Mongolië - Amarbayasgalant

Gans glooiend

Mongolië, Tsetserleg -

Er lijkt geen einde aan te komen. De ene vallei nog groter dan de andere. Een bergketen in de verte wil maar niet naderen. Heuvels die glooien tot in het oneindige. Dit land is groot. Of beter, dit stukje land is groot. Waren we tot Erdenet nog in de watten gelegd met geasfalteerde wegen, vanaf dan is het een opeenvolging van vlotte steppewegen, korstige aardewegen, botbrekende bultenwegen, geen wegen. Geen sprake meer van watten. Aan een pas vind je vaak een oovoo, een stapel stenen of hout, gedrapeerd met blauwe zijden sjaals en omgeven door allerlei offers. Dat kan gaan van een stel krukken, getuige van een vroeger ongeluk, lege Vodkaflessen, geld of wierook. Je loopt driemaal kloksgewijs rond de oovoo en gaat gezegend verder op weg.

Dat Mongolie het land is met het meeste vee per capita (14), laat zich al gauw merken. Overal passeer je kuddes schapen, geiten, paarden, koeien en yaks. Maar ook de vogels zijn talrijk, vooral wouwen (milvus migrans ) en kraaien. De witte stipjes her en der, als sneeuwvlokjes op een groen tapijt, zijn de gers of nomadententen. Bij een bezoek aan een nomadenfamilie word je verwelkomd met een kom melkthee (suutei tsai), gefermenteerde merriemelk (airag) of yoghurt. Ook een schaal wrongel (aaruul) doet de ronde. Die laatste laat ik het liefst aan mij voorbijgaan. Het goedje ruikt naar braaksel en mijn strottenhoofd gaat spontaan in protest bij het kauwen van deze lekkernij. Het darmprotest volgt later.

Het platteland en het leven rond de ger hebben iets idyllisch en rustgevend. De kleine provinciestadjes daarentegen geven een troosteloze en grijze indruk. Brokkelcement, puttenwegen, afvalhopen en uitgemergelde fabrieksgebouwen. Niet bepaald een plaatje. Mongolie is ook het land van de motorrijders. Bij veel gers staat, naast het gezadelde paard, ook de Russische moto, ijzeren werkpaard voor het transport van water en andere goederen. Dat de moderne tijden het platteland zijn binnengedrongen, merk je aan de satellietschotels en zonnepanelen. Het leven van de nomaden is hard, vooral ‘s winters wanneer het tot -45 Celcius kan vriezen in het noorden. Maar er is altijd tijd voor wat werelds vertier.

Wat een avontuur met de jeep door dit prachtige land! De voorloper van een veerpont brengt ons naar de andere oever van de Selenge rivier. In Shine-Ider wordt net een paard geslacht (niet voor gevoelige kijkers of vegetariers). Het na de verwoestingen van de dertiger jaren gerestaureerde klooster van Amarbayasgalant; het tochtje te paard in het Mongoolse zadel; een sneeuwstorm op een bergpas; de boom met 100 takken die je in een droom vertelt waar je zult vinden wat je verloren was. De legendes, de mystiek, de gastvrijheid, de nieuwsgierige ogen van kind. Een land om van te houden.

En op speciale aanvraag: meer wollige wezentjes