China - Chengdu

Plastic zeiltjes en panda’s

China, Chengdu -

Op het vliegtuig zitten een aantal reddingswerkers en een groepje vrijwilligers – rugzak en wandelschoenen net uit de verpakking. Op de wegen vanuit Chengdu zien we af en toe een konvooi trucks met goederen voor het rampgebied. Doorheen de stad zie je hier en daar, vooral in wijken met oudere gebouwen, tentenkampen. De meeste tenten zijn ondertussen weer geruild voor de huiskamer, maar hier en daar volharden er nog enkelen in het veiligere onderkomen van een plastic zeiltje. Er verschijnen nog af en toe berichten over dreigende naschokken, maar in de stad voel je niets van onrust of paniek. Alles gaat weer zijn gewone gangetje, zo lijkt het wel. De shoppingcentra worden druk bezocht, de ochtendspits is weer even chaotisch en de scholen stomen de studenten klaar voor het nakende nationale examen.In Sim’s Cozy is het erg rustig. Gewoonlijk hebben ze deze periode toch zo’n honderd gasten, nu zijn het er amper twintig. Veel reizigers komen deze kant op om naar Tibet te reizen. Nu de grenzen dicht zijn en de procedure voor het Chinese visum erg is aangescherpt, blijven veel toeristen weg. Dat en de aardbeving met het epicentrum slechts een 200 tal kilometer van de stad. Het is doffe ellende voor de horeca. Een voordeel van deze situatie is dat het enorm rustig is bij de bezienswaardigheden die anders duizenden toeristen lokken. We bezoeken de Giant Buddha in Leshan. We mogen het hoofd van de reus bewonderen en ook zijn voeten kussen vanop de rivier, maar de trappen langs het beeld blijven uit voorzorg in verband met naschokken gesloten.

Een verplichte stop in Chengdu is het Panda Breeding and Research Center. Ook hier is de parking naar het complex op een auto na leeg. We komen een tiental andere bezoekers tegen. Dat geeft onze alle ruimte en tijd om de zeldzame beren te observeren. Zo’n tachtig percent van alle reuzepanda’s leeft in de provincie Sichuan. Ze eten slechts bepaalde bamboesoorten die vooral hier welig tieren. In het centrum worden de panda’s door wetenschappers onder de loep genomen en wordt er voor gezorgd dat de soort in stand blijft. Ik ben onmiddellijk ontroerd door de schattige babypanda’s. Ze zijn negen maanden oud en stoeien erop los. Ze zijn erg energiek en speels. Een paar kooien verder zitten hun oudere soortgenoten. Die zijn vooral bezig met eten – zo’n 16 uur per etmaal – en slapen – de overig 8 uren. Temidden van alle aandacht voor de reuzenpanda – je komt zijn beeld te pas en te onpas tegen in reclames – loopt de kleinere rode panda er een beetje verloren bij. Daarom ook voor hem een fotootje.

Op onze laatste avond in Chengdu loop ik nog even naar de masseur om de hoek. Ik was kennelijk vergeten waarom ik dat tijdens onze vorige Chinareis ook slechts een keer heb gedaan. Ik word stevig onder handen genomen. Het harde drukken en snelle wrijven vereist een zekere rekbaarheid van mijn pijngrens. En toch doet het ook wel deugd, al is het maar omdat ze er ook mee stoppen. Het is een beetje een bizarre ervaring. Een beetje als genieten van een ijskoude douche alleen maar omdat er een warme handdoek op je wacht. Terug buiten voel ik me echter erg kwiek. Het kneden en kloppen heeft kennelijk toch een en ander wakker geschud. Ik ben klaar voor Lijiang en een tweedaagse trektocht langs de Tiger Leaping Gorge.

