Namtso Lake

Tibet, Namtso Lake -

Een dikke tweehonderd kilometer buiten Lhasa ligt Namtso Lake. Ik krijg de kans om bij een groepje reizigers aan te sluiten en zo de jeepkosten te delen. We vertrekken op een zonnige dag, dat waren ze tot hier toe trouwens allemaal. Eerst gaat het richting Drepungklooster. Ooit de grootste kloostergemeenschap van Tibet met 10.000 monniken van de orde van de Geelmutsen, huisvest het klooster nu nog slechts een 400-tal geestelijken. Het heeft alles wat zo eigen is aan de Tibetaanse kloosters – 1000 boeddhas, beschermgoden, boterlampjes, gebedswielen en kleurrijke stenen. Maar ook iets wat vroeger niet zo eigen was aan deze plek, de Chinese veiligheidsmannetjes op het dak en de spion onder de monniken.

Richting meer rijden we een hele tijd langs de nieuwe spoorlijn, kennelijk de hoogste ter wereld. Jigme, de gids, zegt me dat die dertig procent toeristen naar de hoogvlakte brengt en zeventig procent werkloze Chinezen uit arme provincies. Die komen hier hun kans wagen op een baan en slagen er kennelijk sneller een aan de haak dan de Tibetanen zelf. Dat wordt niet echt in dank aanvaard. Begrijpelijk.

We nemen na vele bochten de pas op 4910 meter en het Namtsomeer geeft zich voor een eerste keer prijs. Het meer is zout. Een oude zee? Ik beklim de berg naast het meer. Heel af en toe, iets meer dan gewoonlijk, moet ik stoppen op zoek naar een grote hap zuurstof. Ik slikte deze reis preventief Diamox en heb veel minder last van de hoogteziektekwaaltjes dan de vorige keer op deze hoogte. Geen hoofdpijn, geen nare dromen. Fijn. Mijn klim wordt beloond met een prachtig uitzicht over het meer, een eerste ontmoeting met de typische yaks en een soort zonsondergang die er niet echt een is.

We slapen in een kamp van aluminum werfcabines. Vroeger werd hier gelogeerd in nomadententen, maar met de opkomst van het Chinese toerisme wilde men toch iets meer comfort aanbieden. Het resultaat is een opeenstapeling van karakterloze ijzeren koten, reclamepanelen voor winkels met een schaarste aan koopwaar en woekerprijzen voor een hard bed op deze exotische bestemming. Het is bij de jonge Chinezen in om hier rond te reizen. Een beetje aapje kijken bij de barbaarse minderheden. Zoiets.

Dag twee begin ik aan een kora rond een van de heilige bergen aan het meer. Het is bewolkter dan de vorige dag, dat wel, maar een sneeuwstorm dat zag ik er niet in. Ik heb nog ruim een uur te gaan wanneer de eerste hagelstenen me tegen de wangen kletsen. Dit is niet goed. Ik loop in mijn jeans, zonder regenjas, met stadsschoenen. De hagel neemt toe in kletsen en hoeveelheid. Een Tibetaanse man op de motorfiets verlaat langs het grindpad het kamp. Hij vertraagt en doet teken of ik een lift wil naar het kamp. Ik heb geluk vandaag. Met één hand loodst hij het ijzeren ros langs het grind, met de andere slaat hij de hagelstenen en sneeuw uit zijn gezicht. Met knarsende vrieshandjes en een welkom kopje zoete melkthee zit ik een klein half uurtje later rond de warme kachel bij zijn vrouw.

Wanneer ik terug bij het kamp aankom ligt er al een mooie laag wit. Het gaat hier snel. Chauffeurs speculeren over het al of niet nemen van de pas. We gooien een laatste sneeuwbal, nemen afscheid van het meer en vertrekken richting Lhasa. Onderweg moeten we stoppen voor een truck die de weg blokkeert, chauffeurs die van de pas komen en verslag uitbrengen en de obligate kiek aan de nu besneeuwde pas. Dat was gisteren even anders. Niets blijft wat het is. Neem nou de trein, of de mannetjes op de dak

Bokaal

China, Beijing -

De bar annex restaurant annex gratis surfstek in het Candy Inn in een hutong in Beijing heeft iets van een aquarium. We zitten hier met z’n allen rondjes te draaien en weten dat er buiten deze kom een hele wereld te ontdekken valt en toch is dit makkelijker. Dezelfde plantjes – pizza, burger en dumplings – hetzelfde kasteeltje – onze veilige kamer met tv en slot. Een allegaartje van exotische visjes verzamelt hier na de obligate dagexcursie in de bloedhete smog of komt hier uitkateren na een nachtje Beijing clubbing. Ik heb dit vaker gezien – geef toe, ik heb wat globekilometers onder de zolen. Reizigers aller landen verenigen zich…net niet.

