Ons bin blie

Nederland, Veere -

Onze slager in de straat was ook fietsenmaker. Van drie zieke fietsen maakte hij er één goede. Daar kochten mijn ouders voor een kleine honderd frank mijn kinderfietsjes. Later als student kocht ik tweedehandsfietsen bij de beschutte werkplaats aan de Kleine Markt of via De Koopjeskrant. Het is nu voor het eerst dat ik investeer in een gloednieuwe fiets. Het werd de stadsfiets Winner van Batavus. Het is een matzwarte stalen fiets met drie versnellingen in de naaf. Nog snel gekocht voor het lange weekend van Hemelvaart. We trekken vier dagen naar Zeeland, een perfecte plek voor het inrijden van een nieuwe Batavus en het smeren van een oude Gazelle (°1942).

In de VeKaBo-gids vinden we een mini-camping. Het zijn kleine campings op een veld naast de boerderij met zo’n 15 à 20 plaatsen, vaak met een haag eromheen, voor caravans of campers. Een schuur is meestal verbouwd tot sanitair blok. Het is kamperen bij de boer en erg in trek hier in Zeeland. We kiezen mini-camping Veldlust in Serooskerke op Walcheren, strategisch dicht bij Veere , Middelburg en Domburg. Molen De Jonge Johannes wordt de eindhalte van onze fietstochten. De Zeeuwen zijn een trots volkje. Overal wappert de Zeeuwse of Nederlandse vlag, te pas en te onpas. En er is de typische klederdracht als statement. Bij het zien van het Veerse Meer schiet het lied Het Veerse Gat van Jaap Fischer me te binnen. Het Veerse Gat werd gedicht in 1961 in het kader van de Deltawerken. Op enkele gevels in het stadje wordt een waterpeil met jaartal gemarkeerd. De herinnering aan de watersnood leeft voort.

In het Zeeuws Museum in Middelburg loopt een erg interessante tentoonstelling over vlas van vormgever Christien Meindertsma. Een stijlvolle documentaire brengt de levensloop van vlas in beeld, van het zaaien tot een afgewerkt product. Het museum biedt ook onderdak aan de ‘wonderkamers’, een collectie exotische trofeeën van zeevaarders en kooplieden. Van Chinese muiltjes langs Afrikaanse drums tot draakjes op sterk water. En er is de zaal met de prachtige wandtapijten met historische zeeslagen.

Op weg naar zee belanden we op een ‘fair’ in Aagtekerke. De Zeeuwse boeren doen ringrijden, ook wel ringsteken. Bedoeling is te paard, liefst een boerenwerkpaard, met een lans een ring van een stokje te halen en op je lans te steken. Een Nederlandse, Duitse en Deense folkloristische traditie. Bij Domburg zie ik voor het eerst sinds lang weer de zee. De kunstzinnige strandhuisjes, de golven, de paaltjes, het strand … de zee.

Op dag drie verkassen we naar Schouwen-Duiveland. Dankzij de N57 en 9 km Oosterscheldekering hoeven we niet om te rijden. Ook hier vinden we een mini-camping bij Burgh-Haamstede, een knooppunt op de 38 km lange Westerschouwenroute. Deze brengt ons langs een braderij en rommelmarkt in het kuststadje Renesse, maar ook langs het prachtige natuurgebied Vroongronden achter de duinen. Het gaat hier behoorlijk bergop en -af en ik ben maar wat blij met de drie versnellingen van de nieuwe fiets die het trouwens fantastisch doet.

Zeeland is een zalige plek om te fietsen en uit te waaien. Het is gezellig pauzeren bij de pannenkoekenhuisjes in de molens. De Peelander of Korenschoof laten zich smaken en het bolletje geitenkaas van de kaasboer maakt van het voorgerecht een feestje.

Op weg naar huis stoppen we nog even in Goes voor een bezoek aan het Historisch Museum De Bevelanden, een voormalig weeshuis en klooster. Buiten een handvol mensen op de terrasjes van de Grote Markt is dit stadje doods en verlaten op deze zondagmiddag, de ‘dag des Heeren’. Zelfs de bakkers zijn gesloten, typisch Nederland. Snel richting België, snel richting zondags pateeke. Het lijkt wel een exotische trofee.

Dit schreef Sarah op foto's

*

*