China - Xi'an

Het Grote Niets

China, Xi'an -

Ik had het zowat gehad met de Chinese steden: een opeenvolging van ellelange boulevards volgeladen met would-be westerse winkelcentra, bombastische bankpaleizen, niet-welriekende eetkraampjes en schreeuwende lichtlokpanelen. Waar is de gezelligheid, de rust? Vanmorgen heb ik die gevonden. Om 7u30 kuier ik door het Park van de Revolutie en aanschouw een choreografisch perfect ballet van ochtendmensen in beweging. Hier een enkeling in kungfu pasjes, daar een koppel in een tangoduel, wat verderop een kwartetje badmintonoorlog en een hele groep armenzwierend op een discodeuntje. Ook de waaierdames voeren elegant hun stukje op in dit groene openluchttheater. Zwaarden snijden geluidloos door het Grote Niets – een zee van concentratie, een strand van tai chi rust. Niemand wandelt rechttoe rechtaan. Zelfs al stappend gaan de armen zwaaien, de heupen wentelen, de hoofden draaien. Bejaarde gewrichten plooien volgens de regels van chi qong, de stokoude behendigheid van een jonge geest. Wat een plezier om dit te bekijken. Ik word er vrolijk van. Ook de gekooide vogels worden uitgelaten. Ik had het zowat gehad met de Chinese steden. Gelukkig worden ze hier en daar bevolkt door parkdansers.

De ware Yang

China, Xi'an -

De enige echte meneer Yang zit aan een tafeltje en signeert een boek. In 1974, bij het graven van een nieuwe waterput, haalt meneer Yang een emmer met een hoofd naar boven. Een stenen hoofd. Het stenen hoofd van een terracotta krijger, zo blijkt na nadere archeologische onderzoeken. Meneer Yang is de ontdekker van het terracotta leger en zit nu aan een tafeltje en signeert een boek. Het is ten strengste verboden meneer Yang vast te leggen op de gevoelige plaat. Ik heb een flauw vermoeden dat er morgen een gelijkaardige meneer Yang met eenzelfde brilletje aan eenzelfde tafeltje eenzelfde boek zit te signeren. Hoe dan ook, het archeologische gezwoeg en gezweet heeft zijn vruchten afgeworpen. Er zijn in totaal al zo’n 6000 gebakken figuren opgegraven. Pas in 1994 werd de derde opgraafplaats geopend voor het publiek. Hier moet het blootleggen nog beginnen. Het is vrij indrukwekkend allemaal. En toch wel logisch voor iemand die dacht dat hij in zijn volgende leven opnieuw keizer zou zijn en dus wederom een keizerlijk leger zou behoeven. Het is dezelfde dromer die opdracht gaf tot het bouwen van de Grote Muur. Dat verbaast me niets. In een kleibakkerij wordt ons getoond hoe zo’n terracotta beeldje tot stand komt, maar meer nog wordt ons getoond hoe souvenirs aan de man worden gebracht. Het is 10% atelier, 90% souvenirwinkel. Ook dat verbaast me niets.

In de Huaqing Hot Springs blikken we terug op de keizerlijke badfeestjes. Het is een complex van badhuizen en vijvertjes, leunend tegen een mooie berg. We sluiten onze sightseeing dag af met een rondje rond de Big Wild Goose pagode. Voor de maag volgt nog een dumpling dineetje, een Xi’an specialiteit. Xi’an heeft een heuse moslimwijk met een grote moskee – vrouwen in hoofddoek, mannen met ronde witte petjes. Ik wist niet dat het bestond, een Moslimchinees. Wanneer ik Millie, onze dagjesgids, vertel over onze Tibetreisplannen gaan de ogen open in verwondering en kirt ze ‘Oh Tibet, dat is zo’n heilige plaats voor de Chinezen!’ Ik denk nog, vreemde manier om om te gaan met heilige plekken, maar ik laat het zijn. Er is allicht een subtiele finesse die mij ontgaat.