Cambodja - Siem Reap

Angkor

Cambodja, Siem Reap -

Op de nationale vlag, op de bierviltjes, op de bankbiljetten: Angkor, overal Angkor. Een bezoek aan de moeder der tempels is dus onvermijdelijk, een must zoals dat heet. Na een helse boottocht van negen uren op een veel te droge rivier tussen een groep witgesokte prepensioen-Duitsers die elk een koffer van een ton (laten) meezeulen en zo meer dan de helft van de zitplaatsjes in beslag nemen, belanden we – oef, eindelijk – in Siem Reap. De nabijheid van de tempels wordt hier helemaal op de spits gedreven: Angkor Hotel, Angkor Lodge, Temple Lodge, Angkor Spa, Angkor Massage, Angkor Bar II. Je komt hier voor Angkor Wat, laat daar geen twijfel over bestaan!

We kiezen er eerst de kleinste uit, de roze tempels van Banteay Srei. Het is de tempel met de best bewaarde, meest verfijnde steenreliëf, prachtige taferelen uit de Reamkar, de Cambodiaanse versie van het Hindu epos Ramayana. Waar hier de mens de natuur nog naar zijn hand wist te zetten, heeft de natuur opnieuw de bovenhand in Ta Phrom. De tempel wordt omsingeld en overmeesterd door de jungle. Reusachtige wortels banen zich een weg door de stenen puzzel. Bij de tempel van Ta Keo word ik overmeesterd door een acute aanval van hoogtevrees. Ik klim zonder aarzelen de steile trappen op naar een nog hoger gelegen niveau, geen besef van de hoogte en de steilheid van de smalle trappen. Wanneer we gaan afdalen dringt dit besef plots wel tot me door. Mijn knieën gaan knikken, het angstzweet breekt me uit. Ik ga erbij zitten en durf geen meter meer op, welke kant dan ook. Ik probeer mijn verstand op nul te zetten, haal een paar keer diep adem en daal af, krampachtig voetje voor voetje, de vingertoppen als weerhaken aan de stenen geklampt. Met beide voeten stevig op de begane grond vind ik pas mijn lach terug. De tweehonderd vredige tronies van de Bayon lachen terug. Angkor Wat zelf houden we voor het laatst, een mooie afsluiter van een wel heel bijzondere verzameling steenkunst. Zeker een bierviltje waard!