België - Hoboken

Polderbos

België, Hoboken -

Het had daags voordien flink geregend. Dat, en een storm had van zich laten horen. De rubberen laarzen mogen van stal en ik de hort op. Of er runderen zijn. Dat was de hamvraag. En of er nog sneeuw ligt. Vragen in mijn hoofd. In mijn hoofd overleeft sneeuw de zachte winterzon. En in mijn hoofd zijn er altijd beestjes, altijd.

Ik trek met K & P en Timmy de hond uit Hoboken het bos in. Het Polderbos omringd door zware metalen, lichte Scheldedeining en een bebouwde kom is een rustpunt net buiten de drukte van mijn Leien, makkelijk te bereiken met bus, fiets, tram, trein of een combinatie uit het hele transportbuffet. Te voet kan ook, maar wandelen doen we al. We moeten niet overdrijven. De AS-route van 7,5 km zal volstaan om de weekendknoken te smeren, het hart te luchten bij vertrouwelingen en net voor de regen warmte, schuildroogte en rust te vinden in de gerenoveerde taverne Steiger 3 bij het ‘koffietasje P’-bord, de jachthaven. Daar heb je een mooi zicht op de rivier. Even tijd voor een peukje nemen brengt je De Waterbus, een sjiek manoeuvre van een duwboot – hoe heet zoiets? – die een groot ding – wat is het? – naar een fabriek – wat maken ze daar? – loodst. Allemaal vragen die niet per se een antwoord hoeven en die zichzelf oplossen als de suiker in mijn heerlijke latte macchiato.

De wandeling bracht alles wat ik hoopte te vinden. De poëzie van een vogelpluim, een blik die verder gaat dan de muur van de overbuur, de eenvoud van wat komt en gaat en zo,simpelwelweg, bestaat. En ook informatie voor mijn kleine innerlijke wijsneus. Natuurpunt duidt maar K lacht het uit, luid: “Het is een lisdodde, maar wij noemden het vroeger gewoon een negerpiemel!” En lachen deden we. En luisteren, vooral naar mij.

Ik zat met zorgen en teveel van teveel, en te weinig slaap. Totdat het stil werd diep in mij, de ontroering: de runderen, de beestjes. Mijn camera pinkt stiekem een traantje weg en voelt zich bijna schuldig bij het verstoren van deze familiekring. Moeder Galloway en het kalfje, toen al een Facebookhype. Voor mij nog onbekend, nooit onbemind. Koetjes en kalfjes neem ik heel au sérieux, vraag dat maar aan Edam.

Een wandeling lang waan ik me ver weg van beton. Takken lijken hutten en ik klim op, daal uit mijn warrelwolk langzaam maar zeker terug met de voetjes richting Moeder Aarde. Ja, Timmy, dat deed je goed. Badje na voor modderpoten. Voetjes onder tafel, borrelhapje na. Samen het zondige peukje in de tuin en met mijn gloednieuwe geefjas terug naar thuis.

Vijftien jaar

België, Hoboken -

Vijftien jaar. Vandaag vijftien jaar geleden stonden we met z’n allen aan dit gras. Neef speelde toen muziek terwijl wij huilen moesten, het neerdwarrelen van as in een winterzon. Een een donkere dag hier op begraafplaats Schoonselhof. Nu wandelen broer en ik langs de paden en het groen, plattegrond in de hand, zoals het een echte gids betaamt. En dat hij gidsen kan laat zich meteen merken. Broer kent zijn stof: boeiende verhalen, kleine anecdotes, grote en kleine geschiedenissen, kunst en curiosa, politiek en maatschappij, symbolen en idolen. Mijn hoofd is nog een beetje dwalend van een overdosis zorgen en het hart vindt toelaas in de prachtige poëzie die hier in rijmen te rapen valt bij historische figuren of gewoon, voor de eerlijke vinder, links en rechts verstrooid in perken. Ook een handvol steentjes lijkt net een vers.

Broer wil graag monumentale en Joodse graven zien, ik wil even stilstaan bij de dichters. Omdat de winterzon schijnt, omdat je voor een afscheid van vijftien jaar even tijd mag nemen, omdat we er willen en kunnen zijn voor elkaar stoppen we even de klokken. Vandaag, zo weet weet broer, hangt de vlag halfstok. Iets met een koning, voor ons is het voor mama Mia. We salueren staatslieden en politici, pauzeren bij poëten en staan stil bij wat een staking of wereldoorlog teweeg bracht. Hier vallen sporen van geschiedenis te rapen, simpelweg door een symbool of een zinnetje op een zerk. Als je goed kijkt zie je zo de hel van een deportatie. Als je goed kijkt zie je het kind dat slechts één dag de Aarde heeft bewoond. Als je goed kijkt zie je een staking eindigen in moord. Als je goed kijkt vind je parels van gedichten. Het wit tussen die regels schept een rust.

Ik kies twee gedichten: ‘Indien de dood een leugen is’ van Maarten Inghels, prachtig voorgedragen op negen stenen. Een Stonehenge in Hoboken. Verder valt mijn oog op Marcel van Maele, vriend van nonkel, “aanklager van de roest in het leven”, met zijn mooie gedicht ‘Terwijl de kaalgeschoren dagen huilen’ uit 2001.

Begraafplaats Schoonselhof is ook een beetje gewoon een park. Een park waar herinneringen mogen wonen, maar een hond ook simpelweg kwispelen mag. Waar plantjes groeien en mos zelfs hier en daar een zerk begraaft. Het is een mooi stuk groen waar je wandelen kan in rust. De zon verwarmt ons hart. We voelen ons verbonden, broer en ik. Het is een stilstaan zonder tranen. Geen weemoed, geen drama. Een stil gemis van mama Mia. Een plekje waar zij ooit was. Vijftien jaar geleden. Toen stonden we met z’n allen aan haar gras. Nu stonden we even stil bij wat ooit was. En weten dat samenzijn moeilijk is op je eentje. Zelfs in een winterzon.