De lingo, het t-shirtje met exotisch bierlogo, het stoere verhaal van een maar net geslaagde paspoortcontrole, het regelen van een vlucht naar morgen en – nu ook – het Facebooken met het thuisfront zijn kennelijk het hedendaagse uitstalraam van je wanderlust. Heel af en toe ontmoet ik de zonderling – vergeef hem zijn reisexclusieve baardgroei – die me vertelt hoe hij per fiets de hele stad doorkruiste en zo niet-gids bestemmingen bereikte. Omdat ze nooit een bestemming waren. Heel af en toe ontmoet ik de avonturier die graag luistert – en echt luistert, notities inclusief – naar mijn tips en ervaringen over Tibet. Verder zijn het vooral twintigers en prille dertigers die – oh wee, we hebben geen budget (hoe durf je dat hier te zeggen?) – zichzelf elke dag heruitvinden. Totdaar het kortetermijngeheugen van de goudvis. Verder gaat deze vergelijking met het aquarium niet op.

In tegenstelling tot de goudvis slagen wij mensen erin om de spiegel te doorbreken en een nieuwe weg in te slaan. Maar dan moet je voorbij het “waar was jij gisteren?” en “waar ga jij morgen naartoe?” Dan moet je wegzakken in het hier en nu. En zelfs dat niet. Gewoon zijn, met de nadruk op gewoon.

Word ik te cynisch voor hype guesthouses? Of word ik straks gewoon veertig? Ik kijk ernaar uit. De bokaal wordt er alleen maar groter op.

Tempel van stilte

China, Beijing -

Ik begeef me in een koele en kraaknette metro richting Temple of Heaven Park. Toen ik in 2005 voor het eerst in Beijng was, was men druk doende deze sandaalhouten constructie te restaureren. Meer dan een stelling en doeken was hier toen niet te zien. Vandaag is dat even anders. Ik koop een kaartje aan de ingang van het park en sta een beetje te gapen naar het informatiepaneel wanneer de gids Lei naar me toe stapt. Of ik naar de Muur wil, of naar de Verboden Stad? Of een rondleiding langs de paviljoenen hier in het park? Ik aarzel even maar denk dan: waarom niet. Ik ben hier alleen. Gezelschap is mooi meegenomen. Lei spreekt heel verstaanbaar Engels en is, dat blijkt al snel, op de hoogte van alle historische feiten. Die van lang geleden op de keizerlijke tijdsbalk, maar ook die van een iets recentere datum. Ik heb er goed aan gedaan net vandaag deze plek uit te kiezen, zo zegt hij. Er is enkele dagen een ban op alle Chinese tourgroepen in Beijing. Deze week is het twintig jaar geleden dat het ‘Tankmanincident’ het Tienanmenplein op de wereldkaart zette en de overheid wil nu even geen Chinese groepen in de stad. Nu even niet. Normaal gezien is het hier mensendik kijken. Een af- en aanrijden van bussen die hordes paraplu’s en petjes het park injaagt. Vandaag is het hier stil. Lei begint met het corrigeren van de naam Temple of Heaven. In werkelijkheid is het de Tempel van het Gebed voor de Oogst.

De keizer vertrok na een periode van vasten vanuit de Verboden Stad met zijn gevolg. Een gevolg te paard, te voet, in ceremoniële wapen- en klederdracht, allemaal gecastreerd. Geen vrouwen richting tempel. Hij verbleef hier drie dagen, dagen zonder vlees, van meditatie en gebed. Aan de intrede van het complex werd hij riteel gewassen en gekleed in een soort van badhuis. Dan ging het richting Hal van de Tabletten. Chinezen maken bij het overlijden van een voorouder een tablet met daarin een gebed gegraveerd. Het lichaam is vergankelijk en verdwijnt al snel. De geesten daarentegen verblijven in de hemel en verdienen dus een gebed op een tablet. Logisch. Zo werden er dus ook tabletten gemaakt voor de keizerlijke voorouders. Die worden bewaard en bewaakt in prachtige hallen in dit complex. Voor dit terugkerende ritueel werden er houten replica’s van deze tabletten gemaakt. En er werd een offeros gekozen. De os werd verbrand in een houtoven en de tabletten in elk een eigen bronzen korf. Met de rook en stank van deze offers hoopte de keizer de aandacht van de hemelgoden te trekken.

