Cambodja - Phnom Penh

I read the news today oh boy…

Cambodja, Phnom Penh -

Ik sta niet beursgenoteerd. Ik weet vrijwel zeker welk weer te verwachten: volcontinu warm en vochtig. Ik word niet warm van voetbaluitslagen. Op vakantie is geen nieuws, goed nieuws. Het is slechts sporadisch dat ik een krant opensla en eens ga kijken wat er over “de wereld” wordt geschreven. Vandaag was sporadisch, met de Bangkok Post en The Herald Tribune bij de kopjes ochtendthee. En wat lees ik?

De farmaceutische reus GlaxoSmithkline streeft naar een patent op het anti-AIDS/HIV medicijn Combid. Eens daarop geklonken wordt, mag de Thaise Government Pharmaceutical Organisation (GPO) niet langer het veel goedkopere witte produkt GPO-VIR met dezelfde formule op de markt brengen. Het ziet ernaar uit dat de Intellectual Property Department daarvan niet gaat wakker liggen. En de AIDS-patiënten hoeven niet langer wakker te liggen. Die worden niet meer wakker. Makkelijk toch?

De eindredacteur van de Chinese krant Taizhou Wanbao overlijdt drie maanden nadat hij in elkaar werd geknuppeld door de politie. Hij had het geriskeerd – hoe haalde hij het in zijn hoofd? – om kritiek te publiceren op de corruptiepraktijken van de verkeerspolitie bij het verlenen van vergunningen voor elektronische scooters. Aan de telefoon stamelt zijn weduwe iets over leverproblemen en ze wilt verder niet antwoorden op wat voor vragen dan ook. De politie, je beste vriend?

Je zal verder maar een Deen op wereldreis zijn. Of een Turkse kip.

De Indiase monnik Ngawang Tashi Bupa is genomineerd voor een Grammy Award voor zijn boeddhistische chants. Leuk voor hem. Niet dat het verder wat uitmaakt. De Dalai Lama ontving ooit de Nobelprijs voor de Vrede, maar werd in 2005 nog lekker de mond gesnoerd in België. Iets met timing. Of een handelsmissie naar China. Of allebei.

Google, ooit de moraalridder onder de zoekmachines, verliest zijn onschuld op z’n knieën voor de gele censuurdraak. Keep on surfing in the free world!

Ik las vandaag de krant. Niet dat het verder wat uitmaakt. De Cambodiaanse krantenjongen en papierraapster hebben vandaag tenminste een centje verdiend. Dat is, denk ik, zo ongeveer het beste nieuws.

Aard van het beestje

Cambodja, Phnom Penh -

De vrouw kijkt recht voor zich uit. Op haar schoot zit haar kind. Als je goed kijkt, zie je één traan halverwege haar wang. Ze zit onnatuurlijk kaarsrecht en kan ook niet anders. Ze mag niet bewegen en zou het ook niet kunnen als ze dat zou willen. Ze zit vastgebonden op een stoel tegen een ijzeren pin aangedrukt. Zo moet ze poseren voor de camera. Haar intuïtie zegt haar dat, zodra de foto is getrokken, ze van haar kind zal worden gescheiden. Voorgoed.

Het is een foto die me bijblijft, één van de vele foto’s die hier in het Tuol Sleng Genocide Museum worden tentoongesteld. Tuol Sleng, of S-21, was één van de vele gevangenissen in het Cambodia van de Khmer Rouge. In dit voormalige schoolgebouw in een buitenwijk van Phnom Penh werden ruim 12,000 “vijandige elementen” – inclusief alle (!) familieleden – gevangen gehouden, mishandeld, ondervraagd en gefolterd. ‘s Nachts werden de uitgemergelde gevangenen gedeporteerd naar het platteland van Choeng Ek, beter bekend als een van vele massagraven van “the killing fields”, zo’n 15 km buiten de stad.

De barbaarsheid van S-21 tart alle verbeelding. Kinderen en baby’s huilen, vragen aandacht en verzorging, wat nefast is voor de vlotte werking van zo’n kamp. Zij waren daarom vaak de eerste slachtoffers uit een lading nieuwkomelingen. Ze werden met het hoofd tegen de muur gegooid of omhoog geworpen en op de bajonet gespiest. Iets trager ging het bij diegenen die ondervraagd moesten worden en waarvan het Angkar regime een geschreven biecht wilde bekomen. Bij de vrouwen werden bijvoorbeeld de tepels opengereten en vervolgens gevuld met schorpioenen, die speciaal voor dit doeleinde in bamboekooitjes werden verzameld. Men durfde ook wel eens nagels uittrekken en de wonden overgieten met alcohol of zuur. De turntoestellen op het voormalige speelplein bleken uiterst handig voor het ophijsen van gevangenen. De handen op de rug gebonden en opgehangen aan het klimrek, werden de schouders uit de kom gedwongen. Als dat je nog niet tot een valse verklaring kon bewegen, dan restten er nog de emmers gevuld met uitwerpselen voor een rondje drinken-of-zinken. De cipiers van S-21 waren vaak kinderen tussen de 10 en 15 jaar die zelf in gevangenschap leefden. Door hun ervaringen in de burgeroorlog en hun verblijf in S-21 konden zij een voorheen ongekende wreedheid aan de dag leggen. Om de geheimhouding van de gevangenispraktijken te verzekeren, werden ook de cipiers en beulen na verloop van tijd omgebracht en vervangen.

De man die deze hel orkestreerde, Political Potential, beter bekend als Pol Pot of Brother No. 1, heeft nooit een voet in dit complex binnengezet. Hij stierf een natuurlijke dood in het buurland Thailand in 1998. Enkele van zijn bondgenoten-Broeders maken deel uit van de huidige Cambodiaanse regering. Het is niet helemaal onbegrijpelijk dat de foto van Pol Pot in de tentoonstelling zwaar is beschadigd. De ogen zijn uit de foto gebrand, de kaken en mond bekrast met slogans van woede en haat. In het gastboek wordt nog volop met stenen geworpen en vingers gewezen naar het westen, naar alle denkbare buren en windstreken. De ene eist een Cambodiaans tribunaal, de andere gelooft alleen in een internationale rechtspleging, weer een ander twijfelt vol angst aan de dood van Pol Pot. Cambodia is nog niet klaar met helen.

Wat ik misschien nog het treurigste vond op deze dag, was het aanbod van de vriendelijke tuktuk chauffeur: ” Want to visit shooting range? Only 4 kilometers!” Blijkbaar kan je hier om de spreekwoordelijke hoek een rondje AK-47 ammunitie leegknallen op een plaatselijke koe. Begrijpe wie begrijpen kan.

Info: Documentation Center of Cambodia