Cambodja - Battambang

Camping Lotus

Cambodja, Battambang -

We willen het platteland rond Battambang gaan verkennen. Omdat buitenlanders hier geen motootjes mogen huren, laten we ons rijden. Stoffige weggetjes zigzaggen door een systeem van irrigatiekanaaltjes langs rijstvelden, mangoplantages, bananenbomen, kokospalmen en kampot. Hier worden sommige rijstvelden tot drie keer per jaar geoogst dankzij de dam bij Kamping Puoy, die water voorziet. De dam bewijst nu zijn nut, maar niet minder dan 10,000 uitgehongerde en mishandelde arbeiders lieten het leven bij de bouw ervan onder de Khmer Rouge. Vandaag is het een mooie plek, een prachtig meer waarop het idyllisch roeien is tussen de ontelbare lotusbloemen en vissersbootjes. Een restant van de Franse aanwezigheid hier is de bamboetrein of norry. Om hout, rijst en passagiers tussen de dorpjes en naar Battambang te vervoeren, worden er rolletjes op het spoor gelegd en planken van bamboelatjes op de rolletjes. Het geheel wordt aangedreven door een veredelde grasmaaier. Bij Wat Banan krijgen we een voorproefje van de Angkor tempels, de toeristische trekpleister van Cambodia. Beneden bij de rotswand, waar nu nog een imposante bamboestelling de rotsen omringt, zal over vijf jaar een 112m grote rotsgravure over het leven van de Boeddha te zien zijn. Het is een project van Morodaki Angkor om de kansarmen een vak te leren en hoop op een betere toekomst te bieden. Na vijf maanden zonder fornuis, kan ik aan de slag in de keuken. Het Smokin’ Pot restaurant in Battambang geeft kooklessen. Eerst gaan we naar de markt waar we tussen de soms bizarre voedings(?)waren – schildpadden, stinky fish paste – zorgvuldig onze ingrediënten uitkiezen. Na een ochtendje wokken kan ik drie gerechten klaarmaken: de Cambodiaanse amok (kokoscurry) en lok lak (rundsblokjes met ei) en de Thaise tom yam (pikante soep). Mmmm. Wellicht zie je me over enkele maanden met mijn receptenboekje door de rayons van de Sino-Antwerspse Sun Wah speuren.