De keizer begaf zich tenslotte naar het Altaar van de Hemel, een groot rond marmeren bouwsel met centraal een ronde verhoogde steen. Op deze steen riep hij het gebed voor een goede oogst de hemel in. Door de architectuur van deze cirkel weerklinkt hier een enorme galm wanneer je op die bepaalde plek roept. Ik kan het vandaag op aanwijzen van Lei uittesten. Er is geen muur van toeristen die het geluid breekt. Ik sta hier alleen en roep vanop de keizerlijke cirkel mijn gebed naar de hemel: “Goede reis, Sarah!” Mijn echo beaamt.

Hutong hitte

China, Beijing -

Ik land na een slapeloze vlucht – twee uurtjes wroetslaap met een stijve nek tel ik niet als slaap – in Beijing. De passagiers staan op, verzamelen pak en zak uit de kastjes en drummen zich een weg naar de uitgang. De crew fluit ons terug. Iedereen terug op zijn plaats. Er komen medische inspecteurs met maskertjes en latex handschoenen aan boord. Met een pastelpaars pistooltje – alles medisch heeft hier een pastelkleur – wordt, zonder aanraking, van alle passagiers de temperatuur gemeten. We vullen allemaal ons papiertje in waarop we verklaren dat we geen griep hebben, geen koorts, geen keelpijn, geen hoest, geen pijn in de borststreek. En dat we de afgelopen week geen contact hadden met een varken. Verder willen ze ook weten waar we de afgelopen twee weken vertoefden. En dan mogen we op het vasteland, het Moederland. Terminal 3 ligt er nog steeds kraaknetjes en muisstil bij. Ook hier weer aanschuiven bij de medische inspecteurs. Onze ‘health declaration’ afgeven aan een gemaskerde bureaucraat. Nu nog langs Immigratie en dan ben ik binnen in het Middenrijk. Sinds mijn laatste bezoek aan de toen Olympische stad is de nieuwe treinverbinding van de Airport Express voltooid en trein ik vlot naar het hart van de hoofdstad. Een metrostop erbij en ik sta op de straat. Een warme straat, en het is pas 8 uur ‘s ochtends. Ik vind de weg naar mijn guesthouse in een hutong achter de Lama Tempel. Mijn vergunning voor Tibet ligt klaar aan het onthaal. Ja!

Ik slaap enkele uren, het is voor mij tenslotte putje nacht, en trek dan richting International Hotel, het enige adres waar je als buitenlander een treinkaartje voor Mongolië kan bemachtigen. Als ze er zin hebben tenminste. Vandaag is mijn geluksdag. 1600 yuan armer en een treinticket Beijing-Ulaanbaatar rijker sta ik weer in de hitte. Het is ondertussen 32 graden en een briesje blijft uit. Maar ik ben blij. Al de geplande reisvoorbereidingen zijn in een dag geregeld. Geloof me gerust, dat is in China geen sinecure. Vaak gaat het van het kastje naar de muur. En dan heb ik het niet over het historische bouwwerk. Die Muur bewandel ik in juli. Dan breng ik nog een dag of vier door in Beijing. Nu ga ik vooral rusten, een beetje in de tuin van de tempel zitten lezen, een beetje kuieren in de hutong voor en na de hitte. Kan ik vrijdag uitgerust en geacclimatiseerd naar het speelgeweld van 76 snotapen hoog boven de boomgrens in Tibet.

On the road again

België, Brussel -

De rugzak is gepakt en puilt uit. En de handbagage. En nog wat handbagage. Ik reis voor het eerst zwaar bepakt, tot op de limiet van het toegestane gewicht en formaat. Maar daar is een reden voor. Uiteraard. Ik probeerde in mei en augustus 2008 tevergeefs een bezoek te brengen aan het Dickey Weeshuis in Lhasa. Maar Tibet was toen gesloten. Nu gaat het lukken. Mijn visum is geregeld, al zij het op de valreep. De jonge Brussels-Arabische taxichauffeur heeft toen mijn reis gered.

