Rusland - Siberië

Noedels, of het gevecht om de laatste reep

Rusland, Irkutsk -

Waren de eerste stations nog voorzien van lekkers voor de reizigers, nu begint het vrij moeilijk te worden om nog ‘ns iets vers te pakken te krijgen. Geen kiosken meer op het perron, geen idee hoe lang de trein halte houdt en dus neem je ook geen risico door op zoek te gaan in en rond het station. We zijn al een keer de trein opgeklommen toen die vlotjes in beweging was. Daar heb ik geen zin meer in. En zo leef je op een dieet van noedels, oud brood, noedels, water en noedels. Het sappige fruit waarvan je de consumptie zou spreiden over de hele reis, is natuurlijk reeds lang verorberd. En de chocoladeluxe die we onszelf gunden gaat zo meteen ontaarden in het ultieme gevecht voor de laatste reep.

Gelukkig is het landschap dramatisch veranderd en zo geef je toch de ogen de kost. We rijden lange tijd rond het Baikalmeer. Ongelofelijk dat zulk een watermassa ‘s winters één grote ijspiste wordt! Kees kent ene Ralph Duyn die hierover is gefietst. Stel je voor.

En ja, de kleine details aan de horizon blijven een ankerpunt van vreugde: een geitje (mmm, lekker), een visser (heeft ie al iets gevangen?), een hooitietje (mmm, melk). Na een tergend langzame dubbele grenscontrole die op je zenuwen, maar vooral op je blaasspieren gaat werken, kondigt de laatste treinnacht zich aan. Bij het ontwaken in een Mongoolse sprookjessfeer voel je de eindbestemming naderen. Na een laatste blik op het raamschilderij stap je de ochtend in en je muffe treincoupé uit. Ulaanbataar, here we are!

Hooitietjes

Rusland, Irkutsk -

Op woensdagavond 21:30 ga je aan boord van een trein in Moskou en op maandagochtend 8:00 sta je 6.304 km verder in Ulaanbataar, lichtjes gehypnotizeerd door de spoorcadans, suf gewiegd op de rijdende markt. Want dat is het eigenlijk. Behalve de coupés 1e klas en enkele 2e klas toeristen zijn de passagiers allemaal Mongoolse handelaars. Bij elke stop proberen ze op het perron of vanuit het raam de in bulk aangekochte jeansbroeken, jasjes van plastieken vee, synthetische truitjes, handtasjes en sportschoenen aan de man te brengen. Vaak ontaardt dit in een chaos op het perron. Een troep krioelende mensen die keuren, passen, draaien, keren en zich haasten tot de laatsten de reling van de treindeur vastgrijpen en zich de trein, reeds in draf, ophijsen in cowboystijl.

Waar deze zwarte markt dichtbij Moskou nog wordt toegelaten, ontwikkelt er zich naarmate we oostwaarts reizen een kat-en-muis spelletje tussen de handelaars en de Russische spoorwegpolitie. Kleren verdwijnen terug achter het raam of in de zak onder de norse blik van een agent, om even snel weer op te duiken zodra die zijn rug heeft gekeerd. En het hele dorp lijkt te hunkeren naar datzelfde jasje, datzelfde truitje. Waarschijnlijk moeten dit voor hen echt wel koopjes zijn, want volgens mij rijden we niet bepaald door het meest kapitaalkrachtige streepje aardbol. Wanneer de gewone reizigers wel de trein af mogen – soms staat de markt gewoon in de weg – dan kunnen we even de benen strekken, een peukje doen en een voorraadje vers of Baltika inslaan aan een kiosk.

Het landschap verandert hier en daar een tintje, een fractie van een kleurschakering op een anders vrij monotoon kleurenpalet. De Kalmthoutse heide, maar dan heel heel groot. En af en toe word je helemaal euforisch van een nieuw detail aan de horizon: een eenzame motorrijder temidden een steppenzee, een hooitietje, een boer op het veld. Je vult je dagen in je twee bij twee met lezen, spelletjes spelen, verkijken, slapen, snoezen, dutten, tukken en schrijven. En met de onvermijdelijke Vodkaverbroedering bij de noorderburen (ja, allemaal Nederlanders).