Mongolië - Ulaanbaatar

Je kunt niet zonder de anderen

Mongolië, Ulaanbaatar -

Zjef Vanuytsel zingt het zo mooi, Je kunt niet zonder de anderen. Als er nou een ding is wat me bijzonder opvalt aan de Mongoolse sociale vezels – vooral op het platteland, dat moet gezegd – dan is het wel dit: je kunt niet zonder de anderen. Wanneer je leeft in een ruige natuur, in een vilten tent met weinig meer dan een kudde om in jouw levensonderhoud te voorzien, dan ben je vroeg of laat aangewezen op de hulp van een verre buur of een toevallige voorbijganger. Je zou kunnen denken dat deze behulpzaamheid alles te maken heeft met de Boeddhistische filosofie, met de stereotype zachtheid van Aziaten of dat ze voortspruit uit nog een ander cultureel sjabloon, maar hier heeft het volgens mij simpelweg erg veel te maken met overleven. Je kunt niet zonder de anderen, echt niet.

Waar het drinkwater niet zomaar uit de kraan komt vloeien; waar een benzinepomp – als die het al doet – niet zomaar een kilometertje of twee om de hoek ligt; waar elektriciteit gewonnen moet worden uit een zonnepaneeltje – als je dat al hebt; waar de depannage, de ziekenwagen of de thuiszorg niet zomaar simpelweg met een paar toetsen op een telefoon te regelen zijn, daar kan je vroeg of laat niet zonder de hulp van een vertrouwde of wildvreemde medemens.

Dit concept maakt hier zo enorm deel uit van het dagelijkse leven onder de nomaden, is zo alomtegenwoordig en vanouds dat het voor de reiziger vaak resulteert in een enorm gevoel van gastvrijheid. Wanneer je halte houdt bij de nomaden om te schuilen voor een plotse regenbui of de verschroeiende Gobi middagzon, om de weg te vragen of om simpelweg even op adem te komen dan komen de melkthee , de yoghurt, de oliebollen, de wrongel en de snuiftabak al snel tevoorschijn. Plots is de vrouw des tentes druk in de weer met het poken van brandende droge yakmest in de kachel, het verzamelen van krukjes, het oppoetsen van kommetjes en lepeltjes die uit alle hoekjes en kastjes worden verzameld. Er wordt samen gesnoept, gegeten, gedronken en gerookt. De verbroedering gaat langs de maag. Er wordt ingetogen gepraat over de kudde, over de familie, over de afgelopen droogte of koude, over de huidige verkiezingen, over de staat van de wegen en over ons. Nieuwsgierige ogen geven zichzelf de kost. Waar komen wij vandaan? Wat doen wij? Er wordt vol verwachting gekeken of wij de zure yoghurt wel zullen binnenhouden. Wanneer ik mijn netjes leeg gelikte kommetje zachtjes naast de kachel, nabij de afwasplek plaats, volgt een goedkeurende glimlach. Ik ken het ritueel – een leeggelikt kommetje brengt geluk (en valt volgens mij veel waterzuiniger af te wassen). En zo word je heel even, ook al oog je nog zo anders en woon je zo ver weg, een met hen. Gewoon mensen onder elkaar rond een kacheltje in een vilten tent in een hemelsbreed landschap boordevol ruige elementen van moeder Aarde.

Peking piggies

Mongolië, Ulaanbaatar -

Zonet een fractie De Standaard gelezen, een artikel over Delvoyes tentoonstelling in Bejing. Ik ga, denk ik, snel nog even naar de laser shop enkele tattoes laten verwijderen alvorens mij op Chinese bodem te wagen. Ik wil niet graag in aanvaring komen met de knuppelclub. Culture Politie heten ze dat, een beetje een contradictio in terminis als je het mij vraagt.

Nog een dagje rennen – postpakketjes sturen, Chinees visum halen, proviandje inslaan – en dan kunnen we dertig uur uitblazen in een wagon richting Moederland. Onderweg zal het onderstel worden verwisseld omdat China op een andere spoorbreedte rijdt. Ik denk dat ook wij even zullen moeten intunen op een andere golflengte om stressbestendig de (12!) miljoenenstad Beijing te kunnen doorwaden.

In 4×4 UB uit

Mongolië, Ulaanbaatar -

Waarom de hoofdstraat Peace Avenue heet, is heden ten dage een surrealistisch raadsel. Er is niets vredevols aan deze asfalt jungle. Omringd door een doofmakende symfonie van geclaxoneer doorheen een bruine wolk van smog waagt de voetganger zich bij groen (!) licht op het zebrapad. Af en toe staat een agent met z’n fluitje het decibelgehalte van de symfonie op te drijven. Meer kan hij niet doen. Het straatbeeld is een verzameling schreeuwende reclameborden, fruitkraampjes, peukkiosken en gaten in het wegdek waar een speleoloog van gaat kwijlen. Straatventers, schoenpoetsers, boefjes en bedelende jongetjes maken het plaatje compleet.

Het is allemaal wat chaotisch. In de stille oase van het Mongolian Museum of National History bewonder ik de prachtige klederdracht. Daar kan mijn kaboutermutsje niet tegenop! Gelukkig ontsnappen we morgen uit deze drukte. We laden de 4×4 in en vertrekken voor een 17-daagse jeeptocht doorheen een hoekje van het land . We zijn heel benieuwd wat dat gaat worden… Voorlopig over and out.