“Je vais couper, je vais couper”. Langs kleine straatjes ver weg van de files loodste hij me om vijf voor elf naar de Chinese ambassade in Woluwe. Die sluit om elf uur. En dan naar de Mongoolse in Vorst. Die sluit om twaalf uur. Het was een dagje stress. Die rit vergeet ik niet snel. Wat ik wel bijna was vergeten was mijn gele vaccinatiekaart. Die heb ik op het laatste even van onder het stof gehaald. Gelukkig maar. Buiktyfusvaccin moet opnieuw gezet. Een prik later ben ik helemaal klaar. Of toch niet. Mijn zonnebril ligt nog in de ravijn boven de Yangtze in China. Toch nog even winkelen dan: zonnebril, tampons, tandpasta. Klaar.

Op twee juni vlieg ik via Londen naar Beijing. Op vijf juni gaat het richting weeshuis in Lhasa met pak en zak vol kleren en cadeautjes. Half juni sta ik terug in Beijing. Hopelijk in het station met een treinkaartje voor Ulaanbaatar. Daar wacht een jeep met bevriende Mongolen. En een Gobiwoestijn vol stilte. Eindeloze stilte. Eindelijk.

Missie Midøya

Noorwegen, Oslo -

Dit was een reis met een missie. Jaren geleden stak grote broer zijn neus diep in het alfabetische register van een reusachtige atlas. Bij de letter M vond hij wat hij zocht:  de plaatsnaam Mia. De coördinaten brachten hem helemaal boven op de kaart naar een piepklein eilandje aan de Noorse kust. Daar ligt het eiland met de naam van een veel te vroeg gestorven moederbeer. Onze moederbeer, Midøya, Mia in het Engels. “Zus, laten we daar samen naartoe gaan. Een missie, een eerbetoon aan mama! Wij samen, broer en zus”. Zijn voorstel botste op een koude muur. De rouw was me nog te rauw. Er werd nog gestreden om het huis waar wij onze kinderjaren sleten. De erfenisperikelen sleepten aan en vonden slechts moeizaam een oplossing. Een oplossing die er eigenlijk geen was. Wij hadden een strijdbijl begraven, maar de vredespijp werd nooit gerookt.

Het was jaren later in Ulaangom, in een Mongools internetcaféetje, dat ik mijn gedachten opnieuw richting noordelijke fjorden en Midøya liet dwalen. Een bericht van grote broer had me aangenaam verrast: “Op één september ga ik een half jaar in loopbaanonderbreking. Yes!”. Ik schreef meteen terug: “Staat Mia nog in jouw atlas?” We namen de draad weer op waar hij ons was ontglipt, bij een afscheid in pijn en dierbare herinneringen die zelden werden verwoord.

Nog later, ik thuis na een tocht door China en Mongolië en grote broer in de hangmat van de loopbaanonderbreking, kregen de plannen rond het mysterieuze eilandje een gelaat. We zouden in februari gaan, mama was ook in februari gegaan. We zouden op het eiland aan het water samen een ritueel uitvoeren. Wat dat ritueel zou worden was ons niet helemaal duidelijk. Dat zou later wel vorm krijgen. We moesten ons eerst en vooral een paar praktische vragen stellen. Kunnen we op het eiland geraken? Ook in de winter? In een Noorse Winter? De toeristische dienst van Noorwegen had nog nooit van het eiland gehoord. Sommige Noren gelukkig wel. Op Couchsurfing, een site van reizigers voor reizigers, vonden we een antwoord op onze vragen en ook onderdak hier en daar. Ik had ergens gelezen dat de treinrit Oslo-Bergen een van de mooiste treinritten in Europa is. Grote broer wist over het bestaan van de talrijke veerboten en een Jugendstilstad. En zo werd de missie een reisplan. Kort, maar krachtig. Koud en prachtig. Zo zou het zijn. Maar niet op dag één. Lees verder…

Praha

Tsjechië, Praag -

Ik had zowat alle last minute zonnewarmte opgezocht. Zonder succes. De Canarische Eilanden waren volgeboekt. Op La Gomera was nog een huisje te krijgen, maar geen vlucht. Dat schiet ook niet op. Israël stond – achteraf gezien maar goed – niet op mijn lijstje. Een weekje Cuba zou al direct een paar klompen goud gaan kosten. Dat vond ik erover. Zon met kerst zou niet lukken, zoveel was duidelijk. Dan maar gaan citytrippen. Praag stond nog op het verlanglijstje. Snel naar de bib voor wat reisgidsen en naar de kampeerwinkel voor schapenwollen thermisch ondergoed. De zonnecrème blijft in de kast.

