidruchtige barstraat dansen tot een stuk in de nacht de minoriteiten, wederom in vol ornaat, hun traditionele volksdansen op een housebeat. Kan het nog gekker?

Lijiang heeft gelukkig meer te bieden dan het vernieuwde “oude” centrum. Onze gids Joey komt ons ophalen om te gaan fietsen naar Baisha. Een gladde asfaltbaan verbindt Lijiang met de omliggende dorpjes. Het is een makkelijk tochtje langs de velden, het het vee en de boeren. De Naxi muzikanten nodigen ons uit voor de verplichte jamsessie op de traditionele instrumenten, oude mannetjes zitten gehurkt rond het mahjongspel, kinderen roepen ‘hello’ en vinden het hilarisch wanneer we antwoorden met ‘nihao’.

In het dorp woont de beroemde dokter Ho. Er werd ooit een alinea over hem geschreven in de Lonely Planet en sindsdien is het hek van de dam. Steeds meer reizigers gingen even bij hem langs. Ook Michael Palin en andere documentairemakers brachten verslag uit van de wonderdokter uit de Himalaya. Het kabinet van dokter Ho ligt bezaaid met stapels artikels over hem en naamkaartjes van bekende en minder bekende buitenlanders. Hij teert nog steeds op die roem al is het mij niet echt duidelijk waarin hij dan zou uitblinken. In een aanpalend kamertje vol emmers met poedertjes vult hij een papieren zakje met ‘healthy tea’ en vol trots overhandigt hij ons het mirakel der traditionele geneeskunde. Je mag geven wat je wilt en onze gids vertelt ons dat sommige toeristen wel 100 yuan neertellen voor de poederthee. Bij de apotheek om de hoek vind je het goedje voor 5 yuan. Het dorp kijkt duidelijk anders naar dokter Ho. Niemand gaat bij hem op consult. Ze vinden hem een erg gekwiekste zakenman, dat wel.

Terug in Lijiang parkeren we de fietsen bij het dongba museum. De dongba zijn de priesters of wijzen in de religie van de plaatselijke Naxi minderheid. Ik herken veel elementen uit de Tibetaanse Bon cultuur en het sjamanisme. Veel kleurige maskers en dierensymbolen. In het museum wordt uitgestald wat kon gered worden uit de klauwen van de Culturele Revolutie. Ik koop een woordenboekje met vertalingen van de dongba hierogliefen. Niet dat het ooit van pas zal komen. Er rest nog slechts een vijftigtal dongba priesters. Maar het is een prettig tijdverdrijf om te neuzen in de tekens en symbolen van een eeuwenoude cultuur, hier op het terrasje met een frisse Budweiser in Disneyland.

Plastic zeiltjes en panda’s

China, Chengdu -

Op het vliegtuig zitten een aantal reddingswerkers en een groepje vrijwilligers – rugzak en wandelschoenen net uit de verpakking. Op de wegen vanuit Chengdu zien we af en toe een konvooi trucks met goederen voor het rampgebied. Doorheen de stad zie je hier en daar, vooral in wijken met oudere gebouwen, tentenkampen. De meeste tenten zijn ondertussen weer geruild voor de huiskamer, maar hier en daar volharden er nog enkelen in het veiligere onderkomen van een plastic zeiltje. Er verschijnen nog af en toe berichten over dreigende naschokken, maar in de stad voel je niets van onrust of paniek. Alles gaat weer zijn gewone gangetje, zo lijkt het wel. De shoppingcentra worden druk bezocht, de ochtendspits is weer even chaotisch en de scholen stomen de studenten klaar voor het nakende nationale examen. Lees verder…