Constant contrast

China, Chengdu -

Een straatventer met een sikje tovert vredig stilletjes een Chinese melodie uit een mysterieus snaarinstrument. Een jongeling met trendy kapsel kan maar niet kiezen uit het gigantische aanbod ring tones voor z’n gloednieuwe Nokia. Een meterslange schouderstok wordt zorgvuldig in evenwicht gehouden door met fruit gevulde bamboemanden, fietswinkels alom. Een gepoederd meisje flaneert elektrisch langs de winkelboulevards op haar geruisloze roze scooter. De Chinese grootstad is een constant contrast.

De oude Wang An Ting schudde ooit de hand van zijn grootste held Mao. Zijn stoffige huiskamer is tot de nok gevuld met bustes, badges en brolaria van de Grote Roerganger. Een reusachtig wit beeld van Mao blikt vooruit over het Tian Fu Plein, overschaduwd door torenflats en een monsterbouwwerf die nog meer hemelrijzend moois belooft. De eerste treinverbinding met het dak van de wereld is een feit. De Chinese vredesruimtemissie een absoluut succes, aldus bazuint CCTV tot in den treure. En uiterst langzaam duwt de oude man in het park zijn handpalm door de tai chi vorm, helemaal verdiept in de kern van zijn aandacht. Mc Donald’s en KFC naast de hotpot-tent en de kruidendokter. De buidel van de zakenman puilt van het geld, het bakje van de bedelaar rammelt een klaagzang. Het is een vreemde gewaarwording, een broos evenwicht tussen twee werelden.

Je loopt door de scenes van deze bizarre film en probeert elk beeld te registreren. Je tracht jezelf te plaatsen in deze menselijke mierennest. Dat lukt niet altijd. Dan keer ik terug naar de veilige oase van Sim’s Cozy Guesthouse of laat me culinair verwennen in Gourmet Exotique. De Leuvense kok presenteert filet pur met bearnaisesaus, sabayon en een blikje Belgam bij de koffie-met. Even wilde ik me thuis voelen, iets kennen als mijn broekzak. Een ontdekkingsreis naar de herkenning, een constant contrast.

Fragile!

China, Chengdu -

Wij lagelanders hebben de aloude Vlaamsche traditie om niet tot de nok gevulde dozen bij een verhuis of verzending op te vullen met oude kranten en/of tijdschriften. Hetzelfde geldt in meerdere mate zeker voor niet tot de nok gevulde dozen met breekbare inhoud, klasse ‘Fragile!’. Een vrij praktische, milieuvriendelijke en goedkope traditie, zo lijkt me. Ik sta dus bij de China Post met een niet tot de nok gevulde doos met ietwat broze inhoud. Kees gaat wat kranten kopen, bij gebrek aan een spaarzaam zuinig verzamelde voorraad oud papier. Ik wikkel de inhoud van fragiele aard in bedjes van papier en maak vulproppen.

Aan loket 1 kijkt de postbeambte in zijn keurig afgeborstelde semi-militaire plunje afkeurend naar de doos en maakt hoofdschuddend duidelijk dat dit niet door de Chinese beugel kan. Ik kijk verwonderd en wacht op een mogelijke verklaring voor de beugelweigering. “No Chinese newspaper!” Mijn lichtjes gekrenkte Vlaamsche trots verwordt tot een vraagteken op mijn gezicht wanneer ik hem verbaasd aankijk. “No Chinese newspaper outside!”, klinkt het, ditmaal iets norser met een krachtige, stokstijve geuniformeerde hoofd- en armgymnastiek. En stilaan dringt de drieste domper tot me door. Een Chinese krant mag het land niet uit. Wel wel wel. Ik opper nog, ondertussen lichtjes over mijn toerental, “Wij kunnen dit toch niet lezen! Het is allemaal Chinees voor de Belgen!” Maar ik sta voor de grote muur van Bureaucratie. Welkom aan de bierkaai van Protocolaria! De beambte verkoopt me met de glimlach een dikke vette rol toiletpapier voor 1.5 Y. Ik vul de doos met ietwat breekbare inhoud. Een illusie aan diggelen.