Met Sky Europe ben je vanuit Brussel op een dik uur in Praag. Een bus- en metrorit later lig je op een *****bedje aan de Moldau. In Praag is het echt wel kerst. Het plein in de oude stad is één grote kerstbal. Houten poppetjes, kitscherige kristal, smeulende worsten, zoete broodjes, geroosterde kastanjes, blauwe engeltjes, een orkestje met hoempa-muziek inclusief dansende vlechtjes. Het kan niet op. Wat ook bij een Praagse kerst hoort is een klassiek concert in één van de vele kerken en concertzalen. Het aanbod is enorm. We kiezen voor een concert in het beroemde Rudolfinum, thuis van het even beroemde Tsjechische Filharmonisch Orkest. We rollen van het ene beroemde aria in het andere, worden meegesleept in een theatrale Dvorak en walsen tenslotte de monumentale concertzaal uit op de noten van Stille Nacht.

Praag zou Praag niet zijn zonder de Art Nouveau en Jugendstil. Overal vind je fraaie stijlelementen van deze beweging: een prachtige mozaïek op een gevel, geometrische lusters in een koffiehuis, glasramen in een kathedraal. We genieten van deze pracht in het oude raadhuis, U Obecni Dum, waar niet minder dan drie restaurants pronken met de parels van dat tijdperk. De prijzen zijn helaas van een nieuwer tijdperk. De goedkoopste fles wijn op de kaart kost algauw 2000 Kronen. Gelukkig zijn er in de minder toeristische wijken van Praag nog eenvoudige restaurantjes die de simpele maar heerlijke Tsjechische keuken op je bord brengen. Daar horen steevast knoedels bij. En varkensvlees. En een Becherovka die je lekker opwarmt alvorens je weer de ijskoude straat opmoet.

In een niet zo ver verleden bracht ik de werkuren door in een bibliotheek. Wanneer ik de kans krijg om deze historische werkplekken te bezoeken, laat ik die niet links liggen. Het Strahovklooster herbergt twee zulke zalen die uitpuilen van de barokke overdaad. Hier te zitten op een fluwelen stoel met een spannend boek in de hand. Of weg te mijmeren bij een van de vele globes die een oude wereld in kaart brachten…

De nieuwe tijd laat zich bewonderen in de Galerij van Praag, waar vooral het kubisme en het realisme van de Tsjechische kunstenaars je bijblijft. De nieuwste tijd is neergepoot in de vorm van een dansend gebouw, ook wel Ginger & Fred genoemd. Ik word er niet echt warm van. Geef mij maar de prachtige huizen langs de oever.

Ironisch genoeg moet je eerst de trapzaal van een van de vele casino’s door alvorens je het Museum van het Communisme bereikt. Hier zijn de ondergesubsidieerde stoffige zalen bevolkt met stenen beelden van voormalige helden als Lenin, Marx en Stalin. De interieurs van een winkel (zonder voorraad), een klaslokaaltje en een verhoorzaal van de geheime politie brengen je in de sfeer van een niet zo ver en somber verleden. Een documentaire schetst een beeld van de studentenrevoltes en de Fluwelen Revolutie. Aan de terreur kwam een einde en Jan Palach is nu een plein.

Praag is een mooie en boeiende stad. Ze doet denken aan St.Petersburg met haar statige brede boulevards, maar ze is beter onderhouden. Ze doet denken aan Moskou, maar de mensen zijn iets minder grauw. Ze heeft niets van een last minute zonnig eiland. Al heeft de sauna met panoramisch zicht op 25 hoog wat dat betreft een en ander goedgemaakt. Vijf lagen kleren op een hoopje, poedelnaakt Becherovka uitzweten. De zon denk je erbij.

Altan bator

België, Antwerpen -

Ik ben thuis. Echt wel. Ik drink nu misschien wel kopjes Chinese ginseng thee, maar ik maak ook witloofsoep en ik eet terug kaas – Leerdammer en Oud Brugs. Af en toe drink ik een biertje uit Hoegaarden, nu opnieuw gebrouwen waar het altijd werd gebrouwen. De mannen van Jupille blijven het best bij hun Jupiler en hoeven geen water te leveren voor de Vlaamse dorpen, dat hebben ze ondertussen wel geleerd. Dat slikken ze hier kennelijk niet in het noorden boven Brussel. Alles ligt hier ook zo hartstikke communautair gevoelig. De lange tenen zijn zo kwetsbaar en geen kant kiezen wordt ook niet altijd in dank aanvaard. Mag ik niet gewoon Belg zijn, zonder meer? Gooi er nog een Europese vlag bovenop, waarom niet. Maar kom mij niet vertellen, in wat voor wereldtaal dan ook, in welke landstaal er hier moet gevochten en gesplitst worden. Ach, politiek… als ratten in de val volgen verblinde kuddes de sluwe wolven op weg naar een ravijn. ´t Zal wel zo horen in dat sprookje. Laat ze maar doen, ik leef nog lang en gelukkig in mijn manisch-depressieve wereld. Lees verder…

Home sweet home (final draft)

België, Antwerpen -

We hielden op 5 augustus een piepklein feestje op de Airport Express met vertrek vanuit Brussel/Halle/Vilvoorde -is dat nog een kieskring?- naar DE Scheldestad (er is er namelijk maar één, begrijp dat goed) met het gegeerde en zeldzame blikje Jupiler in de aanval. Thuis is de vergeten aardappel achter in de kast een natuurlijk beeldhouwwerk geworden, De Scheutkoorts. De stoep staat groen van het lover. Wanneer ik uit mijn keukenraam hang te leunen, Koreaanse duty-free peuk tussen de zongedroogde lippen, kan ik bijna het strelen van de hoogste takjes van de boom voor het huis voelen. Op mijn Nano i-Podje klinkt Vluchten kan niet meer van Jenny en Frans, volgens mij een beetje de Miek en Roel van het Hollandse noorden.

Het zit erop, drie maanden zijn ergens op een kantoor door een loyale collega van een kalender gescheurd, dag na dag, van negen tot vijf. Ik was er niet bij om een loonfiche te verdienen en koos voor het tropische vakantiegeld en de loskoopsom. Ik wilde baden in het zonlicht, rollen in het zand, rillen in een ijsrivier, zweven als een gier. Weken zonder nummer, dagen zonder naam. Telkens een nieuw verhaal zoeken dat aanbreekt bij het ochtendkrieken en tot rust komt bij valavond, net voor het ver-schijnen van de eerste ster, Sirius.

Geïnspireerd door de steen van Bram Vermeulen, heb ik tijdens een wandeling met Sjakkelien nabij Manhan, een dorpje in West-Mongolië, mijn eigenste stenen logo gelegd in een woestijn: Sarah was here! Het ego wil ook wel wat. Poekie heeft bij deze plek een vijftal steenmannetjes gemaakt, of rotswakers, of grafstenen, ik weet niet goed wat het moet voorstellen en ik wil soms zo graag dat alles het juiste woord krijgt. Poekie heeft een zware steen verlegd. Laat ik het daarbij houden. Dat is meer dan mooi genoeg.

Bajartlaa Poekie, voor wederom een spannend avontuur met ons tweetjes bij elkaar. Laat ons maar niet te snel volwassen worden en blijven geloven in het het Elfde Gebod: Gij zult genieten.

Doktoi!

Vier Chinese sterretjes

China, Beijing -

Door een complete fiasco met het tijdig en correct regelen – Mongolian style – van vliegtuigtickets zagen we ons genoodzaakt vroeger dan gepland vanuit Khovd terug oostwaarts te vliegen naar de Mongoolse hoofdstad Ulaanbaatar, weg van de baan van de totale zonne-eclips op 1 augustus, weg dus van een natuurfenomeen dat we graag van dichtbij hadden willen meemaken, weg was even de lach op ons gelaat. Dankzij mijn geniale Poekie hebben we, glaasje wijn in de hand, toch nog een projectie van het natuurwonder kunnen beleven. Het witte blad – onze improviso breedbeeldtelevisie – wapperde lichtjes in de wind, het beeld was een beetje onscherp en sowieso helemaal andersom, maar het had wel iets. Iets geniaals Poekitisch. Lees verder…